Posts tonen met het label Fonds Slachtofferhulp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fonds Slachtofferhulp. Alle posts tonen

dinsdag 15 maart 2016

Beter bereiken

Door: Monique de Groot, directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven

Vandaag presenteert het Schadefonds Geweldsmisdrijven de jaarcijfers over 2015. Ten opzichte van het jaar daarvoor hebben we bijna 700 meer aanvragen behandeld. Dat is een mooi resultaat van het voornemen om in 2015 meer slachtoffers te bereiken door meer bekendheid te geven aan het bestaan van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Een toename van 10 procent. Afgelopen jaar werd een recordbedrag aan tegemoetkomingen uitbetaald: 16,5 miljoen euro.
In een eerder blog schreef ik over de samenwerking met Slachtofferhulp Nederland waar zogenaamde schadefondsspecialisten zijn opgeleid. Uit de toename blijkt dat deze investering goed heeft geloond en ervoor heeft gezorgd dat meer en vooral meer kansrijke aanvragen door de collega’s van Slachtofferhulp naar het Schadefonds zijn doorverwezen.

Voor 2016 hebben wij niet alleen het voornemen om dit niveau te handhaven, maar besteden we speciale aandacht aan minderjarige slachtoffers en slachtoffers van huiselijk geweld. Meestal doet iemand - wanneer hij slachtoffer wordt van een geweldsmisdrijf - aangifte bij de politie. Bij het doen van aangifte wordt gewezen op de mogelijkheid van hulp door Slachtofferhulp en het Schadefonds. Bij zowel minderjarige slachtoffers als slachtoffers van huiselijk geweld komt het relatief vaker voor dat zij geen aangifte doen. Bij minderjarige slachtoffers omdat zij soms niet weten wat strafbaar is of dat naar een politiebureau gaan voor hen een grote stap is. Bij slachtoffers van huiselijk geweld is het doen van aangifte ook een hoge drempel, omdat de dader vaak een bekende is en het doen van aangifte de situatie alleen maar compliceert. De slachtoffers  worden dan niet geattendeerd op de mogelijkheid om een tegemoetkoming bij ons aan te vragen.
De afgelopen maanden ben ik veel in gesprek geweest met verschillende instanties die hulp verlenen aan minderjarige slachtoffers en slachtoffers van huiselijk geweld. Zoals met Jeugdzorg Nederland, Jeugdbescherming West, Veilig Thuis Haaglanden, de Raad voor de Kinderbescherming, de Blijf groep Amsterdam, Federatie Opvang, maar ook met het Openbaar Ministerie en de politie. In de gesprekken met jeugd- en huiselijk geweldinstanties trof ik een grote onbekendheid met het Schadefonds. Na uitgelegd te hebben wat wij doen was steevast de reactie tweeledig. In de eerste plaats “wat mooi dat die mogelijkheid er is”. En in de tweede plaats: “daar kunnen vast veel van onze cliënten wat aan hebben”.

Op beide terreinen - jeugdige slachtoffers en slachtoffers van huiselijk geweld - verkennen we momenteel hoe we de bekendheid met het Schadefonds kunnen vergroten. Een eerste stap daarbij is het geven van een nadere omschrijving van het soort zaken waar het om kan gaan. Uit ons eigen systeem verzamelen we zaken en maken daar een meer algemeen beeld van, maar wel toegespitst op zaken die vóórkomen bij minderjarigen en bij huiselijk geweld. Dit proberen we ook zoveel mogelijk in de ‘taal’ van de hulpverlening op te stellen. Wij zijn een juridische en strafrechtelijk georiënteerde organisatie en merken in de communicatie dat dit niet altijd even goed overkomt.
Verder gaan we bekijken met welke informatie wij de beoordeling van een aanvraag kunnen doen. In deze gevallen is vaak geen aangifte gedaan bij de politie. Dat is toch een van de belangrijkste documenten op basis waarvan wij onze afweging maken. Maar zeker niet de enige. We kunnen ook op basis van andere gegevens en documenten een afweging maken. Ook hier gaan we voorbeelden van geven .
Dit voorjaar zal ons onderzoek meer duidelijkheid geven en kunnen we verder in overleg met genoemde instanties om nadere afspraken te maken hoe we dit verder kunnen brengen.
En dit alles met het doel om jeugdige slachtoffers en slachtoffers van huiselijk geweld ,die tot op heden nog onvoldoende de mogelijkheden van het Schadefonds benutten, beter te bereiken.

