Posts tonen met het label jeugdzorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jeugdzorg. Alle posts tonen

donderdag 16 juli 2015

Meer slachtoffers en langer de tijd

Nu de werking van de financiële regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg in het najaar 2015 een einde neemt, sloeg ik opnieuw het rapport van de commissie Samson uit oktober 2012 op. “Omringd door Zorg, toch niet veilig” blijft het lezen meer dan waard.
Ik wil deze blog gebruiken om een aantal observaties met u te delen.

Het rapport Samson begint met vier korte voorbeelden van seksueel misbruik en dat helpt het probleem te definiëren. Neem het verhaal van het 11 jaar oude meisje Esmeralda, mishandeld en seksueel misbruikt door haar vader, daarna via een meldpunt kindermishandeling uit huis geplaatst en in een jeugdzorginstelling terechtgekomen. Daar is zij uiteindelijk ook weer misbruikt maar dan door een groepsleider.

Allereerst komt het lezen van deze voorbeelden in de verste verte niet in de buurt van het spreken met een slachtoffer van dergelijk misbruik zelf. Ik voer dergelijke gesprekken nu inmiddels meer dan anderhalf jaar en keer op keer ben ik weer geraakt door de verwoesting die in mensenlevens is aangericht. En dat terwijl ik toch  in mijn functie als strafrechter gewend ben heel ernstige zaken te berechten en met verdachten van zeer ernstige delicten te spreken.

Ten tweede merk ik dat gesprekken met slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugdzorg, in het kader van de regelingen die daarvoor dit jaar nog gelden, in zekere zin gemakkelijker zijn omdat de te nemen beslissing minder gecompliceerd is. Die is juridisch eenvoudiger. Anderzijds zijn de gesprekken, in de zin van ervaringen en emotionele belasting, veel moeilijker en aangrijpender, juist omdat ze je zo onontkoombaar raken als je de beschadiging van mensen ziet en voelt. Ook heb ik in die gesprekken aan den lijve ondervonden hoezeer mensen hebben moeten worstelen voordat ze in staat waren het verhaal van hun misbruik, en hun vaak ingrijpend negatief beïnvloede leven, konden vertellen.
Het is vanuit die ervaring dat ik hier de overheid in overweging geef om  gevolg te geven aan het verzoek van de lotgenotenorganisaties om de werking van de huidige regelingen te verlengen. Om zo de slachtoffers een kans te geven hun verhaal in alle rust te vertellen tegen een onafhankelijke vertegenwoordiger van de overheid als zij, tot op dit moment, om wat voor reden dan ook, daartoe nog niet in staat waren. Hetzij in het kader van de Tijdelijke regeling, hetzij het Statuut, beiden uitgevoerd door het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

In de derde plaats observeer ik dat we de afgelopen periode bij het Schadefonds een aantal aanvragen hebben moeten afwijzen om formele redenen. Ze vielen om juridische redenen niet onder de werking van de regelingen, bijvoorbeeld omdat het niet om jeugdzorginstellingen ging. Deze zaken van seksueel misbruik speelden zich wel binnen een residentiële setting van bijvoorbeeld jeugdpsychiatrie of zorg voor (jeugdige) mensen met een lichamelijke beperking, maar zij vielen toch dan buiten de grens van de Tijdelijke regeling en de Statuut regeling seksueel misbruik in de jeugdzorg.

Tenslotte.
De derde observatie doe ik ook weer tegen de achtergrond van de overtuiging dat seksueel misbruik moet hebben plaatsgevonden - en helaas misschien nog plaatsvindt - in elke residentiële setting waar macht wordt uitgeoefend over pupillen.

Het is met name dat onderdeel van de observatie dat maakt dat ik het juridisch onderscheid wrang en slecht verdedigbaar vind. Ik vind dat voor elk seksueel misbruik binnen een residentiële setting, waar machtsverhoudingen een rol spelen, een gemakkelijk toegankelijke regeling zou moeten gelden voor schadeloosstelling van slachtoffers.
Liefst te betalen door de verantwoordelijke organisatie, maar als het niet anders kan, dan als vangnet, in een collectieve regeling.

En laat duidelijk zijn: waar zich dat nu voordoet, kunnen slachtoffers nu natuurlijk al terecht bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zij zullen bij ons een luisterend oor vinden en een welwillende behandeling.

