Posts tonen met het label erkenning. Alle posts tonen
Posts tonen met het label erkenning. Alle posts tonen

donderdag 14 april 2016

Na een terroristische aanslag…

Door: Siewert Lindenbergh, lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De aanslagen in Brussel van eind maart hebben ons opnieuw ingescherpt hoe het risico van een terroristische aanslag dichtbij komt. Zo’n aanslag is onmiskenbaar een geweldsmisdrijf waardoor mensen ernstig letsel oplopen, of erger. En de verantwoordelijke dader ligt vaak letterlijk op het kerkhof. Dat zijn redenen om, als zo’n aanslag in Nederland wordt gepleegd een beroep te doen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Natuurlijk is geld niet het eerste waar slachtoffers van een aanslag aan zullen denken. Dat betekent dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven in eerste instantie een bescheiden rol past. Maar juist dergelijke ernstige gebeurtenissen kunnen in een vroeg stadium ook financiële hulp nodig maken. Onze Belgische zusterorganisatie heeft daarmee inmiddels enige ervaring.

Kunnen de bestaande regels voor tegemoetkomingen één-op-één worden toegepast in geval van een terroristische aanslag? Is zoiets niet veel erger dan een andersoortig geweldsmisdrijf? Is er dan plaats voor hogere tegemoetkomingen? Hoe stel je de kring van gerechtigden tot een tegemoetkoming dan vast? En hoe gaat onze organisatie om met een plotselinge gebeurtenis met een groot aantal slachtoffers?

Dergelijke vragen houden ons natuurlijk al enige tijd bezig. Dat doet een beroep op ons ,maar daarbij is enige nuchterheid op zijn plaats. Want een terroristische aanslag met vele dodelijke slachtoffers en gewonden is natuurlijk gruwelijk. Zo’n gebeurtenis krijgt heel veel aandacht en iedereen beleeft het mee. Maar is een individueel geweldsmisdrijf met hetzelfde letsel tot gevolg voor de betrokkenen werkelijk minder erg? Is een individuele ramp voor de benadeelde en zijn naasten een minder grote ramp? En is dat werkelijk reden om andere regels voor tegemoetkomingen te kiezen?

Bij de uitkeringen uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven staat het tegemoetkomingskarakter telkens voorop: het is geen vergoeding van de schade, maar een maatschappelijke blijk van erkenning in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor degenen die door een geweldsmisdrijf ernstig worden getroffen. Dat zal bij een terroristische aanslag niet anders zijn. Onze inspanningen zullen er ook dan op gericht moeten zijn om op het juiste moment voor de juiste mensen het juiste te doen. Dat proberen we bij individuele rampen te doen en dat zal bij een terroristische aanslag niet anders zijn.

www.schadefonds.nl

donderdag 21 januari 2016

Waarom ik het doe; leed verzachten

Door: Ludo Goossens,Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Er was een jonge, volkomen geïntegreerde Marokkaanse familie. De vader kwam in de jaren 70 als gastarbeider naar Nederland. Hij werkte zich krom. De moeder en kinderen kwamen later voor gezinshereniging. Het waren gewone, nette en constructieve mensen. De dochters, midden twintig, misschien 30 jaar nu, waren hoog opgeleid. Een zoon zat een beetje aan de rand van de samenleving, maar hij was geen crimineel.

Die zoon werd doodgeschoten omdat hij voor een ander werd aangezien. Een executie in het criminele milieu, maar helaas was een verkeerde man vermoord. In eerste instantie wees het Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag voor een financiële tegemoetkoming aan de nabestaanden af omdat bij de dode jongen op straat drugs werden aangetroffen. Eerst bestond het vermoeden dat hij dealde.

Toen de nabestaanden bezwaar maakten tegen de beslissing van het Schadefonds, werd verder gezocht. Ook het politieonderzoek vorderde intussen. Meer en meer ontstond de overtuiging dat er sprake was van een persoonsverwisseling. Wat zag ik: gebroken ouders, die voor het eerst na de dood van de zoon, meekwamen naar het kantoor van het Schadefonds. Zij konden niet vertellen over hun zoon, die op straat was vermoord. Twee sterke dochters, die wel konden vertellen over hun broer en hun huilende vader en moeder.