www.schadefonds.nl

dinsdag 8 december 2015

Een jaar lang zonder bonnetjes

Door: Siewert Lindenbergh, lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

In november 2014 maakte het Schadefonds een grote wending: van wel 26 individuele schadeposten naar zes vaste categorieën met ronde bedragen als tegemoetkoming. Een jaar later is het tijd voor een grondige evaluatie: wat zijn de reacties van slachtoffers, van ketenpartners? Is bereikt wat we voor ogen hadden? Wat zijn de verbeterpunten?

Op 6 november werd de aftrap gegeven in een evaluatiemiddag met medewerkers en Commissieleden van het Schadefonds, met onderzoekers van de Universiteit Leiden die het evaluatieonderzoek gaan uitvoeren en met enkele gasten, van Slachtofferhulp Nederland en van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Aan de hand van een aantal vragen is geïnventariseerd wat de eerste indrukken zijn.

Wat was ook alweer de aanleiding voor het nieuwe beleid? Uit onderzoek was gebleken dat ontvangers over het algemeen tevreden waren met de door hen ontvangen tegemoetkoming, maar dat zij behoefte hadden aan meer voorspelbaarheid, dat zij doorgaans geen idee hadden van de componenten (vermogensschade/immateriële schade) waaruit hun tegemoetkoming bestond, en dat zij veelal ook geen idee hadden dat het ging om een tegemoetkoming in plaats van een schadevergoeding. Verder was er enige wrevel over de wijze van afwikkeling door de grote hoeveelheid informatie die van aanvragers werd verlangd. Dat laatste leidde bovendien tot schijnprecisie: het uitvragen op 26 schadeposten en toekennen van bedragen achter de komma oogde weliswaar precies, maar in werkelijkheid ging het – vanwege het tegemoetkomingskarakter en de wettelijke maxima – om afgetopte bedragen die doorgaans de werkelijk geleden schade niet dekten. En dat kostte veel tijd en aandacht, zowel van de aanvragers als van de Schadefondsmedewerkers. Dat alles leidde tot de gedachte om minder tijd te steken in het uitmeten van de schade en meer te investeren in individueel contact. Daarbij speelde een rol dat inmiddels ervaring was opgedaan met ongedifferentieerde tegemoetkomingsbedragen in de regelingen inzake seksueel misbruik in de jeugdzorg waaraan het Schadefonds uitvoering geeft.

En wat waren de bedoelingen van het nieuwe beleid? Kwade tongen hebben beweerd dat het zou gaan om een bezuinigingsoperatie. Dat is niet juist: altijd heeft voorop gestaan om ten minste hetzelfde bedrag aan tegemoetkomingen uit te keren als onder het oude beleid. De belangrijkste doelen waren het vergroten van voorspelbaarheid voor aanvragers, het benadrukken van het tegemoetkomende karakter van de uitkering, verkorting van de beslistermijnen, vermindering van gedeeltelijke afwijzingen, begrijpelijkere beslissingen en een forse afname van de aanvullende aanvragen en van bezwaar- en beroepszaken. De gedachte was ook dat deze ontwikkelingen medewerkers meer tijd zouden geven voor individueel contact met de aanvragers en voor andere activiteiten zoals voorlichting. Verder bestond de wens om het oog van de aanvrager meer te richten op de toekomst (hoe helpt een tegemoetkoming mij vooruit?) en minder terug te blikken op het verleden (wat is mij overkomen en hoe ziet mijn schade er precies uit?)

In een rapportcijfer uitgedrukt kreeg het nieuwe beleid tijdens de eerste evaluatiemiddag een ruime voldoende (7,5 a 8). Als succesvol werden benoemd de toegenomen snelheid van afwikkeling, meer oog en tijd voor persoonlijk contact met de aanvrager, prettiger werken zonder onderzoek naar bonnetjes, minder complexe formulieren en minder aanvullende aanvragen. Maar er werden ook verbeterpunten genoemd: de schade volgt niet altijd het letsel omdat relatief bescheiden letsels soms forse schade – bijvoorbeeld verlies aan arbeidsvermogen – kunnen veroorzaken, er komt nu veel druk te staan op indeling in de juiste letselcategorie en die indeling kan soms evenwichtiger, de kosten van rechtsbijstand bij aanvragen worden niet meer vergoed. Verder werden reserves gemaakt voor de verrekening met later ontvangen betalingen (bijvoorbeeld van de dader), omdat die pas later volgt en nog onduidelijk is hoe het beleid hier uitpakt.

