Door: Siewert Lindenbergh, lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
In november 2014 maakte het Schadefonds een grote wending: van wel 26 individuele schadeposten naar zes vaste categorieën met ronde bedragen als tegemoetkoming. Een jaar later is het tijd voor een grondige evaluatie: wat zijn de reacties van slachtoffers, van ketenpartners? Is bereikt wat we voor ogen hadden? Wat zijn de verbeterpunten?
Op 6 november werd de aftrap gegeven in een evaluatiemiddag met medewerkers en Commissieleden van het Schadefonds, met onderzoekers van de Universiteit Leiden die het evaluatieonderzoek gaan uitvoeren en met enkele gasten, van Slachtofferhulp Nederland en van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Aan de hand van een aantal vragen is geïnventariseerd wat de eerste indrukken zijn.
Wat was ook alweer de aanleiding voor het nieuwe beleid? Uit onderzoek was gebleken dat ontvangers over het algemeen tevreden waren met de door hen ontvangen tegemoetkoming, maar dat zij behoefte hadden aan meer voorspelbaarheid, dat zij doorgaans geen idee hadden van de componenten (vermogensschade/immateriële schade) waaruit hun tegemoetkoming bestond, en dat zij veelal ook geen idee hadden dat het ging om een tegemoetkoming in plaats van een schadevergoeding. Verder was er enige wrevel over de wijze van afwikkeling door de grote hoeveelheid informatie die van aanvragers werd verlangd. Dat laatste leidde bovendien tot schijnprecisie: het uitvragen op 26 schadeposten en toekennen van bedragen achter de komma oogde weliswaar precies, maar in werkelijkheid ging het – vanwege het tegemoetkomingskarakter en de wettelijke maxima – om afgetopte bedragen die doorgaans de werkelijk geleden schade niet dekten. En dat kostte veel tijd en aandacht, zowel van de aanvragers als van de Schadefondsmedewerkers. Dat alles leidde tot de gedachte om minder tijd te steken in het uitmeten van de schade en meer te investeren in individueel contact. Daarbij speelde een rol dat inmiddels ervaring was opgedaan met ongedifferentieerde tegemoetkomingsbedragen in de regelingen inzake seksueel misbruik in de jeugdzorg waaraan het Schadefonds uitvoering geeft.
En wat waren de bedoelingen van het nieuwe beleid? Kwade tongen hebben beweerd dat het zou gaan om een bezuinigingsoperatie. Dat is niet juist: altijd heeft voorop gestaan om ten minste hetzelfde bedrag aan tegemoetkomingen uit te keren als onder het oude beleid. De belangrijkste doelen waren het vergroten van voorspelbaarheid voor aanvragers, het benadrukken van het tegemoetkomende karakter van de uitkering, verkorting van de beslistermijnen, vermindering van gedeeltelijke afwijzingen, begrijpelijkere beslissingen en een forse afname van de aanvullende aanvragen en van bezwaar- en beroepszaken. De gedachte was ook dat deze ontwikkelingen medewerkers meer tijd zouden geven voor individueel contact met de aanvragers en voor andere activiteiten zoals voorlichting. Verder bestond de wens om het oog van de aanvrager meer te richten op de toekomst (hoe helpt een tegemoetkoming mij vooruit?) en minder terug te blikken op het verleden (wat is mij overkomen en hoe ziet mijn schade er precies uit?)
In een rapportcijfer uitgedrukt kreeg het nieuwe beleid tijdens de eerste evaluatiemiddag een ruime voldoende (7,5 a 8). Als succesvol werden benoemd de toegenomen snelheid van afwikkeling, meer oog en tijd voor persoonlijk contact met de aanvrager, prettiger werken zonder onderzoek naar bonnetjes, minder complexe formulieren en minder aanvullende aanvragen. Maar er werden ook verbeterpunten genoemd: de schade volgt niet altijd het letsel omdat relatief bescheiden letsels soms forse schade – bijvoorbeeld verlies aan arbeidsvermogen – kunnen veroorzaken, er komt nu veel druk te staan op indeling in de juiste letselcategorie en die indeling kan soms evenwichtiger, de kosten van rechtsbijstand bij aanvragen worden niet meer vergoed. Verder werden reserves gemaakt voor de verrekening met later ontvangen betalingen (bijvoorbeeld van de dader), omdat die pas later volgt en nog onduidelijk is hoe het beleid hier uitpakt.