Ter voorbereiding op de behandeling van het bezwaar had het Schadefonds intussen in een intensief contact met de politie boven water gehaald dat er vrijwel zeker sprake was van een persoonsverwisseling. Nieuwe situatie: kapot gezin, gebroken ouders, sterke dochters in een gesprek over een zoon die dood op straat lag , slachtoffer van een liquidatie die niet voor hem bedoeld was. Het bezwaar van de nabestaanden was gegrond. Zij kregen een financiële tegemoetkoming van het Schadefonds.

Dat gesprek, die erkenning, het verzachten van het leed, een beetje, het geven van hoop, een beetje, dat vergeet ik nooit meer en daar doen wij het voor. Dit gebroken gezin heeft geen fijne feestdagen gehad, maar ik hoop volgend jaar toch weer een beetje beter, mede dankzij de erkenning die wij als Schadefonds namens ons allen - als samenleving - hebben kunnen geven.

In mijn volgende blog ga ik weer in op de grote ontwikkelingen bij het Schadefonds. Na dit verhaal is dat niet passend, hier past even stilte.

www.schadefonds.nl

donderdag 16 juli 2015

Meer slachtoffers en langer de tijd

Nu de werking van de financiële regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg in het najaar 2015 een einde neemt, sloeg ik opnieuw het rapport van de commissie Samson uit oktober 2012 op. “Omringd door Zorg, toch niet veilig” blijft het lezen meer dan waard.
Ik wil deze blog gebruiken om een aantal observaties met u te delen.

Het rapport Samson begint met vier korte voorbeelden van seksueel misbruik en dat helpt het probleem te definiëren. Neem het verhaal van het 11 jaar oude meisje Esmeralda, mishandeld en seksueel misbruikt door haar vader, daarna via een meldpunt kindermishandeling uit huis geplaatst en in een jeugdzorginstelling terechtgekomen. Daar is zij uiteindelijk ook weer misbruikt maar dan door een groepsleider.

Allereerst komt het lezen van deze voorbeelden in de verste verte niet in de buurt van het spreken met een slachtoffer van dergelijk misbruik zelf. Ik voer dergelijke gesprekken nu inmiddels meer dan anderhalf jaar en keer op keer ben ik weer geraakt door de verwoesting die in mensenlevens is aangericht. En dat terwijl ik toch  in mijn functie als strafrechter gewend ben heel ernstige zaken te berechten en met verdachten van zeer ernstige delicten te spreken.

Ten tweede merk ik dat gesprekken met slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugdzorg, in het kader van de regelingen die daarvoor dit jaar nog gelden, in zekere zin gemakkelijker zijn omdat de te nemen beslissing minder gecompliceerd is. Die is juridisch eenvoudiger. Anderzijds zijn de gesprekken, in de zin van ervaringen en emotionele belasting, veel moeilijker en aangrijpender, juist omdat ze je zo onontkoombaar raken als je de beschadiging van mensen ziet en voelt. Ook heb ik in die gesprekken aan den lijve ondervonden hoezeer mensen hebben moeten worstelen voordat ze in staat waren het verhaal van hun misbruik, en hun vaak ingrijpend negatief beïnvloede leven, konden vertellen.
Het is vanuit die ervaring dat ik hier de overheid in overweging geef om  gevolg te geven aan het verzoek van de lotgenotenorganisaties om de werking van de huidige regelingen te verlengen. Om zo de slachtoffers een kans te geven hun verhaal in alle rust te vertellen tegen een onafhankelijke vertegenwoordiger van de overheid als zij, tot op dit moment, om wat voor reden dan ook, daartoe nog niet in staat waren. Hetzij in het kader van de Tijdelijke regeling, hetzij het Statuut, beiden uitgevoerd door het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

In de derde plaats observeer ik dat we de afgelopen periode bij het Schadefonds een aantal aanvragen hebben moeten afwijzen om formele redenen. Ze vielen om juridische redenen niet onder de werking van de regelingen, bijvoorbeeld omdat het niet om jeugdzorginstellingen ging. Deze zaken van seksueel misbruik speelden zich wel binnen een residentiële setting van bijvoorbeeld jeugdpsychiatrie of zorg voor (jeugdige) mensen met een lichamelijke beperking, maar zij vielen toch dan buiten de grens van de Tijdelijke regeling en de Statuut regeling seksueel misbruik in de jeugdzorg.