Dit zijn natuurlijk voorlopige indrukken, want het echte evaluatieonderzoek door de Universiteit Leiden moet nog starten. Bovendien gaat het er bij het nieuwe beleid natuurlijk niet om of het Schadefonds of de ketenpartners er blij mee zijn, maar vooral of het door de aanvragers en ontvangers als een verbetering wordt ervaren. Naar die ervaringen zien wij met belangstelling uit. Wordt vervolgd dus.

www.schadefonds.nl

maandag 9 november 2015

Van samen werken naar samenwerken

Door: Monique de Groot, directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven

De eerste verdieping van ons kantoor in Rijswijk, waar mijn kamer zich bevindt, is doorgaans een oase van rust. De medewerkers op die verdieping werken hard en ook stil of zijn deels elders aan het werk. Maar vandaag was het reuring! Op bezoek waren de zogenoemde Schadefondsspecialisten. Hoe mooi wil je het als organisatie hebben dat bij een ketenpartner mensen zijn aangewezen die als specialist over jouw werk zijn benoemd? Schadefondsspecialisten zijn medewerkers van Slachtofferhulp Nederland die meer dan de reguliere medewerkers weten hoe de aanvraagprocedure bij ons werkt. Iedere medewerker van Slachtofferhulp Nederland kan een slachtoffer helpen bij het invullen van het aanvraagformulier van het Schadefonds. Maar als zij vragen hebben of een collegiale controle willen op het aanvraagformulier, dan kunnen zij terecht bij deze specialisten. Op verschillende data en verschillende plekken in het land treffen zij dit najaar medewerkers van het Schadefonds die hen nog deskundiger maken en hen meenemen in de laatste ontwikkelingen. Hiermee willen we ervoor zorgen dat de aanvragen van slachtoffers in hoge mate een kans van slagen hebben en leiden tot een tegemoetkoming.

Het is één van de manieren waarop Slachtofferhulp Nederland en het Schadefonds Geweldsmisdrijven de dienstverlening aan slachtoffers en nabestaanden proberen te verbeteren. Vanwege de onafhankelijke besluitvorming op aanvragen is het niet aan het Schadefonds om het slachtoffer te helpen bij het invullen van het aanvraagformulier. Het is mooi dat een organisatie als Slachtofferhulp Nederland dat kan oppakken. Een slachtoffer dat is achtergebleven met schade kan op verschillende manieren proberen dit vergoed te krijgen. Bijvoorbeeld bij een verzekeraar, in een civiele procedure, via een vordering benadeelde partij in een strafproces of via het Schadefonds. Slachtofferhulp Nederland helpt mensen de meest geschikte weg te vinden, waaronder die naar het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
Op verschillende niveaus van onze organisaties is er intensief contact om het slachtoffer zo goed mogelijk te helpen. Om bij de top te beginnen: onlangs waren de voorzitter van onze Commissie Ludo Goossens en ik te gast bij de Raad van Toezicht van Slachtofferhulp Nederland. We hebben gesproken over de huidige wijze van samenwerking en onze plannen hoe we dit kunnen uitbouwen in de toekomst. Enkele weken daarvoor was Harry Crielaars (Raad van Bestuur Slachtofferhulp Nederland) aanwezig bij de maandelijkse vergadering van onze Commissie en heeft daar de inhoudelijke discussie meegemaakt over een aantal beleidsontwikkelingen die bij ons spelen. Harry en ik treffen elkaar periodiek in de Kerngroep slachtofferbeleid onder leiding van het ministerie van Veiligheid en Justitie, waaraan ook andere ketenpartners deelnemen. Deze week sprak ik met de directeur Juridische Dienstverlening van Slachtofferhulp Nederland de verschillende dossiers door die ons momenteel bezighouden. Begin volgend jaar is een vergadering met beide managementteams gepland. We houden elkaar dus goed op de hoogte van wederzijdse acties en ontwikkelingen.
Onze medewerkers treffen elkaar ook regelmatig. De beleidsmedewerkers weten elkaar goed te vinden op een veelheid van dossiers en trekken daarin samen op. Enkele juristen binnen mijn organisatie geven voorlichting over de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming en onze werkwijze en zij zijn contactpersoon voor een bepaalde regio van Slachtofferhulp Nederland. Zo kan een persoonlijke band tussen de medewerkers ontstaan. Dat bevordert de goede communicatie en samenwerking. En daarmee is het slachtoffer gebaat.

