Door: Monique de Groot, directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven
Vandaag presenteert het Schadefonds Geweldsmisdrijven de jaarcijfers over 2015. Ten opzichte van het jaar daarvoor hebben we bijna 700 meer aanvragen behandeld. Dat is een mooi resultaat van het voornemen om in 2015 meer slachtoffers te bereiken door meer bekendheid te geven aan het bestaan van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Een toename van 10 procent. Afgelopen jaar werd een recordbedrag aan tegemoetkomingen uitbetaald: 16,5 miljoen euro.
In een eerder blog schreef ik over de samenwerking met Slachtofferhulp Nederland waar zogenaamde schadefondsspecialisten zijn opgeleid. Uit de toename blijkt dat deze investering goed heeft geloond en ervoor heeft gezorgd dat meer en vooral meer kansrijke aanvragen door de collega’s van Slachtofferhulp naar het Schadefonds zijn doorverwezen.
Voor 2016 hebben wij niet alleen het voornemen om dit niveau te handhaven, maar besteden we speciale aandacht aan minderjarige slachtoffers en slachtoffers van huiselijk geweld. Meestal doet iemand - wanneer hij slachtoffer wordt van een geweldsmisdrijf - aangifte bij de politie. Bij het doen van aangifte wordt gewezen op de mogelijkheid van hulp door Slachtofferhulp en het Schadefonds. Bij zowel minderjarige slachtoffers als slachtoffers van huiselijk geweld komt het relatief vaker voor dat zij geen aangifte doen. Bij minderjarige slachtoffers omdat zij soms niet weten wat strafbaar is of dat naar een politiebureau gaan voor hen een grote stap is. Bij slachtoffers van huiselijk geweld is het doen van aangifte ook een hoge drempel, omdat de dader vaak een bekende is en het doen van aangifte de situatie alleen maar compliceert. De slachtoffers worden dan niet geattendeerd op de mogelijkheid om een tegemoetkoming bij ons aan te vragen.
De afgelopen maanden ben ik veel in gesprek geweest met verschillende instanties die hulp verlenen aan minderjarige slachtoffers en slachtoffers van huiselijk geweld. Zoals met Jeugdzorg Nederland, Jeugdbescherming West, Veilig Thuis Haaglanden, de Raad voor de Kinderbescherming, de Blijf groep Amsterdam, Federatie Opvang, maar ook met het Openbaar Ministerie en de politie. In de gesprekken met jeugd- en huiselijk geweldinstanties trof ik een grote onbekendheid met het Schadefonds. Na uitgelegd te hebben wat wij doen was steevast de reactie tweeledig. In de eerste plaats “wat mooi dat die mogelijkheid er is”. En in de tweede plaats: “daar kunnen vast veel van onze cliënten wat aan hebben”.
Op beide terreinen - jeugdige slachtoffers en slachtoffers van huiselijk geweld - verkennen we momenteel hoe we de bekendheid met het Schadefonds kunnen vergroten. Een eerste stap daarbij is het geven van een nadere omschrijving van het soort zaken waar het om kan gaan. Uit ons eigen systeem verzamelen we zaken en maken daar een meer algemeen beeld van, maar wel toegespitst op zaken die vóórkomen bij minderjarigen en bij huiselijk geweld. Dit proberen we ook zoveel mogelijk in de ‘taal’ van de hulpverlening op te stellen. Wij zijn een juridische en strafrechtelijk georiënteerde organisatie en merken in de communicatie dat dit niet altijd even goed overkomt.
Verder gaan we bekijken met welke informatie wij de beoordeling van een aanvraag kunnen doen. In deze gevallen is vaak geen aangifte gedaan bij de politie. Dat is toch een van de belangrijkste documenten op basis waarvan wij onze afweging maken. Maar zeker niet de enige. We kunnen ook op basis van andere gegevens en documenten een afweging maken. Ook hier gaan we voorbeelden van geven .
Dit voorjaar zal ons onderzoek meer duidelijkheid geven en kunnen we verder in overleg met genoemde instanties om nadere afspraken te maken hoe we dit verder kunnen brengen.
En dit alles met het doel om jeugdige slachtoffers en slachtoffers van huiselijk geweld ,die tot op heden nog onvoldoende de mogelijkheden van het Schadefonds benutten, beter te bereiken.
www.schadefonds.nl
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming, en erkent daarmee het onrecht dat hen is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen.
