Posts tonen met het label financieel herstel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label financieel herstel. Alle posts tonen

donderdag 21 januari 2016

Waarom ik het doe; leed verzachten

Door: Ludo Goossens,Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Er was een jonge, volkomen geïntegreerde Marokkaanse familie. De vader kwam in de jaren 70 als gastarbeider naar Nederland. Hij werkte zich krom. De moeder en kinderen kwamen later voor gezinshereniging. Het waren gewone, nette en constructieve mensen. De dochters, midden twintig, misschien 30 jaar nu, waren hoog opgeleid. Een zoon zat een beetje aan de rand van de samenleving, maar hij was geen crimineel.

Die zoon werd doodgeschoten omdat hij voor een ander werd aangezien. Een executie in het criminele milieu, maar helaas was een verkeerde man vermoord. In eerste instantie wees het Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag voor een financiële tegemoetkoming aan de nabestaanden af omdat bij de dode jongen op straat drugs werden aangetroffen. Eerst bestond het vermoeden dat hij dealde.

Toen de nabestaanden bezwaar maakten tegen de beslissing van het Schadefonds, werd verder gezocht. Ook het politieonderzoek vorderde intussen. Meer en meer ontstond de overtuiging dat er sprake was van een persoonsverwisseling. Wat zag ik: gebroken ouders, die voor het eerst na de dood van de zoon, meekwamen naar het kantoor van het Schadefonds. Zij konden niet vertellen over hun zoon, die op straat was vermoord. Twee sterke dochters, die wel konden vertellen over hun broer en hun huilende vader en moeder.

Ter voorbereiding op de behandeling van het bezwaar had het Schadefonds intussen in een intensief contact met de politie boven water gehaald dat er vrijwel zeker sprake was van een persoonsverwisseling. Nieuwe situatie: kapot gezin, gebroken ouders, sterke dochters in een gesprek over een zoon die dood op straat lag , slachtoffer van een liquidatie die niet voor hem bedoeld was. Het bezwaar van de nabestaanden was gegrond. Zij kregen een financiële tegemoetkoming van het Schadefonds.

Dat gesprek, die erkenning, het verzachten van het leed, een beetje, het geven van hoop, een beetje, dat vergeet ik nooit meer en daar doen wij het voor. Dit gebroken gezin heeft geen fijne feestdagen gehad, maar ik hoop volgend jaar toch weer een beetje beter, mede dankzij de erkenning die wij als Schadefonds namens ons allen - als samenleving - hebben kunnen geven.

In mijn volgende blog ga ik weer in op de grote ontwikkelingen bij het Schadefonds. Na dit verhaal is dat niet passend, hier past even stilte.

www.schadefonds.nl

dinsdag 12 mei 2015

Slachtoffer


Door: Carol van Nijnatten, lid commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven


Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan mensen die slachtoffer zijn geworden van een geweldsmisdrijf met ernstig psychisch of fysiek letsel tot gevolg. Waarom spreken wij in de 21ste eeuw nog van slachtoffers? Dat woord stamt immers uit oude culturen waarin dieren en ook mensen ceremonieel werden gedood als een geschenk aan de Goden. Het was een offer om de Goden gunstig te stemmen. Ook al liggen het geloof in meerdere Goden en brandstapels achter ons, de rol van het slachtoffer zit nog diep verankerd in onze cultuur. Christus heeft immers de rol van slachtoffer op zich genomen door zijn leven te geven “om de zonden van de mensen weg te nemen’. Hij was daarmee de zondebok pur sang die de schuld van velen op zich nam. Het christelijk geloof is gebaseerd op het geloof in het offer dat Jezus bracht.

In de huidige ontkerkelijkte wereld zullen velen dit verhaal niet meer letterlijk nemen, maar nog wel de dynamiek van het slachtofferschap herkennen en erkennen, dat wil zeggen zien dat er nog steeds medeburgers zijn die de dupe worden van het zondige gedrag van andere medeburgers. Uiteraard wordt niet langer het mooiste slachtvee of het mooiste kind op de brandstapel aan de Goden geofferd, maar met slachtoffers duiden wij nog wel degelijk mensen aan die buiten hun schuld de dupe worden van het geweld van anderen. Dat kan zomaar gebeuren in een open samenleving als de onze, een samenleving waarin mensen een grote vrijheid van handelen hebben, maar niet altijd de zware verantwoordelijkheid kunnen dragen die bij die vrijheid hoort. De openheid en vrijheid van onze samenleving, die algemeen worden gekoesterd, kunnen betekenen dat mensen ongewild de dupe worden van een uit de hand gelopen feestje in Haren of een aanslag in een supermarkt. In zekere zin betalen deze gedupeerden de onvolkomenheid van onze samenleving. We kunnen hen slachtoffers noemen in de eigenlijke zin van het woord omdat we willens en wetens de voorkeur geven aan vrijheid met deze risico’s tot gevolg. We prefereren om geen automatische geweren op elke straathoek te hebben.

