Door: Monique de Groot, directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven
De eerste verdieping van ons kantoor in Rijswijk, waar mijn kamer zich bevindt, is doorgaans een oase van rust. De medewerkers op die verdieping werken hard en ook stil of zijn deels elders aan het werk. Maar vandaag was het reuring! Op bezoek waren de zogenoemde Schadefondsspecialisten. Hoe mooi wil je het als organisatie hebben dat bij een ketenpartner mensen zijn aangewezen die als specialist over jouw werk zijn benoemd? Schadefondsspecialisten zijn medewerkers van Slachtofferhulp Nederland die meer dan de reguliere medewerkers weten hoe de aanvraagprocedure bij ons werkt. Iedere medewerker van Slachtofferhulp Nederland kan een slachtoffer helpen bij het invullen van het aanvraagformulier van het Schadefonds. Maar als zij vragen hebben of een collegiale controle willen op het aanvraagformulier, dan kunnen zij terecht bij deze specialisten. Op verschillende data en verschillende plekken in het land treffen zij dit najaar medewerkers van het Schadefonds die hen nog deskundiger maken en hen meenemen in de laatste ontwikkelingen. Hiermee willen we ervoor zorgen dat de aanvragen van slachtoffers in hoge mate een kans van slagen hebben en leiden tot een tegemoetkoming.
Het is één van de manieren waarop Slachtofferhulp Nederland en het Schadefonds Geweldsmisdrijven de dienstverlening aan slachtoffers en nabestaanden proberen te verbeteren. Vanwege de onafhankelijke besluitvorming op aanvragen is het niet aan het Schadefonds om het slachtoffer te helpen bij het invullen van het aanvraagformulier. Het is mooi dat een organisatie als Slachtofferhulp Nederland dat kan oppakken. Een slachtoffer dat is achtergebleven met schade kan op verschillende manieren proberen dit vergoed te krijgen. Bijvoorbeeld bij een verzekeraar, in een civiele procedure, via een vordering benadeelde partij in een strafproces of via het Schadefonds. Slachtofferhulp Nederland helpt mensen de meest geschikte weg te vinden, waaronder die naar het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
Op verschillende niveaus van onze organisaties is er intensief contact om het slachtoffer zo goed mogelijk te helpen. Om bij de top te beginnen: onlangs waren de voorzitter van onze Commissie Ludo Goossens en ik te gast bij de Raad van Toezicht van Slachtofferhulp Nederland. We hebben gesproken over de huidige wijze van samenwerking en onze plannen hoe we dit kunnen uitbouwen in de toekomst. Enkele weken daarvoor was Harry Crielaars (Raad van Bestuur Slachtofferhulp Nederland) aanwezig bij de maandelijkse vergadering van onze Commissie en heeft daar de inhoudelijke discussie meegemaakt over een aantal beleidsontwikkelingen die bij ons spelen. Harry en ik treffen elkaar periodiek in de Kerngroep slachtofferbeleid onder leiding van het ministerie van Veiligheid en Justitie, waaraan ook andere ketenpartners deelnemen. Deze week sprak ik met de directeur Juridische Dienstverlening van Slachtofferhulp Nederland de verschillende dossiers door die ons momenteel bezighouden. Begin volgend jaar is een vergadering met beide managementteams gepland. We houden elkaar dus goed op de hoogte van wederzijdse acties en ontwikkelingen.
Onze medewerkers treffen elkaar ook regelmatig. De beleidsmedewerkers weten elkaar goed te vinden op een veelheid van dossiers en trekken daarin samen op. Enkele juristen binnen mijn organisatie geven voorlichting over de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming en onze werkwijze en zij zijn contactpersoon voor een bepaalde regio van Slachtofferhulp Nederland. Zo kan een persoonlijke band tussen de medewerkers ontstaan. Dat bevordert de goede communicatie en samenwerking. En daarmee is het slachtoffer gebaat.
Onze taken maken dat we verschillende organisaties zijn, het is niet aangewezen die in één organisatie te vatten. Ons gezamenlijk doel is dat het slachtoffer zo snel en goed mogelijk wordt ondersteund en er zo min mogelijk ongemak van heeft dat wij twee afzonderlijke organisaties zijn. We zijn in dat kader op een goede weg en we zien nog veel mogelijkheden om de samenwerking verder vorm te geven.
www.schadefonds.nl
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming, en erkent daarmee het onrecht dat hen is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen.
Posts tonen met het label ketenpartners. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ketenpartners. Alle posts tonen
maandag 9 november 2015
vrijdag 6 maart 2015
Wisseling van de wacht
Door: Ludo Goossens Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Onlangs vertrok de directeur van het Schadefonds met haar gezin voor een periode van twee jaar naar Bonaire.
Overigens zegde de staatsecretaris in de Tweede Kamer toe ook daar enige vorm van schadefonds op te zetten. Vanzelfsprekend helpen we daarbij graag met de expertise die wij hebben, en wat ligt meer voor de hand dan om de uitvoering op een of andere manier onder het Schadefonds hier te laten vallen? Dat bevordert de eenheid van beleid en uitvoering en de uitwisseling van expertise.
