Door: Carol van Nijnatten, lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Seksueel misbruik van kwetsbare mensen blijft niet beperkt tot de Nederlandse jeugdzorg. Mondiaal wordt een op de vijf vrouwen verkracht of op andere wijze seksueel misbruikt (Rode Kruis). Verkrachting is een oorlogswapen. Volgens Denis Mukwege die dit jaar bijna de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, zijn de massale verkrachtingen van vrouwen en kinderen een wapen in de onderlinge strijd van Congolese strijdgroepen. In niet mis te verstane woorden laat hij op internationale podia zijn afschuw blijken over deze mensonterende praktijken. Mukwege is gynaecoloog en heeft in Congo een ziekenhuis (Panzi) opgericht, waar hij slachtoffers van seksueel geweld opereert. In de afgelopen vijftien jaar heeft hij al meer dan 40.000 hersteloperaties uitgevoerd.
Kinderen ontspringen de dans niet. Volgens War Child zijn wereldwijd 30 miljoen oorlogskinderen slachtoffer van seksueel misbruik. 30 Miljoen! Maar niet alleen in oorlogssituaties. In oktober werden in India twee 17-jarige jongens gearresteerd nadat zij een meisje van 2 ½ jaar in de trein hadden verkracht. Mukwege jongste patiënte was zes maanden oud!
Het blijft niet bij violeren (een term die het gewelddadige en ontheiligende karakter van verkrachting onderstreept), het gaat ook om bruut geweld tegen de vrouwelijke en kinderlijke sekse. De sekse wordt letterlijk kapot geschoten. Mukwege probeert te redden wat er te redden valt.
De gebeurtenissen in Congo roepen herinneringen op aan de roman ‘Heart of Darkness’ van Joseph Conrad. De hoofdpersoon Marlow vaart stroomopwaarts naar de donkere binnenlanden van de Congo waar de wetten van de jungle gelden en niet die van de menselijke beschaving. De bootreis is zo ook een reis naar de zwarte diepte van de menselijke geest. Als het individu niet door de sociale omgeving in toom wordt gehouden, kan hij zich tot een monster ontwikkelen. Mutwege noemt de massale verkrachtingen een uiting van wetteloosheid. Het is een dieptepunt in de verhouding tussen de seksen en de generaties. Het gaat de verkrachters om de meest kwetsbaren en daarom is het geen specifieke vrouwenkwestie is, maar een van menselijkheid. Mukwege: “Mannen hebben de verantwoordelijkheid hieraan een einde te maken”
In 2012 ontsnapte Mukwege ternauwernood aan een moordaanslag. Zijn lijfwacht werd gedood. Hij verbleef enkele maanden in België maar keerde terug op verzoek van de vrouwen die door hen waren geholpen.
Mukwege is dus een held. Is hij ook een heilige die wij kunnen aanroepen een einde te maken aan dit onrecht? Op die vraag zou hij minzaam ‘nee’ knikken. Wat zou een dergelijke verering immers veranderen aan het lot van de misbruikten? De Nobelprijs kan hem gestolen worden. Het komt erop aan de situatie van de slachtoffers in Congo en elders te veranderen. “Elke dag moet je jezelf afvragen wat heb ik voor iemand anders gedaan. Dan besef je beter dat niet alles om jou draait”.
De beschermheilige Mukwege predikt geen aanbidding maar initiatief. Niet alleen in Congo maar overal ter wereld en dus ook in onze Nederlandse jeugdzorg.
www.schadefonds.nl
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming, en erkent daarmee het onrecht dat hen is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen.
Posts tonen met het label seksueel misbruik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label seksueel misbruik. Alle posts tonen
dinsdag 1 maart 2016
dinsdag 8 december 2015
Een jaar lang zonder bonnetjes
Door: Siewert Lindenbergh, lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
In november 2014 maakte het Schadefonds een grote wending: van wel 26 individuele schadeposten naar zes vaste categorieën met ronde bedragen als tegemoetkoming. Een jaar later is het tijd voor een grondige evaluatie: wat zijn de reacties van slachtoffers, van ketenpartners? Is bereikt wat we voor ogen hadden? Wat zijn de verbeterpunten?
Op 6 november werd de aftrap gegeven in een evaluatiemiddag met medewerkers en Commissieleden van het Schadefonds, met onderzoekers van de Universiteit Leiden die het evaluatieonderzoek gaan uitvoeren en met enkele gasten, van Slachtofferhulp Nederland en van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Aan de hand van een aantal vragen is geïnventariseerd wat de eerste indrukken zijn.
Wat was ook alweer de aanleiding voor het nieuwe beleid? Uit onderzoek was gebleken dat ontvangers over het algemeen tevreden waren met de door hen ontvangen tegemoetkoming, maar dat zij behoefte hadden aan meer voorspelbaarheid, dat zij doorgaans geen idee hadden van de componenten (vermogensschade/immateriële schade) waaruit hun tegemoetkoming bestond, en dat zij veelal ook geen idee hadden dat het ging om een tegemoetkoming in plaats van een schadevergoeding. Verder was er enige wrevel over de wijze van afwikkeling door de grote hoeveelheid informatie die van aanvragers werd verlangd. Dat laatste leidde bovendien tot schijnprecisie: het uitvragen op 26 schadeposten en toekennen van bedragen achter de komma oogde weliswaar precies, maar in werkelijkheid ging het – vanwege het tegemoetkomingskarakter en de wettelijke maxima – om afgetopte bedragen die doorgaans de werkelijk geleden schade niet dekten. En dat kostte veel tijd en aandacht, zowel van de aanvragers als van de Schadefondsmedewerkers. Dat alles leidde tot de gedachte om minder tijd te steken in het uitmeten van de schade en meer te investeren in individueel contact. Daarbij speelde een rol dat inmiddels ervaring was opgedaan met ongedifferentieerde tegemoetkomingsbedragen in de regelingen inzake seksueel misbruik in de jeugdzorg waaraan het Schadefonds uitvoering geeft.