Sinds ruim 25 jaar brengt onze samenleving ook een offer dat dit soort onrecht compenseert en daarmee de zonden in onze samenleving een klein beetje ‘wegneemt’. De financiële tegemoetkoming van het Schadefonds is in feite ook weer een offer, een (terug)gave aan mensen die het nadeel hebben ondervonden van het roekeloos optreden van anderen zonder dat zij daaraan iets konden doen. Dat offer heeft ook de bedoeling Nederlandse burgers gunstig te stemmen. Immers wij houden van onze vrijheid maar willen ook dat er voor ons wordt opgekomen als we het slachtoffer van onrecht zijn geworden.
Een samenleving is krachtiger naarmate haar zelfreinigend vermogen groter is. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven gelooft in het reinigend vermogen van de financiële tegemoetkoming, het tegenoffer.

www.schadefonds.nl

vrijdag 6 maart 2015

Wisseling van de wacht

Door: Ludo Goossens Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onlangs vertrok de directeur van het Schadefonds met haar gezin voor een periode van twee jaar naar Bonaire.
Overigens zegde de staatsecretaris in de Tweede Kamer toe ook daar enige vorm van schadefonds op te zetten. Vanzelfsprekend helpen we daarbij graag met de expertise die wij hebben, en wat ligt meer voor de hand dan om de uitvoering op een of andere manier onder het Schadefonds hier te laten vallen? Dat bevordert de eenheid van beleid en uitvoering en de uitwisseling van expertise.

Na vier jaar directeurschap van Nina Huygen mogen we vaststellen dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven enorm is geprofessionaliseerd, meer op de burger en aanvrager is gericht geraakt en toegankelijker voor klanten en ketenpartners.
Die burgergerichtheid, het uitleggen en nabellen zijn ontwikkelingen waar veel overheidsorganisaties een voorbeeld aan kunnen nemen, de mijne - de rechtspraak - niet in de laatste plaats.

Ook is het innovatief vermogen van het Schadefonds groot gebleken, voldoende groot om een belangrijke uitbreiding van taken verantwoord op te vangen. De taken zijn verbreed met de regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg, met een regeling voor schade als gevolg van openlijk geweld en de Subsidieregeling overvallen, die slachtoffers van een overval in staat stelt om preventieve maatregelen te nemen om herhaling van een overval te voorkomen.
Daarmee heeft het Schadefonds zich onder het directeurschap van Nina ontwikkeld in de richting van de overheidsorganisatie die geknipt is om zorg te dragen voor compensatie en erkenning van leed, daar waar de overheid, in termen van veiligheid, preventie of toezicht, steken heeft laten vallen.

Als Schadefonds willen we graag op die weg verder gaan. Daarbij valt te denken aan compensatie na aanslagen, rampen en ongevallen, medische fouten et cetera. De organisatie is daar klaar voor.
Maar ook aan de andere kant, de belangrijkste, die van slachtoffers, willen wij in de tweede helft van deze kabinetsperiode belangrijke stappen maken. Om de positie van slachtoffers structureel te versterken is nodig dat naar het voorbeeld van de reclassering de belangenbehartiging en ondersteuning van slachtoffers wordt georganiseerd in een stevige zuil in het maatschappelijk middenveld.

Ik daag de andere (slachtoffer)organisaties in dit veld, en ook departement van Veiligheid en Justitie en politiek, uit om over de opbouw van zo’n slachtofferpijler in het strafrechtelijk veld mee te denken en daaraan mee te bouwen.

Tot slot rest mij hier: dank Nina Huygen voor wat je voor de ontwikkeling van ons Schadefonds hebt gedaan.