Posts tonen met het label Geweldsmisdrijven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geweldsmisdrijven. Alle posts tonen
dinsdag 15 maart 2016
dinsdag 1 maart 2016
Beschermheilige
Door: Carol van Nijnatten, lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Seksueel misbruik van kwetsbare mensen blijft niet beperkt tot de Nederlandse jeugdzorg. Mondiaal wordt een op de vijf vrouwen verkracht of op andere wijze seksueel misbruikt (Rode Kruis). Verkrachting is een oorlogswapen. Volgens Denis Mukwege die dit jaar bijna de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, zijn de massale verkrachtingen van vrouwen en kinderen een wapen in de onderlinge strijd van Congolese strijdgroepen. In niet mis te verstane woorden laat hij op internationale podia zijn afschuw blijken over deze mensonterende praktijken. Mukwege is gynaecoloog en heeft in Congo een ziekenhuis (Panzi) opgericht, waar hij slachtoffers van seksueel geweld opereert. In de afgelopen vijftien jaar heeft hij al meer dan 40.000 hersteloperaties uitgevoerd.
Kinderen ontspringen de dans niet. Volgens War Child zijn wereldwijd 30 miljoen oorlogskinderen slachtoffer van seksueel misbruik. 30 Miljoen! Maar niet alleen in oorlogssituaties. In oktober werden in India twee 17-jarige jongens gearresteerd nadat zij een meisje van 2 ½ jaar in de trein hadden verkracht. Mukwege jongste patiënte was zes maanden oud!
Het blijft niet bij violeren (een term die het gewelddadige en ontheiligende karakter van verkrachting onderstreept), het gaat ook om bruut geweld tegen de vrouwelijke en kinderlijke sekse. De sekse wordt letterlijk kapot geschoten. Mukwege probeert te redden wat er te redden valt.
De gebeurtenissen in Congo roepen herinneringen op aan de roman ‘Heart of Darkness’ van Joseph Conrad. De hoofdpersoon Marlow vaart stroomopwaarts naar de donkere binnenlanden van de Congo waar de wetten van de jungle gelden en niet die van de menselijke beschaving. De bootreis is zo ook een reis naar de zwarte diepte van de menselijke geest. Als het individu niet door de sociale omgeving in toom wordt gehouden, kan hij zich tot een monster ontwikkelen. Mutwege noemt de massale verkrachtingen een uiting van wetteloosheid. Het is een dieptepunt in de verhouding tussen de seksen en de generaties. Het gaat de verkrachters om de meest kwetsbaren en daarom is het geen specifieke vrouwenkwestie is, maar een van menselijkheid. Mukwege: “Mannen hebben de verantwoordelijkheid hieraan een einde te maken”
In 2012 ontsnapte Mukwege ternauwernood aan een moordaanslag. Zijn lijfwacht werd gedood. Hij verbleef enkele maanden in België maar keerde terug op verzoek van de vrouwen die door hen waren geholpen.
Mukwege is dus een held. Is hij ook een heilige die wij kunnen aanroepen een einde te maken aan dit onrecht? Op die vraag zou hij minzaam ‘nee’ knikken. Wat zou een dergelijke verering immers veranderen aan het lot van de misbruikten? De Nobelprijs kan hem gestolen worden. Het komt erop aan de situatie van de slachtoffers in Congo en elders te veranderen. “Elke dag moet je jezelf afvragen wat heb ik voor iemand anders gedaan. Dan besef je beter dat niet alles om jou draait”.
De beschermheilige Mukwege predikt geen aanbidding maar initiatief. Niet alleen in Congo maar overal ter wereld en dus ook in onze Nederlandse jeugdzorg.
www.schadefonds.nl
Seksueel misbruik van kwetsbare mensen blijft niet beperkt tot de Nederlandse jeugdzorg. Mondiaal wordt een op de vijf vrouwen verkracht of op andere wijze seksueel misbruikt (Rode Kruis). Verkrachting is een oorlogswapen. Volgens Denis Mukwege die dit jaar bijna de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, zijn de massale verkrachtingen van vrouwen en kinderen een wapen in de onderlinge strijd van Congolese strijdgroepen. In niet mis te verstane woorden laat hij op internationale podia zijn afschuw blijken over deze mensonterende praktijken. Mukwege is gynaecoloog en heeft in Congo een ziekenhuis (Panzi) opgericht, waar hij slachtoffers van seksueel geweld opereert. In de afgelopen vijftien jaar heeft hij al meer dan 40.000 hersteloperaties uitgevoerd.
Kinderen ontspringen de dans niet. Volgens War Child zijn wereldwijd 30 miljoen oorlogskinderen slachtoffer van seksueel misbruik. 30 Miljoen! Maar niet alleen in oorlogssituaties. In oktober werden in India twee 17-jarige jongens gearresteerd nadat zij een meisje van 2 ½ jaar in de trein hadden verkracht. Mukwege jongste patiënte was zes maanden oud!
Het blijft niet bij violeren (een term die het gewelddadige en ontheiligende karakter van verkrachting onderstreept), het gaat ook om bruut geweld tegen de vrouwelijke en kinderlijke sekse. De sekse wordt letterlijk kapot geschoten. Mukwege probeert te redden wat er te redden valt.