Tenslotte.
De derde observatie doe ik ook weer tegen de achtergrond van de overtuiging dat seksueel misbruik moet hebben plaatsgevonden - en helaas misschien nog plaatsvindt - in elke residentiële setting waar macht wordt uitgeoefend over pupillen.

Het is met name dat onderdeel van de observatie dat maakt dat ik het juridisch onderscheid wrang en slecht verdedigbaar vind. Ik vind dat voor elk seksueel misbruik binnen een residentiële setting, waar machtsverhoudingen een rol spelen, een gemakkelijk toegankelijke regeling zou moeten gelden voor schadeloosstelling van slachtoffers.
Liefst te betalen door de verantwoordelijke organisatie, maar als het niet anders kan, dan als vangnet, in een collectieve regeling.

En laat duidelijk zijn: waar zich dat nu voordoet, kunnen slachtoffers nu natuurlijk al terecht bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zij zullen bij ons een luisterend oor vinden en een welwillende behandeling.

Zo’n regeling is voor de erkenning van de betrokken slachtoffers van groot belang voor het herstel van hun vertrouwen, in de omgeving en de rechtsstaat. Maar ik denk dat zo’n regeling minstens zo belangrijk voor de gezondheid van de betrokken organisaties zelf.

Ludo Goossens
Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

www.schadefonds.nl


dinsdag 12 mei 2015

Slachtoffer


Door: Carol van Nijnatten, lid commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven


Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan mensen die slachtoffer zijn geworden van een geweldsmisdrijf met ernstig psychisch of fysiek letsel tot gevolg. Waarom spreken wij in de 21ste eeuw nog van slachtoffers? Dat woord stamt immers uit oude culturen waarin dieren en ook mensen ceremonieel werden gedood als een geschenk aan de Goden. Het was een offer om de Goden gunstig te stemmen. Ook al liggen het geloof in meerdere Goden en brandstapels achter ons, de rol van het slachtoffer zit nog diep verankerd in onze cultuur. Christus heeft immers de rol van slachtoffer op zich genomen door zijn leven te geven “om de zonden van de mensen weg te nemen’. Hij was daarmee de zondebok pur sang die de schuld van velen op zich nam. Het christelijk geloof is gebaseerd op het geloof in het offer dat Jezus bracht.

In de huidige ontkerkelijkte wereld zullen velen dit verhaal niet meer letterlijk nemen, maar nog wel de dynamiek van het slachtofferschap herkennen en erkennen, dat wil zeggen zien dat er nog steeds medeburgers zijn die de dupe worden van het zondige gedrag van andere medeburgers. Uiteraard wordt niet langer het mooiste slachtvee of het mooiste kind op de brandstapel aan de Goden geofferd, maar met slachtoffers duiden wij nog wel degelijk mensen aan die buiten hun schuld de dupe worden van het geweld van anderen. Dat kan zomaar gebeuren in een open samenleving als de onze, een samenleving waarin mensen een grote vrijheid van handelen hebben, maar niet altijd de zware verantwoordelijkheid kunnen dragen die bij die vrijheid hoort. De openheid en vrijheid van onze samenleving, die algemeen worden gekoesterd, kunnen betekenen dat mensen ongewild de dupe worden van een uit de hand gelopen feestje in Haren of een aanslag in een supermarkt. In zekere zin betalen deze gedupeerden de onvolkomenheid van onze samenleving. We kunnen hen slachtoffers noemen in de eigenlijke zin van het woord omdat we willens en wetens de voorkeur geven aan vrijheid met deze risico’s tot gevolg. We prefereren om geen automatische geweren op elke straathoek te hebben.