Ludo Goossens

www.schadefonds.nl


woensdag 8 oktober 2014

Van bonnetjes naar all in-tegemoetkomingen

Door: Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht Erasmus Universiteit Rotterdam, lid commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven neemt een historische stap

Op 15 oktober maakt het Schadefonds Geweldsmisdrijven een grote stap in zijn tegemoetkomingspraktijk: voortaan ontvangen aanvragers geen aparte vergoedingen meer voor verschillende schadeposten, maar een tegemoetkoming in één som. Niet langer hoeven slachtoffers met letsel door een geweldsmisdrijf bonnetjes aan te dragen; zij ontvangen afhankelijk van de ernst van hun letsel een rond bedrag, in zes categorieën variërend van € 1.000 tot € 35.000. Daarmee wil het Schadefonds het tegemoetkomende karakter van het bedrag benadrukken, benadeelden ontlasten van het uitmeten van hun schade en bureaumedewerkers van het controleren en berekenen van opgevoerde schadeposten.

Toen ik een jaar geleden toetrad tot de commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven vielen mij drie dingen op. De organisatie bleek veel minder bureaucratisch dan ik had verwacht: medewerkers zoeken actief telefonisch contact met slachtoffers en proberen hen praktisch te ondersteunen in hun aanvraag om een tegemoetkoming. Maar hoewel de wet spreekt over tegemoetkomingen bij ernstig letsel, viel mij op dat er – bezien vanuit mijn ervaring met de letselschadepraktijk – ook vaak in gevallen van betrekkelijk gering letsel tegemoetkomingen worden verstrekt. Inmiddels begrijp ik dat wel: iedereen die door een geweldsmisdrijf is getroffen wordt immers in ernstige mate geraakt. Het meest verrassende vond ik evenwel dat – hoewel het Schadefonds tegemoetkomingen verstrekt – de toekenningen wel 26 verschillende, vaak vooral kleine schadeposten betroffen (reiskosten, kosten van een nieuwe matras, telefoonkosten, et cetera), die bovendien tot achter de komma werden uitgerekend. Tegelijkertijd bracht het karakter van de tegemoetkoming en het daaraan door de wet gestelde maximum mee dat lang niet alle kosten werden vergoed.

In de loop van het afgelopen jaar is de bestaande praktijk heroverwogen, mede naar aanleiding van onderzoek onder ‘klanten’ van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Uit dat onderzoek blijkt dat zij vaak tevreden zijn met de door hen ontvangen tegemoetkomingen, maar dat hun tevredenheid sterk afhangt van de snelheid en wijze van afhandeling van hun verzoek en van de mate waarin het ontvangen bedrag aan hun verwachtingen voldoet. De overgang naar zes categorieën van all in-bedragen zal naar verwachting de snelheid van afhandeling en de voorspelbaarheid van de uitkomst vergroten. Ook heeft een rol gespeeld dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven het afgelopen jaar ervaring heeft opgedaan met de toewijzing van all in-bedragen in gevallen van seksueel misbruik. Het Schadefonds voert sinds een jaar twee compensatieregelingen uit voor slachtoffers van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen. Volgens die regelingen worden tegemoetkomingen verstrekt waarvan de hoogte afhankelijk is van de aard en ernst van het misbruik, zonder dat slachtoffers worden belast met het bewijs van de gevolgen van het misbruik in de financiële en immateriële sfeer.

Volgens het oude beleid moesten slachtoffers niet alleen aantonen dat en hoe zij het slachtoffer waren geworden van een geweldsmisdrijf, maar ook welke concrete schade zij als gevolg daarvan hadden geleden. Het gevolg daarvan is dat iemand vooral moet terugblikken op wat er is gebeurd en dat hij zich moet concentreren op de omvang van de nare gevolgen daarvan. Praktisch betekent het ook dat die gevolgen moeten worden onderbouwd, met verklaringen, bonnetjes en andere bewijsstukken. Dat kost tijd en negatieve energie. Volgens het nieuwe beleid blijft het nodig om duidelijk te maken hoe iemand het slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf, maar wordt vervolgens aan de hand van de ernst van het fysieke of psychische letsel vastgesteld welke tegemoetkomingsbedrag daar bij past. Bewijs van de gevolgen van het letsel in concrete gevallen is dus niet meer nodig. Die vereenvoudiging is niet alleen van belang voor slachtoffers die een aanvraag doen, maar ook voor hun hulpverleners, zoals medewerkers van Slachtofferhulp Nederland, advocaten en anderen.