Zo’n regeling is voor de erkenning van de betrokken slachtoffers van groot belang voor het herstel van hun vertrouwen, in de omgeving en de rechtsstaat. Maar ik denk dat zo’n regeling minstens zo belangrijk voor de gezondheid van de betrokken organisaties zelf.

Ludo Goossens
Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

www.schadefonds.nl


donderdag 9 april 2015

All-inclusive

Door: Janny Dierx, adviseur en mediator, lid commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

In de vakantiewereld is ‘all-in’ niet zonder meer een aanbeveling. Ik krijg in ieder geval associaties met strandhotels waar gezette vakantiegangers hun bordjes te vol laden en waar al bij het ontbijt de eerste cocktails achterover gaan. Persoonlijk prefereer ik een vakantie met self-catering: ik bepaal liever zelf wanneer en waar ik eet en drink. En dan liever lekker dan veel.

All-in noemen wij bij het Schadefonds de bedragen die we uitkeren als tegemoetkoming aan slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven. Zelf beschouwen we deze nieuwe praktijk als een verbetering. Tot voor kort werkten we met tientallen verschillende soorten schadevergoeding en moesten slachtoffers hun claims onderbouwen met bonnetjes met cijfers tot achter de komma. Ook juristen van het Schadefonds waren er druk mee. Dat hoeft nu niet meer. Slachtoffers ontvangen afhankelijk van de ernst van hun letsel een rond bedrag. Er zijn zes categorieën tussen de € 1.000 en € 35.000.

We zijn benieuwd naar de effecten van deze nieuwe manier van uitkeren. Zouden er ook nadelen zitten aan het all-in concept? Het woord alleen al wekt misschien de indruk dat de schade vanaf nu helemaal wordt vergoed. Wat dat betreft is verwachtingenmanagement nog steeds nodig: een uitkering uit het Schadefonds is en blijft een tegemoetkoming.

Bij het toekennen van tegemoetkomingen aan de mensen die in het verleden te maken hebben gehad met seksueel misbruik in de jeugdzorg, deed het Schadefonds al ervaring op met het toekennen van ronde bedragen. Een van die zaken staat op mijn netvlies gegrift. Het ging om een zestig jarige man. Vanaf zijn veertiende had hij te maken met seksueel misbruik. Het had hem ongelooflijk veel moeite gekost om de gevolgen daarvan op de rest van zijn levensloop onder ogen te zien en te aanvaarden. Hij kreeg een tegemoetkoming en ontving een mooi rond bedrag.

In eerste instantie was hij er blij mee geweest, vertelde hij bij het toelichten van zijn bezwaarschrift. Daarna had hij gedacht: waarom dit bedrag? Waarom niet hoger? Waarom kijkt het Schadefonds helemaal niet naar de verwoestende gevolgen van het seksueel misbruik op de rest van mijn leven? En wat kan ik hier nu eigenlijk echt mee?

‘Wat zou je het liefst willen?’ vroeg ik hem. Hij aarzelde geen moment: het liefst zou hij naar het conservatorium gaan: “Die kans heb ik verspeeld toen ik jong was. En nu is het te laat. Welk conservatorium zou een zestigjarige aannemen? En met deze tegemoetkoming kan ik dat ook nog niet helemaal betalen.”

We konden we op de hoorzitting goed met elkaar praten over de beperkingen van de regelingen die het Schadefonds uitvoert. Het schoot door mij heen: waarom kunnen we dat eigenlijk niet organiseren? Waarom kunnen we als maatschappij niet organiseren dat slachtoffers van ernstige misdrijven alsnog een droom kunnen verwezenlijken? Dat zij ook maatwerk kunnen krijgen? In feite kunnen we dan pas met recht en reden spreken van all-inclusive beleid: inclusief self-catering.

www.schadefonds.nl

woensdag 25 juni 2014

De vlucht

Door: Carol van Nijnatten, Lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Je kunt een kind uit een misbruiksituatie halen, maar kan je het misbruik ook uit het kind halen? Deze variatie op de slogan van Warchild drong zich op na het lezen van de debuutroman ‘De vlucht’ van de Spaanse schrijver Jesús Carrasaco. Het is het verhaal van een jongen die door de rechter van zijn woonplaats en met medeweten van zijn vader is misbruikt.
Meer komen we over het verleden niet te weten. Des te meer over wat er daarna gebeurt. Een barbaarse vlucht over het onherbergzame Spaanse platteland. De jongen trekt op met een geitenhoeder die als geen ander de droogte, de honger en onrust kent van de trektocht. Zij reizen ’s nacht zodat niemand ze ziet, stoken geen vuur opdat hun achtervolgers hen niet ontdekken en maken geen contact met andere mensen zodat zij niet worden verraden.