Sinds ruim 25 jaar brengt onze samenleving ook een offer dat dit soort onrecht compenseert en daarmee de zonden in onze samenleving een klein beetje ‘wegneemt’. De financiële tegemoetkoming van het Schadefonds is in feite ook weer een offer, een (terug)gave aan mensen die het nadeel hebben ondervonden van het roekeloos optreden van anderen zonder dat zij daaraan iets konden doen. Dat offer heeft ook de bedoeling Nederlandse burgers gunstig te stemmen. Immers wij houden van onze vrijheid maar willen ook dat er voor ons wordt opgekomen als we het slachtoffer van onrecht zijn geworden.
Een samenleving is krachtiger naarmate haar zelfreinigend vermogen groter is. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven gelooft in het reinigend vermogen van de financiële tegemoetkoming, het tegenoffer.

www.schadefonds.nl

vrijdag 6 maart 2015

Wisseling van de wacht

Door: Ludo Goossens Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onlangs vertrok de directeur van het Schadefonds met haar gezin voor een periode van twee jaar naar Bonaire.
Overigens zegde de staatsecretaris in de Tweede Kamer toe ook daar enige vorm van schadefonds op te zetten. Vanzelfsprekend helpen we daarbij graag met de expertise die wij hebben, en wat ligt meer voor de hand dan om de uitvoering op een of andere manier onder het Schadefonds hier te laten vallen? Dat bevordert de eenheid van beleid en uitvoering en de uitwisseling van expertise.

Na vier jaar directeurschap van Nina Huygen mogen we vaststellen dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven enorm is geprofessionaliseerd, meer op de burger en aanvrager is gericht geraakt en toegankelijker voor klanten en ketenpartners.
Die burgergerichtheid, het uitleggen en nabellen zijn ontwikkelingen waar veel overheidsorganisaties een voorbeeld aan kunnen nemen, de mijne - de rechtspraak - niet in de laatste plaats.

Ook is het innovatief vermogen van het Schadefonds groot gebleken, voldoende groot om een belangrijke uitbreiding van taken verantwoord op te vangen. De taken zijn verbreed met de regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg, met een regeling voor schade als gevolg van openlijk geweld en de Subsidieregeling overvallen, die slachtoffers van een overval in staat stelt om preventieve maatregelen te nemen om herhaling van een overval te voorkomen.
Daarmee heeft het Schadefonds zich onder het directeurschap van Nina ontwikkeld in de richting van de overheidsorganisatie die geknipt is om zorg te dragen voor compensatie en erkenning van leed, daar waar de overheid, in termen van veiligheid, preventie of toezicht, steken heeft laten vallen.

Als Schadefonds willen we graag op die weg verder gaan. Daarbij valt te denken aan compensatie na aanslagen, rampen en ongevallen, medische fouten et cetera. De organisatie is daar klaar voor.
Maar ook aan de andere kant, de belangrijkste, die van slachtoffers, willen wij in de tweede helft van deze kabinetsperiode belangrijke stappen maken. Om de positie van slachtoffers structureel te versterken is nodig dat naar het voorbeeld van de reclassering de belangenbehartiging en ondersteuning van slachtoffers wordt georganiseerd in een stevige zuil in het maatschappelijk middenveld.

Ik daag de andere (slachtoffer)organisaties in dit veld, en ook departement van Veiligheid en Justitie en politiek, uit om over de opbouw van zo’n slachtofferpijler in het strafrechtelijk veld mee te denken en daaraan mee te bouwen.

Tot slot rest mij hier: dank Nina Huygen voor wat je voor de ontwikkeling van ons Schadefonds hebt gedaan.

Ludo Goossens

www.schadefonds.nl


woensdag 8 oktober 2014

Van bonnetjes naar all in-tegemoetkomingen

Door: Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht Erasmus Universiteit Rotterdam, lid commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven neemt een historische stap

Op 15 oktober maakt het Schadefonds Geweldsmisdrijven een grote stap in zijn tegemoetkomingspraktijk: voortaan ontvangen aanvragers geen aparte vergoedingen meer voor verschillende schadeposten, maar een tegemoetkoming in één som. Niet langer hoeven slachtoffers met letsel door een geweldsmisdrijf bonnetjes aan te dragen; zij ontvangen afhankelijk van de ernst van hun letsel een rond bedrag, in zes categorieën variërend van € 1.000 tot € 35.000. Daarmee wil het Schadefonds het tegemoetkomende karakter van het bedrag benadrukken, benadeelden ontlasten van het uitmeten van hun schade en bureaumedewerkers van het controleren en berekenen van opgevoerde schadeposten.