Bij letsel vindt aan de hand van de ernst van het letsel volgens een door deskundigen opgestelde letsellijst een indeling plaats in één van de zes categorieën. Per categorie geldt een vast tegemoetkomingsbedrag: € 1.000, € 2.500, € 5.000, € 10.000, € 20.000 of € 35.000. Bij complexe letsels is het meest ernstige letsel leidend voor de indeling in een categorie. Ook in gevallen van (enkel) psychisch letsel wordt met deze zes categorieën gewerkt, en vindt de indeling plaats op basis van objectieve informatie van behandelaars (diagnose, behandelingsduur). Bij bepaalde geweldsmisdrijven en bij seksueel misbruik wordt vanwege de ernst van het delict het bestaan van psychisch letsel zonder nader bewijs verondersteld.
Bij overlijden door een geweldsmisdrijf ontvangen nabestaanden een vast bedrag (€ 5.000) ongeacht welke concrete schade zij lijden. Daarnaast vindt er bij overlijden nog wel enig maatwerk plaats: alleen degene die kosten voor de uitvaart heeft gemaakt kan daarvoor een tegemoetkoming ontvangen, met een maximum van € 7.500. En alleen degenen die door het overlijden levensonderhoud hebben gederfd ontvangen daarvoor nog een extra bedrag.

Met deze grote stap hoopt het Schadefonds Geweldsmisdrijven het aanvragen en afhandelen van tegemoetkomingen eenvoudiger te maken, zodat slachtoffers van geweldsmisdrijven eerder erkenning vinden van het onrecht en het leed dat hun is aangedaan. Een vlottere afwikkeling, waarbij meer aandacht mogelijk is voor de persoon van de getroffene en minder voor de administratie van schadeposten, kan er bovendien aan bijdragen dat het slachtoffer de blik eerder op een nieuwe toekomst kan richten. Het is een voorrecht om daaraan een bijdrage te mogen leveren.

www.schadefonds.nl


vrijdag 25 juli 2014

Luisteren naar slachtoffers

Door: Nina Huygen, Directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven is er om erkenning te geven voor het onrecht dat slachtoffers met ernstig letsel is aangedaan. Dat doet het Schadefonds in de vorm van een financiële bijdrage en sinds kort ook door de manier van werken. Ons werk bestaat uit het nemen van een besluit in een juridische context. Voorheen was dat een schriftelijk proces, geschreven in juristentaal. Dat hebben we de afgelopen twee jaar veranderd naar: persoonlijk, informeel en oplossingsgericht. We schrijven in gewone taal en we bellen met aanvragers. We vragen daarbij naar hun belangen bij de aanvraag en we leggen uit wat ze van ons kunnen verwachten. En uiteindelijk lichten we ons besluit ook toe. De belangen, en daarmee vaak ook emoties, komen nu dus ook aan bod. We beslissen en we luisteren.

Uit een klanttevredenheidsonderzoek, waar onlangs twee rechtenstudenten op afstudeerden, blijkt klip en klaar dat onze nieuwe manier van werken bijdraagt aan de ervaren erkenning.
Slachtoffers zijn uiteraard meer tevreden wanneer zij wel geld krijgen dan wanneer zij dat niet krijgen. Maar die tevredenheid zit hem niet alleen in het geld. Bij een positieve beslissing wordt de beslissing gewaardeerd met een 7,5 maar de tevredenheid over het Schadefonds in zijn geheel wordt gewaardeerd met een 7,9. Erkenning zit hem dus niet alleen in de tegemoetkoming zelf, maar ook in de manier van werken. Dat blijkt ook uit het onderzoek: significant meer procedurele rechtvaardigheid, minder boosheid en bedroefdheid, meer erkenning en meer tevredenheid met de nieuwe manier van werken ten opzichte van de vroegere werkwijze.

En dat sluit weer aan bij de volgende bevinding van het onderzoek. Gevraagd naar welke aspecten respondenten belangrijk vinden bij het doen van een aanvraag, scoren 'erkend worden als slachtoffer' (4.45 op een schaal van 5) en 'een rechtvaardigheidsgevoel krijgen' (4.40) het hoogst. En pas daarna 'een financiële uitkering krijgen' (3.75).

Onze nieuwe werkwijze, die wij burgergericht werken noemen, draagt bij aan het aanvaarden van de uitkomst, ook als de aanvraag wordt afgewezen. Onze medewerkers krijgen die feedback rechtstreeks nu zij bellen met aanvragers. Dat is niet altijd makkelijk, soms zijn dat heftige gesprekken. Maar ze horen ook de waardering en krijgen dan terug: 'Ik ben teleurgesteld over de uitkomst, maar ik begrijp het besluit wel'; 'U heeft er goed naar gekeken, ik voel mij serieus genomen' en: 'Bedankt dat u naar me heeft willen luisteren, dat betekende veel voor me'.