Onze taken maken dat we verschillende organisaties zijn, het is niet aangewezen die in één organisatie te vatten. Ons gezamenlijk doel is dat het slachtoffer zo snel en goed mogelijk wordt ondersteund en er zo min mogelijk ongemak van heeft dat wij twee afzonderlijke organisaties zijn. We zijn in dat kader op een goede weg en we zien nog veel mogelijkheden om de samenwerking verder vorm te geven.

www.schadefonds.nl

dinsdag 22 september 2015

Harnas

Door: Carol van Nijnatten, lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Tijdens hoorzittingen bij het Schadefonds heb ik mensen ontmoet die als kind seksueel werden misbruikt. De slachtoffers vertellen wat hen (meestal lang geleden) is overkomen in een kindertehuis of bij een pleeggezin. De slachtoffers verschillen onderling, maar de meesten blijken in staat uitgebreid te vertellen over wat hen is overkomen. Ze weten nog de namen van de groepsleiders en die van groepsgenoten en beschrijven vaak tot in detail de paviljoens waar ze woonden. Wat mij steeds weer opvalt is dat ze met droge ogen verslag doen van de meest verschrikkelijke zaken. Enkelen raken geagiteerd tijdens hun verhaal maar de meesten hebben opgeschreven of vertellen stap voor stap wat er gebeurde, maar zelden wordt een slachtoffer overmand door de inhoud van zijn verhaal.
De psychoanalyticus Louis Tas sprak over ‘vermijding van rouw’. Hij beschrijft hoe Joodse slachtoffers met understatements en andere middelen proberen de scherpe kanten van hun oorlogsgeschiedenis te verzachten. En hoe zij de verontwaardiging van de volgende generatie tegemoet moeten zien omdat ze overleefd hebben of het verwijt kunnen krijgen dat zij zich als volk hebben laten vernietigen.

De slachtoffers van seksueel misbruik lijken zich ook te harnassen tegen hun eigen gevoelens en de reacties van omstanders. Ik zag het treffend verbeeld in de klassieke Amerikaanse film ‘Good Will Hunting’ over een jonge conciërge met een wiskundeknobbel op een technische school.  Hij verprutst zijn talenten en de relatie met zijn leuke vriendin. Wat is er mis met die jongen? Will is als kind herhaaldelijk door zijn stiefvader in elkaar geslagen. Nu kan hij op zijn beurt zijn handen niet thuis houden en belandt in de cel. Hij mag er op voorspraak van de wiskundeleraar uit als hij zich onder behandeling stelt van therapeut Sean Maguire. In een aangrijpende scène aan het einde van de film bekent de therapeut dat hij als kind ook is mishandeld. Sean loopt langzaam op Will af en zegt dat de shit uit zijn dossier niet zijn fout is. Dat herhaalt hij tien keer ‘It’s not your fault’. Will voelt zich ongemakkelijk bij die confrontatie en probeert zich nog een beetje uit de situatie te redden: ‘I know, I know’’. Dan wordt hij boos, begint te schreeuwen en duwt Sean weg totdat hij breekt en in huilen uitbarst.

Uiteraard is dat een aangedikte Hollywood dialoog die in het echt leven niet voorkomt. Toch laat het zien hoe diep de ellende van geweld tegen kinderen kan zijn weggestopt, hoe stevig de deksel op de beerput kan zitten en hoe geharnast de slachtoffers van geweld door het leven kunnen gaan. Hoewel ik geen Sean Maguire ben en het  Schadefonds Hollywood niet is, ik gun die slachtoffers allen hun Will Hunting-moment.

www.schadefonds.nl

dinsdag 9 juni 2015

Goed geland


Door: Monique de Groot, directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven

Mijn vierde week bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven al weer. De tijd gaat snel. Op 11 mei jongstleden wandelde ik daar als directeur binnen. Inmiddels ben ik een hoop (eerste) indrukken wijzer en tegelijkertijd heb ik het gevoel dat ik er nog veel zal opdoen. Wàt een diverse organisatie, wàt een betrokken medewerkers en commissieleden! Het voelde al na enkele dagen als ‘thuis’. En dat wil wat zeggen voor iemand die de laatste 25 jaar op het ministerie van Veiligheid en Justitie werkzaam is geweest. Op heel verschillende plekken binnen dat ministerie overigens, maar toch heel anders dan het Rijswijkse. Ik werd vanuit alle kanten zeer warm welkom geheten.

Nina Huygen, die de laatste vier jaar leiding heeft gegeven aan het Schadefonds, heeft een mooie en professioneel werkende organisatie achtergelaten. Dat geeft mij de ruimte om zowel de organisatie als de partners waarmee we samenwerken nader te leren kennen. Om de ontwikkelingen op het terrein van het slachtofferbeleid en de relatie daarvan met onze organisatie te bezien. En van daaruit te beoordelen op welk terrein nog verandering en verbetering kan plaatsvinden.
Mijn eerste weken staan daarom vooral in het teken van kennismaking. Met de medewerkers van het Schadefonds en het werk dat zij doen: het bieden van een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers van geweldsmisdrijven met ernstig psychisch of fysiek letsel tot gevolg en op die wijze het onrecht erkennen dat hen is aangedaan. En waar de medewerkers bij het beoordelen van de aanvragen tegen aanlopen. Zoals bij veel organisaties betreft dat momenteel de invoering van een nieuw ICT systeem waarin de aanvragen van slachtoffers voortaan papierloos worden behandeld. Dat moet leiden tot een snellere en meer efficiënte afhandeling van de verzoeken en dus - samen met het recent ingevoerde all-in beleid en de meer burgergerichte werkwijze - tot een betere dienstverlening aan slachtoffers. Werken met een nieuw ICT systeem gaat niet vanzelf en vereist naast aanpassing van de bits en de bytes ook aanpassing van de medewerkers en werkafspraken. Daar zitten we nu volop in.
Dat nieuwe systeem is voorwaarde voor een gezonde toekomst van het Schadefonds. Een toekomst waarin we wellicht ook andere regelingen kunnen uitvoeren, zoals nu met de regelingen voor seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen. Een toekomst ook waarin we tijd- en plaatsonafhankelijk gaan werken. Ons nieuwe werken gaat gepaard met de verhuizing van de organisatie naar Den Haag in april 2016. Dan trekken we in bij de Raad voor de rechtspraak aan de Hoge Nieuwstraat. Het is een uitdaging om te verhuizen met ongeveer 80 medewerkers terwijl de dienstverlening aan de slachtoffers gewoon doorgaat.

Een belangrijke inhoudelijke opdracht zie ik in het verbeteren van de bekendheid van het Schadefonds voor slachtoffers . De dienstverlening die wij bieden wordt gewaardeerd, zo blijkt uit wat wij horen, maar vaak wordt daarbij opgemerkt dat het lang duurde voordat men wist dat we bestonden en wat we te bieden hebben. Daar moet wat aan gebeuren en daar zal ik mij de komende periode op richten. Om zowel bij het bredere publiek als bij ‘doorverwijzers’ als politie, Slachtofferhulp Nederland en Openbaar Ministerie meer bekendheid te geven aan wie wij zijn en wat we kunnen betekenen. Ik zal daarbij ook inzetten op andere mogelijke doorverwijzers, zoals de Jeugdzorg en gemeenten. U ziet mij binnenkort langskomen!

www.schadefonds.nl

dinsdag 16 december 2014

Van ‘tijdelijke gril’ naar ‘the next step’: op naar een Slachtofferherstel Organisatie


Door: Nina Huygen, directeur van het Schadefonds Geweldsmisdrijven

Er is de afgelopen decennia veel verbeterd voor slachtoffers van geweldsdelicten en hun nabestaanden; zowel in wet- en regelgeving als in de uitvoering. Maar er is nog steeds een wereld te winnen. Aan duidelijkheid voor het slachtoffer, samenwerking in ‘de keten’ en samenhang tussen de verschillende arrangementen binnen die keten. Het is tijd om de verschillende, losse, ontstane elementen bij elkaar te brengen en om te smeden naar een goed dienstenaanbod in één loket, dat zich richt op herstel van slachtoffers.