En wat waren de bedoelingen van het nieuwe beleid? Kwade tongen hebben beweerd dat het zou gaan om een bezuinigingsoperatie. Dat is niet juist: altijd heeft voorop gestaan om ten minste hetzelfde bedrag aan tegemoetkomingen uit te keren als onder het oude beleid. De belangrijkste doelen waren het vergroten van voorspelbaarheid voor aanvragers, het benadrukken van het tegemoetkomende karakter van de uitkering, verkorting van de beslistermijnen, vermindering van gedeeltelijke afwijzingen, begrijpelijkere beslissingen en een forse afname van de aanvullende aanvragen en van bezwaar- en beroepszaken. De gedachte was ook dat deze ontwikkelingen medewerkers meer tijd zouden geven voor individueel contact met de aanvragers en voor andere activiteiten zoals voorlichting. Verder bestond de wens om het oog van de aanvrager meer te richten op de toekomst (hoe helpt een tegemoetkoming mij vooruit?) en minder terug te blikken op het verleden (wat is mij overkomen en hoe ziet mijn schade er precies uit?)
In een rapportcijfer uitgedrukt kreeg het nieuwe beleid tijdens de eerste evaluatiemiddag een ruime voldoende (7,5 a 8). Als succesvol werden benoemd de toegenomen snelheid van afwikkeling, meer oog en tijd voor persoonlijk contact met de aanvrager, prettiger werken zonder onderzoek naar bonnetjes, minder complexe formulieren en minder aanvullende aanvragen. Maar er werden ook verbeterpunten genoemd: de schade volgt niet altijd het letsel omdat relatief bescheiden letsels soms forse schade – bijvoorbeeld verlies aan arbeidsvermogen – kunnen veroorzaken, er komt nu veel druk te staan op indeling in de juiste letselcategorie en die indeling kan soms evenwichtiger, de kosten van rechtsbijstand bij aanvragen worden niet meer vergoed. Verder werden reserves gemaakt voor de verrekening met later ontvangen betalingen (bijvoorbeeld van de dader), omdat die pas later volgt en nog onduidelijk is hoe het beleid hier uitpakt.
Dit zijn natuurlijk voorlopige indrukken, want het echte evaluatieonderzoek door de Universiteit Leiden moet nog starten. Bovendien gaat het er bij het nieuwe beleid natuurlijk niet om of het Schadefonds of de ketenpartners er blij mee zijn, maar vooral of het door de aanvragers en ontvangers als een verbetering wordt ervaren. Naar die ervaringen zien wij met belangstelling uit. Wordt vervolgd dus.
www.schadefonds.nl
In november 2014 maakte het Schadefonds een grote wending: van wel 26 individuele schadeposten naar zes vaste categorieën met ronde bedragen als tegemoetkoming. Een jaar later is het tijd voor een grondige evaluatie: wat zijn de reacties van slachtoffers, van ketenpartners? Is bereikt wat we voor ogen hadden? Wat zijn de verbeterpunten?
Op 6 november werd de aftrap gegeven in een evaluatiemiddag met medewerkers en Commissieleden van het Schadefonds, met onderzoekers van de Universiteit Leiden die het evaluatieonderzoek gaan uitvoeren en met enkele gasten, van Slachtofferhulp Nederland en van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Aan de hand van een aantal vragen is geïnventariseerd wat de eerste indrukken zijn.
Wat was ook alweer de aanleiding voor het nieuwe beleid? Uit onderzoek was gebleken dat ontvangers over het algemeen tevreden waren met de door hen ontvangen tegemoetkoming, maar dat zij behoefte hadden aan meer voorspelbaarheid, dat zij doorgaans geen idee hadden van de componenten (vermogensschade/immateriële schade) waaruit hun tegemoetkoming bestond, en dat zij veelal ook geen idee hadden dat het ging om een tegemoetkoming in plaats van een schadevergoeding. Verder was er enige wrevel over de wijze van afwikkeling door de grote hoeveelheid informatie die van aanvragers werd verlangd. Dat laatste leidde bovendien tot schijnprecisie: het uitvragen op 26 schadeposten en toekennen van bedragen achter de komma oogde weliswaar precies, maar in werkelijkheid ging het – vanwege het tegemoetkomingskarakter en de wettelijke maxima – om afgetopte bedragen die doorgaans de werkelijk geleden schade niet dekten. En dat kostte veel tijd en aandacht, zowel van de aanvragers als van de Schadefondsmedewerkers. Dat alles leidde tot de gedachte om minder tijd te steken in het uitmeten van de schade en meer te investeren in individueel contact. Daarbij speelde een rol dat inmiddels ervaring was opgedaan met ongedifferentieerde tegemoetkomingsbedragen in de regelingen inzake seksueel misbruik in de jeugdzorg waaraan het Schadefonds uitvoering geeft.
En wat waren de bedoelingen van het nieuwe beleid? Kwade tongen hebben beweerd dat het zou gaan om een bezuinigingsoperatie. Dat is niet juist: altijd heeft voorop gestaan om ten minste hetzelfde bedrag aan tegemoetkomingen uit te keren als onder het oude beleid. De belangrijkste doelen waren het vergroten van voorspelbaarheid voor aanvragers, het benadrukken van het tegemoetkomende karakter van de uitkering, verkorting van de beslistermijnen, vermindering van gedeeltelijke afwijzingen, begrijpelijkere beslissingen en een forse afname van de aanvullende aanvragen en van bezwaar- en beroepszaken. De gedachte was ook dat deze ontwikkelingen medewerkers meer tijd zouden geven voor individueel contact met de aanvragers en voor andere activiteiten zoals voorlichting. Verder bestond de wens om het oog van de aanvrager meer te richten op de toekomst (hoe helpt een tegemoetkoming mij vooruit?) en minder terug te blikken op het verleden (wat is mij overkomen en hoe ziet mijn schade er precies uit?)