Andere organisaties die ook rechtstreeks met slachtoffers te maken hebben - zoals politie, Openbaar Ministerie en rechterlijke macht - kunnen van deze ervaringen leren. Ook zij kunnen bijdragen aan erkenning van slachtoffers door hun manier van werken.

De belangrijkste aanbeveling uit het onderzoek was: meer naamsbekendheid. Meerdere respondenten waren blij met het bestaan van het Schadefonds maar gaven aan pas laat op de hoogte van het bestaan ervan te zijn geraakt. En dat vonden ze jammer. Daar moeten we wat mee. Hierbij roep ik een ieder op die slachtoffers van geweld met ernstig letsel kent of ermee werkt, te wijzen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Bekijk onze film ‘Het belang van het Schadefonds voor slachtoffers van geweld’. Stuur hem door, zet op Facebook, Twitter enzovoorts. Zodat slachtoffers ons weten te vinden. Slachtoffers die hen voor zijn gegaan vragen er zelf om. Laten we naar ze luisteren.

www.schadefonds.nl


woensdag 2 april 2014

Financieel herstel slachtoffers

Door: Ludo Goossens, Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Het Schadefonds moet veel meer een rol gaan spelen in het financieel herstel van verhoudingen tussen daders en slachtoffers van misdrijven, ook zelf gaan verhalen op de dader en in het verlengde daarvan de voorschotregeling gaan uitvoeren.

Slachtoffers krijgen een steeds belangrijker plek in onze samenleving. We vinden het niet meer dan normaal dat zij worden gecompenseerd voor hun schade. We vinden het ook steeds logischer dat de dader de schadevergoeding betaalt. Maatschappelijk is daarover nauwelijks of geen discussie meer.  
Die gedachte brengt mij op de vraag welke rol het Schadefonds kan spelen in een vorm van strafrechtspleging die zich meer en meer richt op herstel. 
Herstel van onrecht, herstel van vertrouwen, financieel herstel. Nu is die rol, door de manier waarop die is gegroeid, het betalen van een tegemoetkoming in de schade door de staat bij ernstig geweld, nogal beperkt. 
Marc Groenhuijsen  pleit ervoor om de klassieke invalshoeken op (schijnbare tegenstellingen tussen) strafrecht en herstelrecht los te laten omdat door het benadrukken van tegenstellingen het verder versterken van de positie van het slachtoffer wordt bemoeilijkt.

Ik ben het daarmee van harte eens.
Ik zou willen dat ook het Schadefonds in die ontwikkelingen meer dan nu uitdrukkelijk een positie kiest.

Vernieuwend
De Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (artikel 6) maakt het mogelijk schadevergoeding toe te kennen en de staat die vergoeding te laten verhalen op de dader. In de praktijk gebeurt dat helaas bijna nooit. Ik denk dat – als we aan die regel op slimme en vernieuwende wijze invulling geven - de positie van het Schadefonds binnen de strafrechtspleging meer gericht kan zijn op dat financieel herstel.

Om te beginnen moet het wettelijk kader aangepast worden zodat het  mogelijk wordt dat het Schadefonds zich kan voegen in de strafrechtelijke procedure. Uiteraard in het geval dat het Schadefonds de benadeelde partij een uitkering gaf voor de geleden schade of zal geven. Ontvangt het Schadefonds een bedrag van de dader, dan wordt dat verrekend met het uitgekeerde bedrag. Een eventueel surplus komt ten goede aan het slachtoffer. Zowel de Staat als het slachtoffer kunnen van een dergelijke regeling profiteren.

Financieel herstel
Ik bepleit dus dat het Schadefonds zich - naast het doen van uitkeringen uit de staatskas - in de toekomst, meer dan nu vanuit een eigen positie (ook in de strafprocedure), gaat bezig houden met de financiële kant van het herstel tussen dader en slachtoffer.
Daarvoor is nodig dat we de mogelijkheden om te verhalen op de dader actief ontwikkelen en benutten. 
Tenslotte ligt het, als deze ontwikkeling vorm krijgt, dan ook voor de hand om de uitvoering van de voorschotregeling die hoort bij de schadevergoedingsmaatregel, te laten uitvoeren door het Schadefonds. Als organisatie die recht doet aan slachtoffers. De uitvoering ligt nu bij het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), de inningsorganisatie van het openbaar bestuur.

Op die wijze kunnen wij nog beter, ook in termen van herstelrecht, bijdragen aan het herstel van vertrouwen van slachtoffers in de brede zin van dat woord.

[1] Tijdschrift voor Herstelrecht 2010 (10) 4