Toen ik een jaar geleden toetrad tot de commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven vielen mij drie dingen op. De organisatie bleek veel minder bureaucratisch dan ik had verwacht: medewerkers zoeken actief telefonisch contact met slachtoffers en proberen hen praktisch te ondersteunen in hun aanvraag om een tegemoetkoming. Maar hoewel de wet spreekt over tegemoetkomingen bij ernstig letsel, viel mij op dat er – bezien vanuit mijn ervaring met de letselschadepraktijk – ook vaak in gevallen van betrekkelijk gering letsel tegemoetkomingen worden verstrekt. Inmiddels begrijp ik dat wel: iedereen die door een geweldsmisdrijf is getroffen wordt immers in ernstige mate geraakt. Het meest verrassende vond ik evenwel dat – hoewel het Schadefonds tegemoetkomingen verstrekt – de toekenningen wel 26 verschillende, vaak vooral kleine schadeposten betroffen (reiskosten, kosten van een nieuwe matras, telefoonkosten, et cetera), die bovendien tot achter de komma werden uitgerekend. Tegelijkertijd bracht het karakter van de tegemoetkoming en het daaraan door de wet gestelde maximum mee dat lang niet alle kosten werden vergoed.

In de loop van het afgelopen jaar is de bestaande praktijk heroverwogen, mede naar aanleiding van onderzoek onder ‘klanten’ van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Uit dat onderzoek blijkt dat zij vaak tevreden zijn met de door hen ontvangen tegemoetkomingen, maar dat hun tevredenheid sterk afhangt van de snelheid en wijze van afhandeling van hun verzoek en van de mate waarin het ontvangen bedrag aan hun verwachtingen voldoet. De overgang naar zes categorieën van all in-bedragen zal naar verwachting de snelheid van afhandeling en de voorspelbaarheid van de uitkomst vergroten. Ook heeft een rol gespeeld dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven het afgelopen jaar ervaring heeft opgedaan met de toewijzing van all in-bedragen in gevallen van seksueel misbruik. Het Schadefonds voert sinds een jaar twee compensatieregelingen uit voor slachtoffers van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen. Volgens die regelingen worden tegemoetkomingen verstrekt waarvan de hoogte afhankelijk is van de aard en ernst van het misbruik, zonder dat slachtoffers worden belast met het bewijs van de gevolgen van het misbruik in de financiële en immateriële sfeer.

Volgens het oude beleid moesten slachtoffers niet alleen aantonen dat en hoe zij het slachtoffer waren geworden van een geweldsmisdrijf, maar ook welke concrete schade zij als gevolg daarvan hadden geleden. Het gevolg daarvan is dat iemand vooral moet terugblikken op wat er is gebeurd en dat hij zich moet concentreren op de omvang van de nare gevolgen daarvan. Praktisch betekent het ook dat die gevolgen moeten worden onderbouwd, met verklaringen, bonnetjes en andere bewijsstukken. Dat kost tijd en negatieve energie. Volgens het nieuwe beleid blijft het nodig om duidelijk te maken hoe iemand het slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf, maar wordt vervolgens aan de hand van de ernst van het fysieke of psychische letsel vastgesteld welke tegemoetkomingsbedrag daar bij past. Bewijs van de gevolgen van het letsel in concrete gevallen is dus niet meer nodig. Die vereenvoudiging is niet alleen van belang voor slachtoffers die een aanvraag doen, maar ook voor hun hulpverleners, zoals medewerkers van Slachtofferhulp Nederland, advocaten en anderen.

Bij letsel vindt aan de hand van de ernst van het letsel volgens een door deskundigen opgestelde letsellijst een indeling plaats in één van de zes categorieën. Per categorie geldt een vast tegemoetkomingsbedrag: € 1.000, € 2.500, € 5.000, € 10.000, € 20.000 of € 35.000. Bij complexe letsels is het meest ernstige letsel leidend voor de indeling in een categorie. Ook in gevallen van (enkel) psychisch letsel wordt met deze zes categorieën gewerkt, en vindt de indeling plaats op basis van objectieve informatie van behandelaars (diagnose, behandelingsduur). Bij bepaalde geweldsmisdrijven en bij seksueel misbruik wordt vanwege de ernst van het delict het bestaan van psychisch letsel zonder nader bewijs verondersteld.
Bij overlijden door een geweldsmisdrijf ontvangen nabestaanden een vast bedrag (€ 5.000) ongeacht welke concrete schade zij lijden. Daarnaast vindt er bij overlijden nog wel enig maatwerk plaats: alleen degene die kosten voor de uitvaart heeft gemaakt kan daarvoor een tegemoetkoming ontvangen, met een maximum van € 7.500. En alleen degenen die door het overlijden levensonderhoud hebben gederfd ontvangen daarvoor nog een extra bedrag.