In een rapportcijfer uitgedrukt kreeg het nieuwe beleid tijdens de eerste evaluatiemiddag een ruime voldoende (7,5 a 8). Als succesvol werden benoemd de toegenomen snelheid van afwikkeling, meer oog en tijd voor persoonlijk contact met de aanvrager, prettiger werken zonder onderzoek naar bonnetjes, minder complexe formulieren en minder aanvullende aanvragen. Maar er werden ook verbeterpunten genoemd: de schade volgt niet altijd het letsel omdat relatief bescheiden letsels soms forse schade – bijvoorbeeld verlies aan arbeidsvermogen – kunnen veroorzaken, er komt nu veel druk te staan op indeling in de juiste letselcategorie en die indeling kan soms evenwichtiger, de kosten van rechtsbijstand bij aanvragen worden niet meer vergoed. Verder werden reserves gemaakt voor de verrekening met later ontvangen betalingen (bijvoorbeeld van de dader), omdat die pas later volgt en nog onduidelijk is hoe het beleid hier uitpakt.
Dit zijn natuurlijk voorlopige indrukken, want het echte evaluatieonderzoek door de Universiteit Leiden moet nog starten. Bovendien gaat het er bij het nieuwe beleid natuurlijk niet om of het Schadefonds of de ketenpartners er blij mee zijn, maar vooral of het door de aanvragers en ontvangers als een verbetering wordt ervaren. Naar die ervaringen zien wij met belangstelling uit. Wordt vervolgd dus.
www.schadefonds.nl
dinsdag 22 september 2015
Harnas
Door: Carol van Nijnatten, lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Tijdens hoorzittingen bij het Schadefonds heb ik mensen ontmoet die als kind seksueel werden misbruikt. De slachtoffers vertellen wat hen (meestal lang geleden) is overkomen in een kindertehuis of bij een pleeggezin. De slachtoffers verschillen onderling, maar de meesten blijken in staat uitgebreid te vertellen over wat hen is overkomen. Ze weten nog de namen van de groepsleiders en die van groepsgenoten en beschrijven vaak tot in detail de paviljoens waar ze woonden. Wat mij steeds weer opvalt is dat ze met droge ogen verslag doen van de meest verschrikkelijke zaken. Enkelen raken geagiteerd tijdens hun verhaal maar de meesten hebben opgeschreven of vertellen stap voor stap wat er gebeurde, maar zelden wordt een slachtoffer overmand door de inhoud van zijn verhaal.
De psychoanalyticus Louis Tas sprak over ‘vermijding van rouw’. Hij beschrijft hoe Joodse slachtoffers met understatements en andere middelen proberen de scherpe kanten van hun oorlogsgeschiedenis te verzachten. En hoe zij de verontwaardiging van de volgende generatie tegemoet moeten zien omdat ze overleefd hebben of het verwijt kunnen krijgen dat zij zich als volk hebben laten vernietigen.
De slachtoffers van seksueel misbruik lijken zich ook te harnassen tegen hun eigen gevoelens en de reacties van omstanders. Ik zag het treffend verbeeld in de klassieke Amerikaanse film ‘Good Will Hunting’ over een jonge conciërge met een wiskundeknobbel op een technische school. Hij verprutst zijn talenten en de relatie met zijn leuke vriendin. Wat is er mis met die jongen? Will is als kind herhaaldelijk door zijn stiefvader in elkaar geslagen. Nu kan hij op zijn beurt zijn handen niet thuis houden en belandt in de cel. Hij mag er op voorspraak van de wiskundeleraar uit als hij zich onder behandeling stelt van therapeut Sean Maguire. In een aangrijpende scène aan het einde van de film bekent de therapeut dat hij als kind ook is mishandeld. Sean loopt langzaam op Will af en zegt dat de shit uit zijn dossier niet zijn fout is. Dat herhaalt hij tien keer ‘It’s not your fault’. Will voelt zich ongemakkelijk bij die confrontatie en probeert zich nog een beetje uit de situatie te redden: ‘I know, I know’’. Dan wordt hij boos, begint te schreeuwen en duwt Sean weg totdat hij breekt en in huilen uitbarst.
Uiteraard is dat een aangedikte Hollywood dialoog die in het echt leven niet voorkomt. Toch laat het zien hoe diep de ellende van geweld tegen kinderen kan zijn weggestopt, hoe stevig de deksel op de beerput kan zitten en hoe geharnast de slachtoffers van geweld door het leven kunnen gaan. Hoewel ik geen Sean Maguire ben en het Schadefonds Hollywood niet is, ik gun die slachtoffers allen hun Will Hunting-moment.
www.schadefonds.nl
Tijdens hoorzittingen bij het Schadefonds heb ik mensen ontmoet die als kind seksueel werden misbruikt. De slachtoffers vertellen wat hen (meestal lang geleden) is overkomen in een kindertehuis of bij een pleeggezin. De slachtoffers verschillen onderling, maar de meesten blijken in staat uitgebreid te vertellen over wat hen is overkomen. Ze weten nog de namen van de groepsleiders en die van groepsgenoten en beschrijven vaak tot in detail de paviljoens waar ze woonden. Wat mij steeds weer opvalt is dat ze met droge ogen verslag doen van de meest verschrikkelijke zaken. Enkelen raken geagiteerd tijdens hun verhaal maar de meesten hebben opgeschreven of vertellen stap voor stap wat er gebeurde, maar zelden wordt een slachtoffer overmand door de inhoud van zijn verhaal.
De psychoanalyticus Louis Tas sprak over ‘vermijding van rouw’. Hij beschrijft hoe Joodse slachtoffers met understatements en andere middelen proberen de scherpe kanten van hun oorlogsgeschiedenis te verzachten. En hoe zij de verontwaardiging van de volgende generatie tegemoet moeten zien omdat ze overleefd hebben of het verwijt kunnen krijgen dat zij zich als volk hebben laten vernietigen.