Dit zijn natuurlijk voorlopige indrukken, want het echte evaluatieonderzoek door de Universiteit Leiden moet nog starten. Bovendien gaat het er bij het nieuwe beleid natuurlijk niet om of het Schadefonds of de ketenpartners er blij mee zijn, maar vooral of het door de aanvragers en ontvangers als een verbetering wordt ervaren. Naar die ervaringen zien wij met belangstelling uit. Wordt vervolgd dus.
www.schadefonds.nl
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming, en erkent daarmee het onrecht dat hen is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen.
Posts tonen met het label Slachtofferhulp Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Slachtofferhulp Nederland. Alle posts tonen
dinsdag 8 december 2015
maandag 9 november 2015
Van samen werken naar samenwerken
Door: Monique de Groot, directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven
De eerste verdieping van ons kantoor in Rijswijk, waar mijn kamer zich bevindt, is doorgaans een oase van rust. De medewerkers op die verdieping werken hard en ook stil of zijn deels elders aan het werk. Maar vandaag was het reuring! Op bezoek waren de zogenoemde Schadefondsspecialisten. Hoe mooi wil je het als organisatie hebben dat bij een ketenpartner mensen zijn aangewezen die als specialist over jouw werk zijn benoemd? Schadefondsspecialisten zijn medewerkers van Slachtofferhulp Nederland die meer dan de reguliere medewerkers weten hoe de aanvraagprocedure bij ons werkt. Iedere medewerker van Slachtofferhulp Nederland kan een slachtoffer helpen bij het invullen van het aanvraagformulier van het Schadefonds. Maar als zij vragen hebben of een collegiale controle willen op het aanvraagformulier, dan kunnen zij terecht bij deze specialisten. Op verschillende data en verschillende plekken in het land treffen zij dit najaar medewerkers van het Schadefonds die hen nog deskundiger maken en hen meenemen in de laatste ontwikkelingen. Hiermee willen we ervoor zorgen dat de aanvragen van slachtoffers in hoge mate een kans van slagen hebben en leiden tot een tegemoetkoming.
Het is één van de manieren waarop Slachtofferhulp Nederland en het Schadefonds Geweldsmisdrijven de dienstverlening aan slachtoffers en nabestaanden proberen te verbeteren. Vanwege de onafhankelijke besluitvorming op aanvragen is het niet aan het Schadefonds om het slachtoffer te helpen bij het invullen van het aanvraagformulier. Het is mooi dat een organisatie als Slachtofferhulp Nederland dat kan oppakken. Een slachtoffer dat is achtergebleven met schade kan op verschillende manieren proberen dit vergoed te krijgen. Bijvoorbeeld bij een verzekeraar, in een civiele procedure, via een vordering benadeelde partij in een strafproces of via het Schadefonds. Slachtofferhulp Nederland helpt mensen de meest geschikte weg te vinden, waaronder die naar het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
Op verschillende niveaus van onze organisaties is er intensief contact om het slachtoffer zo goed mogelijk te helpen. Om bij de top te beginnen: onlangs waren de voorzitter van onze Commissie Ludo Goossens en ik te gast bij de Raad van Toezicht van Slachtofferhulp Nederland. We hebben gesproken over de huidige wijze van samenwerking en onze plannen hoe we dit kunnen uitbouwen in de toekomst. Enkele weken daarvoor was Harry Crielaars (Raad van Bestuur Slachtofferhulp Nederland) aanwezig bij de maandelijkse vergadering van onze Commissie en heeft daar de inhoudelijke discussie meegemaakt over een aantal beleidsontwikkelingen die bij ons spelen. Harry en ik treffen elkaar periodiek in de Kerngroep slachtofferbeleid onder leiding van het ministerie van Veiligheid en Justitie, waaraan ook andere ketenpartners deelnemen. Deze week sprak ik met de directeur Juridische Dienstverlening van Slachtofferhulp Nederland de verschillende dossiers door die ons momenteel bezighouden. Begin volgend jaar is een vergadering met beide managementteams gepland. We houden elkaar dus goed op de hoogte van wederzijdse acties en ontwikkelingen.
Onze medewerkers treffen elkaar ook regelmatig. De beleidsmedewerkers weten elkaar goed te vinden op een veelheid van dossiers en trekken daarin samen op. Enkele juristen binnen mijn organisatie geven voorlichting over de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming en onze werkwijze en zij zijn contactpersoon voor een bepaalde regio van Slachtofferhulp Nederland. Zo kan een persoonlijke band tussen de medewerkers ontstaan. Dat bevordert de goede communicatie en samenwerking. En daarmee is het slachtoffer gebaat.