Met deze grote stap hoopt het Schadefonds Geweldsmisdrijven het aanvragen en afhandelen van tegemoetkomingen eenvoudiger te maken, zodat slachtoffers van geweldsmisdrijven eerder erkenning vinden van het onrecht en het leed dat hun is aangedaan. Een vlottere afwikkeling, waarbij meer aandacht mogelijk is voor de persoon van de getroffene en minder voor de administratie van schadeposten, kan er bovendien aan bijdragen dat het slachtoffer de blik eerder op een nieuwe toekomst kan richten. Het is een voorrecht om daaraan een bijdrage te mogen leveren.

www.schadefonds.nl


maandag 15 september 2014

Winst

Door: Ludo Goossens, Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming, en erkent daarmee het onrecht dat hen is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen. Het Schadefonds is een zelfstandig onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven werd in het midden van de jaren zeventig als onafhankelijke instelling namens de staat in het leven geroepen om slachtoffers van ernstig geweld tegemoet te komen bij het te bovenkomen van de gevolgen van het onrecht dat hun is aangedaan. De invalshoek was vooral een financiële.
Ook in Europees verband is zo’n fonds verplicht geworden.

Sinds die tijd is er veel ten goede veranderd voor die slachtoffers: er is een regeling gekomen, waardoor slachtoffers in het strafproces op betrekkelijk eenvoudige wijze hun schade kunnen verhalen en er is voor de meest ernstige misdrijven een voorschotregeling gekomen. Daardoor, in combinatie met de schadevergoedingsmaatregel, hoeven slachtoffers niet langer onnodig te wachten op het moment dat de dader geld heeft om te betalen.

Er is dus belangrijke winst geboekt. En dit is nog alleen het financiële deel.
Ook op vlak van bejegening is belangrijk werk verricht. Slachtoffers hebben een positie in de rechtszaak gekregen. Er is een slachtofferorganisatie gekomen die op alle mogelijke punten ondersteuning verleent.
Het Schadefonds heeft actief aan die ontwikkeling bij gedragen.
Maar meer en meer wordt duidelijk dat het slachtofferbeleid in Nederland en Europa erg incidenteel is ontwikkeld. Ik geef voorbeelden:
de financiële regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg
de tijdelijke regeling openlijk geweld
de preventie regeling overvallen

Dit zijn stuk voor stuk nuttige, noodzakelijke en belangrijke regelingen, maar zij roepen de vraag op: waarom deze wel en andere niet?
Waarom wel openlijk geweld en niet vernieling?
Waarom wel seksueel misbruik in de jeugdzorg maar niet mishandeling?
Waarom wel jeugdzorg, maar niet psychiatrie of  blinden- en andere instituten?
Waarom niet méér structurele regelingen voor andere incidenten waar de staat haar beschermende rol voor burgers heeft laten liggen en waarvoor steeds weer incidentele regelingen voor schadeloosstelling worden ontworpen? Denk aan incidenten als de veteranenziekte in Hoogkarspel, Q-koorts, dijkdoorbraak Wilnis en de  brand in Moerdijk.

Telkens leiden dit soort incidenten tot maatschappelijke en politieke  discussies.
Telkens ook komt in die discussie weer naar voren dat slachtoffers het moeilijk vinden zich op een goede wijze te verhouden tot de overheid die als onpersoonlijk en bureaucratisch en juridisch wordt ervaren.