De slachtoffers van seksueel misbruik lijken zich ook te harnassen tegen hun eigen gevoelens en de reacties van omstanders. Ik zag het treffend verbeeld in de klassieke Amerikaanse film ‘Good Will Hunting’ over een jonge conciërge met een wiskundeknobbel op een technische school. Hij verprutst zijn talenten en de relatie met zijn leuke vriendin. Wat is er mis met die jongen? Will is als kind herhaaldelijk door zijn stiefvader in elkaar geslagen. Nu kan hij op zijn beurt zijn handen niet thuis houden en belandt in de cel. Hij mag er op voorspraak van de wiskundeleraar uit als hij zich onder behandeling stelt van therapeut Sean Maguire. In een aangrijpende scène aan het einde van de film bekent de therapeut dat hij als kind ook is mishandeld. Sean loopt langzaam op Will af en zegt dat de shit uit zijn dossier niet zijn fout is. Dat herhaalt hij tien keer ‘It’s not your fault’. Will voelt zich ongemakkelijk bij die confrontatie en probeert zich nog een beetje uit de situatie te redden: ‘I know, I know’’. Dan wordt hij boos, begint te schreeuwen en duwt Sean weg totdat hij breekt en in huilen uitbarst.
Uiteraard is dat een aangedikte Hollywood dialoog die in het echt leven niet voorkomt. Toch laat het zien hoe diep de ellende van geweld tegen kinderen kan zijn weggestopt, hoe stevig de deksel op de beerput kan zitten en hoe geharnast de slachtoffers van geweld door het leven kunnen gaan. Hoewel ik geen Sean Maguire ben en het Schadefonds Hollywood niet is, ik gun die slachtoffers allen hun Will Hunting-moment.
www.schadefonds.nl
donderdag 16 juli 2015
Meer slachtoffers en langer de tijd
Nu de werking van de financiële regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg in het najaar 2015 een einde neemt, sloeg ik opnieuw het rapport van de commissie Samson uit oktober 2012 op. “Omringd door Zorg, toch niet veilig” blijft het lezen meer dan waard.
Ik wil deze blog gebruiken om een aantal observaties met u te delen.
Het rapport Samson begint met vier korte voorbeelden van seksueel misbruik en dat helpt het probleem te definiëren. Neem het verhaal van het 11 jaar oude meisje Esmeralda, mishandeld en seksueel misbruikt door haar vader, daarna via een meldpunt kindermishandeling uit huis geplaatst en in een jeugdzorginstelling terechtgekomen. Daar is zij uiteindelijk ook weer misbruikt maar dan door een groepsleider.
Allereerst komt het lezen van deze voorbeelden in de verste verte niet in de buurt van het spreken met een slachtoffer van dergelijk misbruik zelf. Ik voer dergelijke gesprekken nu inmiddels meer dan anderhalf jaar en keer op keer ben ik weer geraakt door de verwoesting die in mensenlevens is aangericht. En dat terwijl ik toch in mijn functie als strafrechter gewend ben heel ernstige zaken te berechten en met verdachten van zeer ernstige delicten te spreken.
Ten tweede merk ik dat gesprekken met slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugdzorg, in het kader van de regelingen die daarvoor dit jaar nog gelden, in zekere zin gemakkelijker zijn omdat de te nemen beslissing minder gecompliceerd is. Die is juridisch eenvoudiger. Anderzijds zijn de gesprekken, in de zin van ervaringen en emotionele belasting, veel moeilijker en aangrijpender, juist omdat ze je zo onontkoombaar raken als je de beschadiging van mensen ziet en voelt. Ook heb ik in die gesprekken aan den lijve ondervonden hoezeer mensen hebben moeten worstelen voordat ze in staat waren het verhaal van hun misbruik, en hun vaak ingrijpend negatief beïnvloede leven, konden vertellen.
Het is vanuit die ervaring dat ik hier de overheid in overweging geef om gevolg te geven aan het verzoek van de lotgenotenorganisaties om de werking van de huidige regelingen te verlengen. Om zo de slachtoffers een kans te geven hun verhaal in alle rust te vertellen tegen een onafhankelijke vertegenwoordiger van de overheid als zij, tot op dit moment, om wat voor reden dan ook, daartoe nog niet in staat waren. Hetzij in het kader van de Tijdelijke regeling, hetzij het Statuut, beiden uitgevoerd door het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
In de derde plaats observeer ik dat we de afgelopen periode bij het Schadefonds een aantal aanvragen hebben moeten afwijzen om formele redenen. Ze vielen om juridische redenen niet onder de werking van de regelingen, bijvoorbeeld omdat het niet om jeugdzorginstellingen ging. Deze zaken van seksueel misbruik speelden zich wel binnen een residentiële setting van bijvoorbeeld jeugdpsychiatrie of zorg voor (jeugdige) mensen met een lichamelijke beperking, maar zij vielen toch dan buiten de grens van de Tijdelijke regeling en de Statuut regeling seksueel misbruik in de jeugdzorg.
Tenslotte.
De derde observatie doe ik ook weer tegen de achtergrond van de overtuiging dat seksueel misbruik moet hebben plaatsgevonden - en helaas misschien nog plaatsvindt - in elke residentiële setting waar macht wordt uitgeoefend over pupillen.
Het is met name dat onderdeel van de observatie dat maakt dat ik het juridisch onderscheid wrang en slecht verdedigbaar vind. Ik vind dat voor elk seksueel misbruik binnen een residentiële setting, waar machtsverhoudingen een rol spelen, een gemakkelijk toegankelijke regeling zou moeten gelden voor schadeloosstelling van slachtoffers.
Liefst te betalen door de verantwoordelijke organisatie, maar als het niet anders kan, dan als vangnet, in een collectieve regeling.