Onze taken maken dat we verschillende organisaties zijn, het is niet aangewezen die in één organisatie te vatten. Ons gezamenlijk doel is dat het slachtoffer zo snel en goed mogelijk wordt ondersteund en er zo min mogelijk ongemak van heeft dat wij twee afzonderlijke organisaties zijn. We zijn in dat kader op een goede weg en we zien nog veel mogelijkheden om de samenwerking verder vorm te geven.
www.schadefonds.nl
De eerste verdieping van ons kantoor in Rijswijk, waar mijn kamer zich bevindt, is doorgaans een oase van rust. De medewerkers op die verdieping werken hard en ook stil of zijn deels elders aan het werk. Maar vandaag was het reuring! Op bezoek waren de zogenoemde Schadefondsspecialisten. Hoe mooi wil je het als organisatie hebben dat bij een ketenpartner mensen zijn aangewezen die als specialist over jouw werk zijn benoemd? Schadefondsspecialisten zijn medewerkers van Slachtofferhulp Nederland die meer dan de reguliere medewerkers weten hoe de aanvraagprocedure bij ons werkt. Iedere medewerker van Slachtofferhulp Nederland kan een slachtoffer helpen bij het invullen van het aanvraagformulier van het Schadefonds. Maar als zij vragen hebben of een collegiale controle willen op het aanvraagformulier, dan kunnen zij terecht bij deze specialisten. Op verschillende data en verschillende plekken in het land treffen zij dit najaar medewerkers van het Schadefonds die hen nog deskundiger maken en hen meenemen in de laatste ontwikkelingen. Hiermee willen we ervoor zorgen dat de aanvragen van slachtoffers in hoge mate een kans van slagen hebben en leiden tot een tegemoetkoming.
Het is één van de manieren waarop Slachtofferhulp Nederland en het Schadefonds Geweldsmisdrijven de dienstverlening aan slachtoffers en nabestaanden proberen te verbeteren. Vanwege de onafhankelijke besluitvorming op aanvragen is het niet aan het Schadefonds om het slachtoffer te helpen bij het invullen van het aanvraagformulier. Het is mooi dat een organisatie als Slachtofferhulp Nederland dat kan oppakken. Een slachtoffer dat is achtergebleven met schade kan op verschillende manieren proberen dit vergoed te krijgen. Bijvoorbeeld bij een verzekeraar, in een civiele procedure, via een vordering benadeelde partij in een strafproces of via het Schadefonds. Slachtofferhulp Nederland helpt mensen de meest geschikte weg te vinden, waaronder die naar het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
Op verschillende niveaus van onze organisaties is er intensief contact om het slachtoffer zo goed mogelijk te helpen. Om bij de top te beginnen: onlangs waren de voorzitter van onze Commissie Ludo Goossens en ik te gast bij de Raad van Toezicht van Slachtofferhulp Nederland. We hebben gesproken over de huidige wijze van samenwerking en onze plannen hoe we dit kunnen uitbouwen in de toekomst. Enkele weken daarvoor was Harry Crielaars (Raad van Bestuur Slachtofferhulp Nederland) aanwezig bij de maandelijkse vergadering van onze Commissie en heeft daar de inhoudelijke discussie meegemaakt over een aantal beleidsontwikkelingen die bij ons spelen. Harry en ik treffen elkaar periodiek in de Kerngroep slachtofferbeleid onder leiding van het ministerie van Veiligheid en Justitie, waaraan ook andere ketenpartners deelnemen. Deze week sprak ik met de directeur Juridische Dienstverlening van Slachtofferhulp Nederland de verschillende dossiers door die ons momenteel bezighouden. Begin volgend jaar is een vergadering met beide managementteams gepland. We houden elkaar dus goed op de hoogte van wederzijdse acties en ontwikkelingen.
Onze medewerkers treffen elkaar ook regelmatig. De beleidsmedewerkers weten elkaar goed te vinden op een veelheid van dossiers en trekken daarin samen op. Enkele juristen binnen mijn organisatie geven voorlichting over de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming en onze werkwijze en zij zijn contactpersoon voor een bepaalde regio van Slachtofferhulp Nederland. Zo kan een persoonlijke band tussen de medewerkers ontstaan. Dat bevordert de goede communicatie en samenwerking. En daarmee is het slachtoffer gebaat.
Onze taken maken dat we verschillende organisaties zijn, het is niet aangewezen die in één organisatie te vatten. Ons gezamenlijk doel is dat het slachtoffer zo snel en goed mogelijk wordt ondersteund en er zo min mogelijk ongemak van heeft dat wij twee afzonderlijke organisaties zijn. We zijn in dat kader op een goede weg en we zien nog veel mogelijkheden om de samenwerking verder vorm te geven.
www.schadefonds.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)