Als Schadefonds hebben we die kille benadering van slachtoffers achter ons gelaten en zijn we persoonlijker, actiever en empathischer geworden in de begeleiding van slachtoffers.
De resultaten zijn spectaculair.
Slachtoffers geven aan zich gehoord en erkend te voelen in het contact met medewerkers en commissieleden van het Schadefonds. Zij geven ook te kennen het fijn te vinden persoonlijk benaderd te worden en begeleiding te krijgen.
De nieuwe manier van werken van het Schadefonds draagt bij aan meer vertrouwen in Justitie en de overheid in brede zin.

Ik wil bepleiten om in de eerste plaats eens echt in samenhang, ook met private partijen als verzekeraars, te gaan bekijken waar burgers (onderling via verzekeraars bijvoorbeeld) verantwoordelijkheid kunnen dragen en nemen. En in het verlengde daarvan waar de overheid in zijn beschermende rol tekort is geschoten en daarom een taak heeft in vergoeding van schade of leniging van de ergste financiële nood.
In de tweede plaats wil ik diezelfde overheid uitnodigen om, veel meer dan tot nu toe, gebruik te maken van de expertise die er bij het Schadefonds is opgebouwd. Expertise om schade te bepalen, en de burger daarin op menselijke en fatsoenlijke wijze te begeleiden.

Ik ben ervan overtuigd dat daarmee een belangrijke stap gezet zal worden in het herstel van vertrouwen van de burger in de overheid.

vrijdag 25 juli 2014

Luisteren naar slachtoffers

Door: Nina Huygen, Directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven is er om erkenning te geven voor het onrecht dat slachtoffers met ernstig letsel is aangedaan. Dat doet het Schadefonds in de vorm van een financiële bijdrage en sinds kort ook door de manier van werken. Ons werk bestaat uit het nemen van een besluit in een juridische context. Voorheen was dat een schriftelijk proces, geschreven in juristentaal. Dat hebben we de afgelopen twee jaar veranderd naar: persoonlijk, informeel en oplossingsgericht. We schrijven in gewone taal en we bellen met aanvragers. We vragen daarbij naar hun belangen bij de aanvraag en we leggen uit wat ze van ons kunnen verwachten. En uiteindelijk lichten we ons besluit ook toe. De belangen, en daarmee vaak ook emoties, komen nu dus ook aan bod. We beslissen en we luisteren.

Uit een klanttevredenheidsonderzoek, waar onlangs twee rechtenstudenten op afstudeerden, blijkt klip en klaar dat onze nieuwe manier van werken bijdraagt aan de ervaren erkenning.
Slachtoffers zijn uiteraard meer tevreden wanneer zij wel geld krijgen dan wanneer zij dat niet krijgen. Maar die tevredenheid zit hem niet alleen in het geld. Bij een positieve beslissing wordt de beslissing gewaardeerd met een 7,5 maar de tevredenheid over het Schadefonds in zijn geheel wordt gewaardeerd met een 7,9. Erkenning zit hem dus niet alleen in de tegemoetkoming zelf, maar ook in de manier van werken. Dat blijkt ook uit het onderzoek: significant meer procedurele rechtvaardigheid, minder boosheid en bedroefdheid, meer erkenning en meer tevredenheid met de nieuwe manier van werken ten opzichte van de vroegere werkwijze.

En dat sluit weer aan bij de volgende bevinding van het onderzoek. Gevraagd naar welke aspecten respondenten belangrijk vinden bij het doen van een aanvraag, scoren 'erkend worden als slachtoffer' (4.45 op een schaal van 5) en 'een rechtvaardigheidsgevoel krijgen' (4.40) het hoogst. En pas daarna 'een financiële uitkering krijgen' (3.75).

Onze nieuwe werkwijze, die wij burgergericht werken noemen, draagt bij aan het aanvaarden van de uitkomst, ook als de aanvraag wordt afgewezen. Onze medewerkers krijgen die feedback rechtstreeks nu zij bellen met aanvragers. Dat is niet altijd makkelijk, soms zijn dat heftige gesprekken. Maar ze horen ook de waardering en krijgen dan terug: 'Ik ben teleurgesteld over de uitkomst, maar ik begrijp het besluit wel'; 'U heeft er goed naar gekeken, ik voel mij serieus genomen' en: 'Bedankt dat u naar me heeft willen luisteren, dat betekende veel voor me'.