En laat duidelijk zijn: waar zich dat nu voordoet, kunnen slachtoffers nu natuurlijk al terecht bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zij zullen bij ons een luisterend oor vinden en een welwillende behandeling.
Zo’n regeling is voor de erkenning van de betrokken slachtoffers van groot belang voor het herstel van hun vertrouwen, in de omgeving en de rechtsstaat. Maar ik denk dat zo’n regeling minstens zo belangrijk voor de gezondheid van de betrokken organisaties zelf.
Ludo Goossens
Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
www.schadefonds.nl
Ik wil deze blog gebruiken om een aantal observaties met u te delen.
Het rapport Samson begint met vier korte voorbeelden van seksueel misbruik en dat helpt het probleem te definiëren. Neem het verhaal van het 11 jaar oude meisje Esmeralda, mishandeld en seksueel misbruikt door haar vader, daarna via een meldpunt kindermishandeling uit huis geplaatst en in een jeugdzorginstelling terechtgekomen. Daar is zij uiteindelijk ook weer misbruikt maar dan door een groepsleider.
Allereerst komt het lezen van deze voorbeelden in de verste verte niet in de buurt van het spreken met een slachtoffer van dergelijk misbruik zelf. Ik voer dergelijke gesprekken nu inmiddels meer dan anderhalf jaar en keer op keer ben ik weer geraakt door de verwoesting die in mensenlevens is aangericht. En dat terwijl ik toch in mijn functie als strafrechter gewend ben heel ernstige zaken te berechten en met verdachten van zeer ernstige delicten te spreken.
Ten tweede merk ik dat gesprekken met slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugdzorg, in het kader van de regelingen die daarvoor dit jaar nog gelden, in zekere zin gemakkelijker zijn omdat de te nemen beslissing minder gecompliceerd is. Die is juridisch eenvoudiger. Anderzijds zijn de gesprekken, in de zin van ervaringen en emotionele belasting, veel moeilijker en aangrijpender, juist omdat ze je zo onontkoombaar raken als je de beschadiging van mensen ziet en voelt. Ook heb ik in die gesprekken aan den lijve ondervonden hoezeer mensen hebben moeten worstelen voordat ze in staat waren het verhaal van hun misbruik, en hun vaak ingrijpend negatief beïnvloede leven, konden vertellen.
Het is vanuit die ervaring dat ik hier de overheid in overweging geef om gevolg te geven aan het verzoek van de lotgenotenorganisaties om de werking van de huidige regelingen te verlengen. Om zo de slachtoffers een kans te geven hun verhaal in alle rust te vertellen tegen een onafhankelijke vertegenwoordiger van de overheid als zij, tot op dit moment, om wat voor reden dan ook, daartoe nog niet in staat waren. Hetzij in het kader van de Tijdelijke regeling, hetzij het Statuut, beiden uitgevoerd door het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
In de derde plaats observeer ik dat we de afgelopen periode bij het Schadefonds een aantal aanvragen hebben moeten afwijzen om formele redenen. Ze vielen om juridische redenen niet onder de werking van de regelingen, bijvoorbeeld omdat het niet om jeugdzorginstellingen ging. Deze zaken van seksueel misbruik speelden zich wel binnen een residentiële setting van bijvoorbeeld jeugdpsychiatrie of zorg voor (jeugdige) mensen met een lichamelijke beperking, maar zij vielen toch dan buiten de grens van de Tijdelijke regeling en de Statuut regeling seksueel misbruik in de jeugdzorg.
Tenslotte.
De derde observatie doe ik ook weer tegen de achtergrond van de overtuiging dat seksueel misbruik moet hebben plaatsgevonden - en helaas misschien nog plaatsvindt - in elke residentiële setting waar macht wordt uitgeoefend over pupillen.
Het is met name dat onderdeel van de observatie dat maakt dat ik het juridisch onderscheid wrang en slecht verdedigbaar vind. Ik vind dat voor elk seksueel misbruik binnen een residentiële setting, waar machtsverhoudingen een rol spelen, een gemakkelijk toegankelijke regeling zou moeten gelden voor schadeloosstelling van slachtoffers.
Liefst te betalen door de verantwoordelijke organisatie, maar als het niet anders kan, dan als vangnet, in een collectieve regeling.
En laat duidelijk zijn: waar zich dat nu voordoet, kunnen slachtoffers nu natuurlijk al terecht bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zij zullen bij ons een luisterend oor vinden en een welwillende behandeling.
Zo’n regeling is voor de erkenning van de betrokken slachtoffers van groot belang voor het herstel van hun vertrouwen, in de omgeving en de rechtsstaat. Maar ik denk dat zo’n regeling minstens zo belangrijk voor de gezondheid van de betrokken organisaties zelf.
Ludo Goossens
Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
www.schadefonds.nl
donderdag 9 april 2015
All-inclusive
Door: Janny Dierx, adviseur en mediator, lid commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
In de vakantiewereld is ‘all-in’ niet zonder meer een aanbeveling. Ik krijg in ieder geval associaties met strandhotels waar gezette vakantiegangers hun bordjes te vol laden en waar al bij het ontbijt de eerste cocktails achterover gaan. Persoonlijk prefereer ik een vakantie met self-catering: ik bepaal liever zelf wanneer en waar ik eet en drink. En dan liever lekker dan veel.
All-in noemen wij bij het Schadefonds de bedragen die we uitkeren als tegemoetkoming aan slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven. Zelf beschouwen we deze nieuwe praktijk als een verbetering. Tot voor kort werkten we met tientallen verschillende soorten schadevergoeding en moesten slachtoffers hun claims onderbouwen met bonnetjes met cijfers tot achter de komma. Ook juristen van het Schadefonds waren er druk mee. Dat hoeft nu niet meer. Slachtoffers ontvangen afhankelijk van de ernst van hun letsel een rond bedrag. Er zijn zes categorieën tussen de € 1.000 en € 35.000.