De viering van zijn 75e verjaardag op 8 december jl. stond voor mr. Pieter van Vollenhoven vooral in het teken van Fonds Slachtofferhulp, dat hij 25 jaar geleden had opgericht. Terugblikkend op die beginjaren memoreerde hij hoe zijn aandacht voor slachtoffers van geweldsdelicten en verkeerslachtoffers destijds werd afgedaan als een ‘een tijdelijke gril’. Hij kreeg de handen er maar nauwelijks voor op elkaar.

Nu, 25 jaar later, zijn stille tochten voor slachtoffers van geweld een bekend fenomeen. Het nationale eerbetoon bij de ramp met de MH17 was overweldigend massaal. Er is nu volop aandacht voor en solidariteit met slachtoffers. Zorg voor slachtoffers is politiek en maatschappelijk ‘hot’. 

Emancipatie en meer rechten
Niet alleen Van Vollenhoven, ook slachtoffers en nabestaanden zelf zijn zich gaan organiseren en hebben het onderwerp op de agenda gekregen. Dat heeft geleid tot een scala aan rechten op gebied van bejegening en informatie, het spreekrecht, het recht je te voegen in het strafproces om je schade te verhalen. Het spreekrecht is onlangs uitgebreid (onder meer naar aanleiding van de zedenzaak rond Robert M.), zodat ook ouders zich kunnen uitspreken in de rechtszaal. Recent pleitte de voorzitter van de Federatie voor Nabestaanden van Geweldsslachtoffers voor spreekrecht van nabestaanden op tbs-zittingen (VK, 11 december). In reactie daarop liet staatsecretaris Teeven weten dat het ‘nu nog een brug te ver’ is. Maar de formulering van ‘nu nog’ geeft ruimte voor verdere aanpassingen in de toekomst. Kortom: de emancipatie is nog niet voltooid.

Uitvoering verbeterd
Ook in de uitvoering is veel verbeterd. Zoals de introductie van het casemanagement bij Slachtofferhulp Nederland. En bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven de invoering van het ‘burgergericht werken’ met excellente bejegening; en het vereenvoudigen van de tegemoetkoming: van ‘bonnetjes’ naar ‘all in’. Een derde voorbeeld is de wettelijke opdracht aan de rechter zorg te dragen voor een goede bejegening en vaste plek in de rechtszaal voor slachtoffers, en een aparte wachtruimte voor hen daarbuiten. 

Een rol voor de overheid
De wijze waarop een samenleving omgaat met slachtoffers is een graadmeter voor de zorgzaamheid en de betrokkenheid van de staat bij zijn burgers. De wijze waarop slachtoffers hun bejegening door de overheid ervaren bepaalt in hoge mate hun perceptie van en houding tegenover die overheid. Door te investeren in hulp en herstel van slachtoffers bindt de overheid haar burgers en geeft ze vertrouwen in de ‘core’ instituties, zoals het recht. Door te investeren wordt bovendien uitval op de lange duur, door psychische schade, voorkomen. Nu gebeurt dat nog te vaak, met alle (economische) gevolgen van dien: ziekteverzuim, studievertraging, ziektekosten. Om van de gevolgen voor de personen zelf nog maar te zwijgen.
De overheid heeft een verantwoordelijkheid en een taak als het gaat om slachtofferzorg. Nu is die nog te versnipperd georganiseerd. Daar ligt een kans op verdere verbetering.

Duidelijkheid voor het slachtoffer
Gelukkig wordt niet iedereen slachtoffer van een geweldsdelict. Maar als zoiets je overkomt, moet er adequate hulp zijn. De toegang tot hulp, ondersteuning, erkenning en compensatie moet simpel en effectief zijn. Zonder poespas. Nu is dat niet altijd zo. Voor praktische, emotionele en juridische ondersteuning kun je terecht bij Slachtofferhulp. Voor een financiële tegemoetkoming bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Of bij je verzekering. Of bij de dader. Via het strafrecht. Of met een civiele procedure. En dan is er ook nog Fonds Slachtofferhulp. En o ja, in ernstige zaken heeft de politie familierechercheurs ter beschikking en de Officier van Justitie kan je ook bijstaan voor juridische vragen en begeleiding in het strafproces. En trouwens, die ondersteuning biedt Slachtofferhulp in sommige gevallen ook.
Je moet bijna het institutionele landschap kennen om te weten bij wie je waarvoor moet aankloppen. Dat kan toch simpeler? Het moet voor een slachtoffer niet uitmaken hoe ‘het veld’ of ‘de keten’ is georganiseerd. Dat is een ‘next step’ om te nemen.