 We weten weinig over wat er is voorgevallen, maar lezen alles over de verschrikkelijke gevolgen: de levenslange vlucht voor het verleden, de opsluiting in de geschiedenis en de permanente angst terug te vallen in de klauwen van de verkrachter. Hoe ontstellend moet het misbruik niet zijn als het slachtoffer de vlucht verkiest, weg van het dagelijkse leven met andere mensen?

De verzengende hitte van het Spaanse platteland en de dagelijkse schaarste aan water symboliseren de situatie van het misbruikte kind. Water is leven. De dagelijkse kwelling van dorst die met vervuild water wordt gelest, verwijst naar het gevecht van misbruikslachtoffers nog een zin in hun leven te ontdekken.

Is de vlucht een bevrijding? Ja, het is de verlossing van de verkrachter, zeker als de vluchteling erin slaagt zich aan de greep van het verleden te ontworstelen. De vlucht is ook de drang te overleven. Bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven zien we dat slachtoffers er uiteindelijk, vaak in de tweede helft van hun leven, toch in slagen het vertrouwen in andere mensen te herstellen doordat zij - met een financiële tegemoetkoming - eindelijk erkenning hebben gekregen voor het onrecht dat hun lange tijd is aangedaan.

www.schadefonds.nl

dinsdag 6 mei 2014

Ongeloof

Door: Carol van Nijnatten, Lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Na bijna veertig jaar werk in en met de kinderbescherming kan ik nog steeds niet wennen aan het geweld dat kinderen dagelijks ondergaan. Mijn promotieonderzoek betrof  rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming. Ik spitte voor dat onderzoek zo’n 150 dikke dossiers door. Ze vertelden de dramatische geschiedenissen van gebroken gezinnen uit, vooral maar niet alleen, de onderste klassen van de samenleving. Geen geld, geen baan, geen toekomst  en geen zelfbeheersing. Wel een aaneenschakeling van teleurstelling, drank en geweld. Kinderen waren het slachtoffer van  slaag, verlating, exploitatie, seksueel misbruik en nog meer slaag. Ook in latere (dossier)onderzoeken hield het geweld aan. Waren gezinnen echt zo onveilig?
Eind jaren tachtig toonde Nel Draijer aan dat ruim een op de zeven vrouwen een of meerdere keren door familieleden was misbruikt. Ik kon het eigenlijk niet geloven. Dat kon toch gewoon niet waar zijn. Was het nu echt nodig dat er in Mexicostad tijdens spitsuren speciale metro’s reden waar alleen vrouwen in werden toegelaten?
Waren mannen echt zo …?
Toen ik begin deze eeuw steeds vaker las dat seksueel misbruik van kinderen ook baby’s en peuters betrof en dat recentelijk nog eens werd bevestigd door het strafrechtelijk onderzoek naar het misbruik door Robert M, dacht ik ‘dat moeten toch fabeltjes zijn’. Wie wil er nu met een kind, een peuter …?

Sinds een klein jaar ben ik lid van de Raadkamer Statuut, dat is een afdeling van het Schadefonds die beslist of slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugdzorg in aanmerking komen voor een financiële vergoeding door de jeugdzorginstelling.
Nu lees en hoor ik de verhalen van de slachtoffers zelf. Hoe zij, vaak jarenlang, seksueel geweld moesten ondergaan, hoe zij het aan niemand konden of durfden te vertellen, hoe ze aan hun lot waren overgelaten.
Soms vertellen ze hun verhaal met schroom en schaamte, soms kunnen ze het alleen vertellen door de mond van een vertrouwenspersoon. Hun verhalen zijn geloofwaardig. Ik geloof ze. Maar zouden jeugdzorgwerkers nu echt …?


Dat blijf ik ongelooflijk vinden.

www.schadefonds.nl