We zijn benieuwd naar de effecten van deze nieuwe manier van uitkeren. Zouden er ook nadelen zitten aan het all-in concept? Het woord alleen al wekt misschien de indruk dat de schade vanaf nu helemaal wordt vergoed. Wat dat betreft is verwachtingenmanagement nog steeds nodig: een uitkering uit het Schadefonds is en blijft een tegemoetkoming.
Bij het toekennen van tegemoetkomingen aan de mensen die in het verleden te maken hebben gehad met seksueel misbruik in de jeugdzorg, deed het Schadefonds al ervaring op met het toekennen van ronde bedragen. Een van die zaken staat op mijn netvlies gegrift. Het ging om een zestig jarige man. Vanaf zijn veertiende had hij te maken met seksueel misbruik. Het had hem ongelooflijk veel moeite gekost om de gevolgen daarvan op de rest van zijn levensloop onder ogen te zien en te aanvaarden. Hij kreeg een tegemoetkoming en ontving een mooi rond bedrag.
In eerste instantie was hij er blij mee geweest, vertelde hij bij het toelichten van zijn bezwaarschrift. Daarna had hij gedacht: waarom dit bedrag? Waarom niet hoger? Waarom kijkt het Schadefonds helemaal niet naar de verwoestende gevolgen van het seksueel misbruik op de rest van mijn leven? En wat kan ik hier nu eigenlijk echt mee?
‘Wat zou je het liefst willen?’ vroeg ik hem. Hij aarzelde geen moment: het liefst zou hij naar het conservatorium gaan: “Die kans heb ik verspeeld toen ik jong was. En nu is het te laat. Welk conservatorium zou een zestigjarige aannemen? En met deze tegemoetkoming kan ik dat ook nog niet helemaal betalen.”
We konden we op de hoorzitting goed met elkaar praten over de beperkingen van de regelingen die het Schadefonds uitvoert. Het schoot door mij heen: waarom kunnen we dat eigenlijk niet organiseren? Waarom kunnen we als maatschappij niet organiseren dat slachtoffers van ernstige misdrijven alsnog een droom kunnen verwezenlijken? Dat zij ook maatwerk kunnen krijgen? In feite kunnen we dan pas met recht en reden spreken van all-inclusive beleid: inclusief self-catering.
www.schadefonds.nl
In de vakantiewereld is ‘all-in’ niet zonder meer een aanbeveling. Ik krijg in ieder geval associaties met strandhotels waar gezette vakantiegangers hun bordjes te vol laden en waar al bij het ontbijt de eerste cocktails achterover gaan. Persoonlijk prefereer ik een vakantie met self-catering: ik bepaal liever zelf wanneer en waar ik eet en drink. En dan liever lekker dan veel.
All-in noemen wij bij het Schadefonds de bedragen die we uitkeren als tegemoetkoming aan slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven. Zelf beschouwen we deze nieuwe praktijk als een verbetering. Tot voor kort werkten we met tientallen verschillende soorten schadevergoeding en moesten slachtoffers hun claims onderbouwen met bonnetjes met cijfers tot achter de komma. Ook juristen van het Schadefonds waren er druk mee. Dat hoeft nu niet meer. Slachtoffers ontvangen afhankelijk van de ernst van hun letsel een rond bedrag. Er zijn zes categorieën tussen de € 1.000 en € 35.000.
We zijn benieuwd naar de effecten van deze nieuwe manier van uitkeren. Zouden er ook nadelen zitten aan het all-in concept? Het woord alleen al wekt misschien de indruk dat de schade vanaf nu helemaal wordt vergoed. Wat dat betreft is verwachtingenmanagement nog steeds nodig: een uitkering uit het Schadefonds is en blijft een tegemoetkoming.
Bij het toekennen van tegemoetkomingen aan de mensen die in het verleden te maken hebben gehad met seksueel misbruik in de jeugdzorg, deed het Schadefonds al ervaring op met het toekennen van ronde bedragen. Een van die zaken staat op mijn netvlies gegrift. Het ging om een zestig jarige man. Vanaf zijn veertiende had hij te maken met seksueel misbruik. Het had hem ongelooflijk veel moeite gekost om de gevolgen daarvan op de rest van zijn levensloop onder ogen te zien en te aanvaarden. Hij kreeg een tegemoetkoming en ontving een mooi rond bedrag.
In eerste instantie was hij er blij mee geweest, vertelde hij bij het toelichten van zijn bezwaarschrift. Daarna had hij gedacht: waarom dit bedrag? Waarom niet hoger? Waarom kijkt het Schadefonds helemaal niet naar de verwoestende gevolgen van het seksueel misbruik op de rest van mijn leven? En wat kan ik hier nu eigenlijk echt mee?
‘Wat zou je het liefst willen?’ vroeg ik hem. Hij aarzelde geen moment: het liefst zou hij naar het conservatorium gaan: “Die kans heb ik verspeeld toen ik jong was. En nu is het te laat. Welk conservatorium zou een zestigjarige aannemen? En met deze tegemoetkoming kan ik dat ook nog niet helemaal betalen.”
We konden we op de hoorzitting goed met elkaar praten over de beperkingen van de regelingen die het Schadefonds uitvoert. Het schoot door mij heen: waarom kunnen we dat eigenlijk niet organiseren? Waarom kunnen we als maatschappij niet organiseren dat slachtoffers van ernstige misdrijven alsnog een droom kunnen verwezenlijken? Dat zij ook maatwerk kunnen krijgen? In feite kunnen we dan pas met recht en reden spreken van all-inclusive beleid: inclusief self-catering.
www.schadefonds.nl
woensdag 25 juni 2014
De vlucht
Door: Carol van Nijnatten, Lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Je kunt een kind uit een misbruiksituatie halen, maar kan je het misbruik ook uit het kind halen? Deze variatie op de slogan van Warchild drong zich op na het lezen van de debuutroman ‘De vlucht’ van de Spaanse schrijver Jesús Carrasaco. Het is het verhaal van een jongen die door de rechter van zijn woonplaats en met medeweten van zijn vader is misbruikt.