Samenwerken en samenhang
In mijn ogen is het tijd om te werken aan een stevige ‘slachtofferzuil’ binnen het Justitiedomein van de overheid. Niet om daarmee alle verantwoordelijkheid weg te halen bij daders en slachtoffers zelf – integendeel. Maar wel om optimale, heldere en toegankelijke ondersteuning te bieden aan mensen die een heftige ervaring van een geweldsdelict overkomt, voor zover ze dat nodig hebben. We moeten niet wachten tot mensen vastlopen. Mensen zijn enorm veerkrachtig, maar hebben soms ondersteuning nodig om een heftige gebeurtenis te boven te komen, te herstellen. Erkenning geven dat het om iets ernstigs gaat, dat rechten zijn geschonden, is een onderdeel van die weg naar herstel. En een financiële tegemoetkoming is dat ook.

Goede dienstverlening voorop
Door een meelevende en respectvolle bejegening ervaren burgers dat ze deel uitmaken van een gemeenschap die om hen geeft. Dat geldt voor elke burger, en voor slachtoffers in het bijzonder. Een passende behandeling krijgen gaat verder dan hulp. Het gaat erom op een goede manier te verwerken wat er is gebeurd en verder te kunnen na zo’n ingrijpende gebeurtenis. Het gaat om herstel.

Geen valse tegenstellingen
Een aantal nuanceringen wil ik wel plaatsen. De lijn tussen daders en slachtoffers is vaak wel, maar niet altijd te trekken. Soms is het slachtoffer degene die het hardst of het eerst naar de politie rent, na een knokpartij. Dat merkt ook de reclassering, die een onderzoek liet uitvoeren naar slachtoffergericht werken binnen hun organisatie.

Een andere is deze. Het is goed dat de dader verantwoordelijk wordt gesteld voor zijn daden. Maar is het in alle gevallen reëel dat de kosten altijd en volledig op een dader wordt verhaald? Niet alleen vanuit het perspectief van haalbaarheid (‘van een kale kip valt niet te plukken’), maar ook vanuit het oogpunt van legitimiteit. Je hebt je straf uitgezeten, moet resocialiseren, maar hebt nog wel een hoge schuld af te lossen aan het slachtoffer. Gaat je dat lukken? En gaat het helpen bij de zo gewenste resocialisatie?
Dat zijn vragen waar we goed over moeten nadenken voordat we klakkeloos roepen dat alles beter voor het slachtoffer moet. Aandacht voor slachtoffers: zeer terecht. Van Vollenhoven is al lang geen roepende meer in de woestijn. Maar we moeten niet doorslaan, en geen valse tegenstellingen creëren tussen zorg voor slachtoffers en voor daders. De overheid heeft een verantwoordelijkheid naar beiden.

Naar een Slachtofferherstel Organisatie
Alle verbeteringen tot nu toe zijn vooral gebaseerd op incidentele ontwikkelingen bij de slachtoffergerichte organisaties. Dat maakt dat op dit moment juist in de samenhang nog veel winst valt te boeken. Zodat slachtoffers ook echt één ingang krijgen, waarachter zich excellente dienstverlening organiseert, inclusief de financiële kant. Die ze nu nog veel te vaak niet weten te vinden doordat de doorverwijzing niet optimaal loopt. In mijn ogen zouden we het Schadefonds Geweldsmisdrijven en Slachtofferhulp Nederland moeten samenvoegen tot een Slachtofferherstel Organisatie, die verder professionaliseren en positioneren als een ‘zuil’ binnen het Justitie domein. Dat is mijn droom voor de ‘één loket’ gedachte uit het regeerakkoord. Daar is geen 25 jaar voor nodig, voor 2020 kan het er staan. Aan de slag!

www.schadefonds.nl