Na vier jaar directeurschap van Nina Huygen mogen we vaststellen dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven enorm is geprofessionaliseerd, meer op de burger en aanvrager is gericht geraakt en toegankelijker voor klanten en ketenpartners.
Die burgergerichtheid, het uitleggen en nabellen zijn ontwikkelingen waar veel overheidsorganisaties een voorbeeld aan kunnen nemen, de mijne - de rechtspraak - niet in de laatste plaats.
Ook is het innovatief vermogen van het Schadefonds groot gebleken, voldoende groot om een belangrijke uitbreiding van taken verantwoord op te vangen. De taken zijn verbreed met de regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg, met een regeling voor schade als gevolg van openlijk geweld en de Subsidieregeling overvallen, die slachtoffers van een overval in staat stelt om preventieve maatregelen te nemen om herhaling van een overval te voorkomen.
Daarmee heeft het Schadefonds zich onder het directeurschap van Nina ontwikkeld in de richting van de overheidsorganisatie die geknipt is om zorg te dragen voor compensatie en erkenning van leed, daar waar de overheid, in termen van veiligheid, preventie of toezicht, steken heeft laten vallen.
Als Schadefonds willen we graag op die weg verder gaan. Daarbij valt te denken aan compensatie na aanslagen, rampen en ongevallen, medische fouten et cetera. De organisatie is daar klaar voor.
Maar ook aan de andere kant, de belangrijkste, die van slachtoffers, willen wij in de tweede helft van deze kabinetsperiode belangrijke stappen maken. Om de positie van slachtoffers structureel te versterken is nodig dat naar het voorbeeld van de reclassering de belangenbehartiging en ondersteuning van slachtoffers wordt georganiseerd in een stevige zuil in het maatschappelijk middenveld.
Ik daag de andere (slachtoffer)organisaties in dit veld, en ook departement van Veiligheid en Justitie en politiek, uit om over de opbouw van zo’n slachtofferpijler in het strafrechtelijk veld mee te denken en daaraan mee te bouwen.
Tot slot rest mij hier: dank Nina Huygen voor wat je voor de ontwikkeling van ons Schadefonds hebt gedaan.
Ludo Goossens
www.schadefonds.nl
Onlangs vertrok de directeur van het Schadefonds met haar gezin voor een periode van twee jaar naar Bonaire.
Overigens zegde de staatsecretaris in de Tweede Kamer toe ook daar enige vorm van schadefonds op te zetten. Vanzelfsprekend helpen we daarbij graag met de expertise die wij hebben, en wat ligt meer voor de hand dan om de uitvoering op een of andere manier onder het Schadefonds hier te laten vallen? Dat bevordert de eenheid van beleid en uitvoering en de uitwisseling van expertise.
Na vier jaar directeurschap van Nina Huygen mogen we vaststellen dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven enorm is geprofessionaliseerd, meer op de burger en aanvrager is gericht geraakt en toegankelijker voor klanten en ketenpartners.
Die burgergerichtheid, het uitleggen en nabellen zijn ontwikkelingen waar veel overheidsorganisaties een voorbeeld aan kunnen nemen, de mijne - de rechtspraak - niet in de laatste plaats.
Ook is het innovatief vermogen van het Schadefonds groot gebleken, voldoende groot om een belangrijke uitbreiding van taken verantwoord op te vangen. De taken zijn verbreed met de regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg, met een regeling voor schade als gevolg van openlijk geweld en de Subsidieregeling overvallen, die slachtoffers van een overval in staat stelt om preventieve maatregelen te nemen om herhaling van een overval te voorkomen.
Daarmee heeft het Schadefonds zich onder het directeurschap van Nina ontwikkeld in de richting van de overheidsorganisatie die geknipt is om zorg te dragen voor compensatie en erkenning van leed, daar waar de overheid, in termen van veiligheid, preventie of toezicht, steken heeft laten vallen.
Als Schadefonds willen we graag op die weg verder gaan. Daarbij valt te denken aan compensatie na aanslagen, rampen en ongevallen, medische fouten et cetera. De organisatie is daar klaar voor.
Maar ook aan de andere kant, de belangrijkste, die van slachtoffers, willen wij in de tweede helft van deze kabinetsperiode belangrijke stappen maken. Om de positie van slachtoffers structureel te versterken is nodig dat naar het voorbeeld van de reclassering de belangenbehartiging en ondersteuning van slachtoffers wordt georganiseerd in een stevige zuil in het maatschappelijk middenveld.
Ik daag de andere (slachtoffer)organisaties in dit veld, en ook departement van Veiligheid en Justitie en politiek, uit om over de opbouw van zo’n slachtofferpijler in het strafrechtelijk veld mee te denken en daaraan mee te bouwen.
Tot slot rest mij hier: dank Nina Huygen voor wat je voor de ontwikkeling van ons Schadefonds hebt gedaan.
Ludo Goossens
www.schadefonds.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)