Meer komen we over het verleden niet te weten. Des te meer over wat er daarna gebeurt. Een barbaarse vlucht over het onherbergzame Spaanse platteland. De jongen trekt op met een geitenhoeder die als geen ander de droogte, de honger en onrust kent van de trektocht. Zij reizen ’s nacht zodat niemand ze ziet, stoken geen vuur opdat hun achtervolgers hen niet ontdekken en maken geen contact met andere mensen zodat zij niet worden verraden.
We weten weinig over wat er is voorgevallen, maar lezen alles over de verschrikkelijke gevolgen: de levenslange vlucht voor het verleden, de opsluiting in de geschiedenis en de permanente angst terug te vallen in de klauwen van de verkrachter. Hoe ontstellend moet het misbruik niet zijn als het slachtoffer de vlucht verkiest, weg van het dagelijkse leven met andere mensen?
De verzengende hitte van het Spaanse platteland en de dagelijkse schaarste aan water symboliseren de situatie van het misbruikte kind. Water is leven. De dagelijkse kwelling van dorst die met vervuild water wordt gelest, verwijst naar het gevecht van misbruikslachtoffers nog een zin in hun leven te ontdekken.
Is de vlucht een bevrijding? Ja, het is de verlossing van de verkrachter, zeker als de vluchteling erin slaagt zich aan de greep van het verleden te ontworstelen. De vlucht is ook de drang te overleven. Bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven zien we dat slachtoffers er uiteindelijk, vaak in de tweede helft van hun leven, toch in slagen het vertrouwen in andere mensen te herstellen doordat zij - met een financiële tegemoetkoming - eindelijk erkenning hebben gekregen voor het onrecht dat hun lange tijd is aangedaan.
www.schadefonds.nl
Je kunt een kind uit een misbruiksituatie halen, maar kan je het misbruik ook uit het kind halen? Deze variatie op de slogan van Warchild drong zich op na het lezen van de debuutroman ‘De vlucht’ van de Spaanse schrijver Jesús Carrasaco. Het is het verhaal van een jongen die door de rechter van zijn woonplaats en met medeweten van zijn vader is misbruikt.
Meer komen we over het verleden niet te weten. Des te meer over wat er daarna gebeurt. Een barbaarse vlucht over het onherbergzame Spaanse platteland. De jongen trekt op met een geitenhoeder die als geen ander de droogte, de honger en onrust kent van de trektocht. Zij reizen ’s nacht zodat niemand ze ziet, stoken geen vuur opdat hun achtervolgers hen niet ontdekken en maken geen contact met andere mensen zodat zij niet worden verraden.
We weten weinig over wat er is voorgevallen, maar lezen alles over de verschrikkelijke gevolgen: de levenslange vlucht voor het verleden, de opsluiting in de geschiedenis en de permanente angst terug te vallen in de klauwen van de verkrachter. Hoe ontstellend moet het misbruik niet zijn als het slachtoffer de vlucht verkiest, weg van het dagelijkse leven met andere mensen?
De verzengende hitte van het Spaanse platteland en de dagelijkse schaarste aan water symboliseren de situatie van het misbruikte kind. Water is leven. De dagelijkse kwelling van dorst die met vervuild water wordt gelest, verwijst naar het gevecht van misbruikslachtoffers nog een zin in hun leven te ontdekken.
Is de vlucht een bevrijding? Ja, het is de verlossing van de verkrachter, zeker als de vluchteling erin slaagt zich aan de greep van het verleden te ontworstelen. De vlucht is ook de drang te overleven. Bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven zien we dat slachtoffers er uiteindelijk, vaak in de tweede helft van hun leven, toch in slagen het vertrouwen in andere mensen te herstellen doordat zij - met een financiële tegemoetkoming - eindelijk erkenning hebben gekregen voor het onrecht dat hun lange tijd is aangedaan.
www.schadefonds.nl
dinsdag 6 mei 2014
Ongeloof
Door: Carol van Nijnatten, Lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Na bijna veertig jaar werk in en met de kinderbescherming
kan ik nog steeds niet wennen aan het geweld dat kinderen dagelijks ondergaan.
Mijn promotieonderzoek betrof
rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming. Ik spitte voor dat
onderzoek zo’n 150 dikke dossiers door. Ze vertelden de dramatische
geschiedenissen van gebroken gezinnen uit, vooral maar niet alleen, de onderste
klassen van de samenleving. Geen geld, geen baan, geen toekomst en geen zelfbeheersing. Wel een
aaneenschakeling van teleurstelling, drank en geweld. Kinderen waren het
slachtoffer van slaag, verlating,
exploitatie, seksueel misbruik en nog meer slaag. Ook in latere
(dossier)onderzoeken hield het geweld aan. Waren gezinnen echt zo onveilig?
Eind jaren tachtig toonde Nel
Draijer aan dat ruim een op de zeven vrouwen een of meerdere keren door
familieleden was misbruikt. Ik kon het eigenlijk niet geloven. Dat kon toch gewoon
niet waar zijn. Was het nu echt nodig dat er in Mexicostad tijdens spitsuren
speciale metro’s reden waar alleen vrouwen in werden toegelaten?
Waren mannen
echt zo …?
Toen ik begin deze eeuw steeds
vaker las dat seksueel misbruik van kinderen ook baby’s en peuters betrof en
dat recentelijk nog eens werd bevestigd door het strafrechtelijk onderzoek naar
het misbruik door Robert M, dacht ik ‘dat moeten toch fabeltjes zijn’. Wie wil
er nu met een kind, een peuter …?