Andere organisaties die ook rechtstreeks met slachtoffers te maken hebben - zoals politie, Openbaar Ministerie en rechterlijke macht - kunnen van deze ervaringen leren. Ook zij kunnen bijdragen aan erkenning van slachtoffers door hun manier van werken.

De belangrijkste aanbeveling uit het onderzoek was: meer naamsbekendheid. Meerdere respondenten waren blij met het bestaan van het Schadefonds maar gaven aan pas laat op de hoogte van het bestaan ervan te zijn geraakt. En dat vonden ze jammer. Daar moeten we wat mee. Hierbij roep ik een ieder op die slachtoffers van geweld met ernstig letsel kent of ermee werkt, te wijzen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Bekijk onze film ‘Het belang van het Schadefonds voor slachtoffers van geweld’. Stuur hem door, zet op Facebook, Twitter enzovoorts. Zodat slachtoffers ons weten te vinden. Slachtoffers die hen voor zijn gegaan vragen er zelf om. Laten we naar ze luisteren.

www.schadefonds.nl


woensdag 4 juni 2014

"Niet alles van waarde kan je tellen"

Door: Frans Beerling, Lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

"Niet alles dat je kan tellen is van waarde.” Dit citaat schoot door mijn hoofd toen ik voor het eerst een jaarverslag van het Schadefonds las en constateerde dat het € 0,50 kost om € 1,- toe te kennen. Ik nam het verslag 2012 door bij mijn voorbereiding op mijn sollicitatie voor de rol van commissielid. Mijn automatische reactie was: ‘dat kan toch niet waar zijn?’ Tegelijkertijd drong tot me door dat de kern van het Schadefonds dus niet ligt in een strategisch en economisch verantwoorde bedrijfsvoering. Het draait om solidariteit en erkenning met slachtoffers. ‘Winst’, mijn ‘normale’ invalshoek bij bedrijven, is bij het Schadefonds niet wat je telt. Het recente onderzoek van Mulder is daar klip en klaar over. De samenleving wil erkenning van de positie van slachtoffers en erkennen kost geld.

Toch blijven rode lampjes bij mij branden. Kosten zijn nu eenmaal de achillespees van een publieke organisatie, zeker in tijden van bezuinigingen. Discussie over kosten kan je voor zijn door goede dienstverlening en een sterke relatie met je opdrachtgever (beiden in mijn beleving dik op orde bij het Schadefonds) maar een kritische kijk op diensten en kosten blijft onontbeerlijk.

Sinds eind 20 ste eeuw is de positie van slachtoffers aanzienlijk versterkt. Daar is het Schadefonds mede debet aan. Het is de vraag of de dienstverlening van het Schadefonds in voldoende mate is meegegroeid met die veranderde positie van het slachtoffer. Wat dat betreft kijk ik met interesse naar de voorschotregeling en de verrekening van onze uitkering bij CJIB. We mogen er van uitgaan dat voeging/aansprakelijk stelling en andere middelen steeds meer door weerbare slachtoffers worden ingezet. Het ligt dus in de lijn van de ontwikkelingen dat de uitkering van het Schadefonds steeds vaker zal worden verrekend, zeker wanneer het geringere uitkeringen betreft. Het is de vraag hoe slachtoffers de solidariteit en erkenning van de zijde van het Schadefonds bij verrekening blijven beleven. Een ander effect bij meer verrekening is dat het Schadefonds, bij ongewijzigd beleid, feitelijk steeds minder uitbetaalt en dat de kosten per toegekende euro steeds hoger worden.

Heeft dat dan nog een werkelijk toegevoegde waarde? Verrekenen van solidariteit voelt niet goed. Het heeft de schijn van een rekening achteraf. De dienstverlening van het Schadefonds krijgt de schijn van rondpompen van gelden. Beleidsmatig staan wij als Schadefonds voor de vraag of onze huidige vorm van dienstverlening nog past bij veranderende positie van slachtoffers en of de huidige vorm van erkenning dan opweegt tegen de kosten.

Een schot voor de boeg? Ik verwacht dat een blijvende toegevoegde waarde voor het Schadefonds ligt bij het verlenen van alleen die erkenning en solidariteit die niet wordt verrekend (het laatste deel van het citaat is toegeschreven aan Einstein).

www.schadefonds.nl