Sinds een klein jaar ben ik lid van de Raadkamer Statuut,
dat is een afdeling van het Schadefonds die beslist of slachtoffers van
seksueel misbruik in de jeugdzorg in aanmerking komen voor een financiële vergoeding
door de jeugdzorginstelling.
Nu lees en hoor ik de verhalen van de slachtoffers zelf.
Hoe zij, vaak jarenlang, seksueel geweld moesten ondergaan, hoe zij het aan
niemand konden of durfden te vertellen, hoe ze aan hun lot waren overgelaten.
Soms vertellen ze hun verhaal met schroom en schaamte,
soms kunnen ze het alleen vertellen door de mond van een vertrouwenspersoon. Hun
verhalen zijn geloofwaardig. Ik geloof ze. Maar zouden jeugdzorgwerkers nu echt
…?
Dat blijf ik ongelooflijk vinden.
www.schadefonds.nl
woensdag 28 augustus 2013
Het Schadefonds verlegt grenzen
Door:Ludo Goossens, Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Het is de missie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven om aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming te geven en daarmee het leed dat hen is aangedaan te erkennen. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen.
Het is de missie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven om aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming te geven en daarmee het leed dat hen is aangedaan te erkennen. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen.
In de praktijk kan het bijvoorbeeld gaan om een slachtoffer van mensenhandel dat een nieuwe weg kan inslaan door met een uitkering een grafische opleiding te beginnen; of om een jongen die in elkaar geslagen is terwijl hij een kennis op straat in bescherming nam en die zo bij het Schadefonds de erkenning krijgt die hij als slachtoffer in de rechtszaal niet kon krijgen. We horen vaak van slachtoffers dat het hen niet zozeer gaat om het geld, maar vooral om de erkenning die het geld symboliseert. Daarnaast staat het geld ook voor genoegdoening, waarmee hun vertrouwen in de maatschappij hopelijk (deels) wordt hersteld.
Het is vanuit deze overtuiging dat wij ‘ja’ zeiden toen de commissie Samson contact met ons opnam rond het uitkomen van haar eerste tussenrapport. ‘Ja’ op de suggestie dat wij iets zouden kunnen betekenen voor deze slachtoffers, die immers nu ook al bij het Schadefonds terecht kunnen en soms al komen, als het misdrijf na 1973 heeft plaatsgevonden. We waren ervan overtuigd dat wij ook echt iets zouden kunnen betekenen voor de slachtoffers van seksueel misbruik in jeugd- en pleegzorg. En niet alleen wij waren daarvan overtuigd, maar ook de ministeries van VWS en Veiligheid en Justitie en Jeugdzorg Nederland. Dus voert het Schadefonds Geweldsmisdrijven per 1 september de Tijdelijke regeling en het Statuut uit voor slachtoffers van seksueel misbruik in jeugd- en pleegzorg.
In de tussentijd is er al heel wat werk verzet door alle betrokkenen, in het bijzonder door de beleidsmakers en wetgevers op het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Er zijn twee compensatieregelingen opgesteld in nauw overleg tussen de betrokken departementen, jeugdzorg en het Schadefonds, waarbij ook lotgenotenorganisaties en slachtofferorganisaties voor nuttige input hebben gezorgd.
Ik zal voor u als lezer kort het verschil schetsen tussen de twee compensatieregelingen die op 18 juli jongstleden gepubliceerd zijn. Het verschil tussen de twee regelingen zit vooral in wie wordt aangesproken op de schade en de bewijslast.
De Tijdelijke regeling Tegemoetkoming seksueel misbruik is bedoeld voor slachtoffers die niemand kunnen of willen aanspreken op de geleden schade. De beschuldigde persoon en de instelling of pleegzorgorganisatie blijven bij deze regeling geheel buiten beeld. Het Schadefonds kijkt alleen naar het slachtofferschap, waardoor de bewijslast eenvoudiger is dan bij het Statuut.
Bij het Statuut afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding seksueel misbruik stelt het slachtoffer de instelling of de pleegzorgorganisatie aansprakelijk onder wiens verantwoordelijkheid het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden. Een vertegenwoordiger van de instelling of pleegzorgorganisatie en eventueel de beschuldigde zelf hebben een rol in deze regeling. Ook zij kunnen hun verhaal vertellen tijdens een hoorzitting. Dat hoeft niet te zijn waar het slachtoffer bij is. De hiermee samenhangende bewijslast voor het slachtoffer is bij het Statuut een stuk ingewikkelder dan bij de Tijdelijke regeling. Bepaalde nabestaanden van het slachtoffer kunnen trouwens ook een beroep doen op het Statuut.
Ook bij het Schadefonds zelf hebben we niet stil gezeten. Zo moest er een totaal nieuwe raadkamer worden geworven en geselecteerd uit een longlist gemaakt door de betrokken organisaties. We wilden graag raadkamerleden aantrekken uit de volgende vakgebieden: jeugdrecht, jeugdzorg, letselschade, psychotrauma en ervaring met het Schadefonds. Het is gelukt om alle disciplines vertegenwoordigd te hebben in de extra raadkamer. Daarmee is het proces natuurlijk nog lang niet ten einde. Er valt in praktijk nog veel te ontdekken, leren en ontwikkelen.
Voor het Schadefonds betekent de uitvoering van deze regelingen niet alleen een grote en belangrijke nieuwe loot aan ons werk, maar ook een vat vol nieuwe uitdagingen. Het Schadefonds ziet de uitvoering met vertrouwen tegemoet. We hopen dat we voor de slachtoffers van seksueel misbruik in jeugd- en pleegzorg die zich tot ons wenden, kunnen bewerkstelligen dat hun leed wordt gezien en erkend, in de hoop dat zij enig vertrouwen herwinnen. Want dat is waar we het uiteindelijk allemaal voor doen.
www.schadefonds.nl
www.schadefonds.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)