De gebeurtenissen in Congo roepen herinneringen op aan de roman ‘Heart of Darkness’ van Joseph Conrad. De hoofdpersoon Marlow vaart stroomopwaarts naar de donkere binnenlanden van de Congo waar de wetten van de jungle gelden en niet die van de menselijke beschaving. De bootreis is zo ook een reis naar de zwarte diepte van de menselijke geest. Als het individu niet door de sociale omgeving in toom wordt gehouden, kan hij zich tot een monster ontwikkelen. Mutwege noemt de massale verkrachtingen een uiting van wetteloosheid. Het is een dieptepunt in de verhouding tussen de seksen en de generaties. Het gaat de verkrachters om de meest kwetsbaren en daarom is het geen specifieke vrouwenkwestie is, maar een van menselijkheid. Mukwege: “Mannen hebben de verantwoordelijkheid hieraan een einde te maken”
In 2012 ontsnapte Mukwege ternauwernood aan een moordaanslag. Zijn lijfwacht werd gedood. Hij verbleef enkele maanden in België maar keerde terug op verzoek van de vrouwen die door hen waren geholpen.
Mukwege is dus een held. Is hij ook een heilige die wij kunnen aanroepen een einde te maken aan dit onrecht? Op die vraag zou hij minzaam ‘nee’ knikken. Wat zou een dergelijke verering immers veranderen aan het lot van de misbruikten? De Nobelprijs kan hem gestolen worden. Het komt erop aan de situatie van de slachtoffers in Congo en elders te veranderen. “Elke dag moet je jezelf afvragen wat heb ik voor iemand anders gedaan. Dan besef je beter dat niet alles om jou draait”.
De beschermheilige Mukwege predikt geen aanbidding maar initiatief. Niet alleen in Congo maar overal ter wereld en dus ook in onze Nederlandse jeugdzorg.
www.schadefonds.nl
dinsdag 22 september 2015
Harnas
Door: Carol van Nijnatten, lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Tijdens hoorzittingen bij het Schadefonds heb ik mensen ontmoet die als kind seksueel werden misbruikt. De slachtoffers vertellen wat hen (meestal lang geleden) is overkomen in een kindertehuis of bij een pleeggezin. De slachtoffers verschillen onderling, maar de meesten blijken in staat uitgebreid te vertellen over wat hen is overkomen. Ze weten nog de namen van de groepsleiders en die van groepsgenoten en beschrijven vaak tot in detail de paviljoens waar ze woonden. Wat mij steeds weer opvalt is dat ze met droge ogen verslag doen van de meest verschrikkelijke zaken. Enkelen raken geagiteerd tijdens hun verhaal maar de meesten hebben opgeschreven of vertellen stap voor stap wat er gebeurde, maar zelden wordt een slachtoffer overmand door de inhoud van zijn verhaal.
De psychoanalyticus Louis Tas sprak over ‘vermijding van rouw’. Hij beschrijft hoe Joodse slachtoffers met understatements en andere middelen proberen de scherpe kanten van hun oorlogsgeschiedenis te verzachten. En hoe zij de verontwaardiging van de volgende generatie tegemoet moeten zien omdat ze overleefd hebben of het verwijt kunnen krijgen dat zij zich als volk hebben laten vernietigen.
De slachtoffers van seksueel misbruik lijken zich ook te harnassen tegen hun eigen gevoelens en de reacties van omstanders. Ik zag het treffend verbeeld in de klassieke Amerikaanse film ‘Good Will Hunting’ over een jonge conciërge met een wiskundeknobbel op een technische school. Hij verprutst zijn talenten en de relatie met zijn leuke vriendin. Wat is er mis met die jongen? Will is als kind herhaaldelijk door zijn stiefvader in elkaar geslagen. Nu kan hij op zijn beurt zijn handen niet thuis houden en belandt in de cel. Hij mag er op voorspraak van de wiskundeleraar uit als hij zich onder behandeling stelt van therapeut Sean Maguire. In een aangrijpende scène aan het einde van de film bekent de therapeut dat hij als kind ook is mishandeld. Sean loopt langzaam op Will af en zegt dat de shit uit zijn dossier niet zijn fout is. Dat herhaalt hij tien keer ‘It’s not your fault’. Will voelt zich ongemakkelijk bij die confrontatie en probeert zich nog een beetje uit de situatie te redden: ‘I know, I know’’. Dan wordt hij boos, begint te schreeuwen en duwt Sean weg totdat hij breekt en in huilen uitbarst.
Uiteraard is dat een aangedikte Hollywood dialoog die in het echt leven niet voorkomt. Toch laat het zien hoe diep de ellende van geweld tegen kinderen kan zijn weggestopt, hoe stevig de deksel op de beerput kan zitten en hoe geharnast de slachtoffers van geweld door het leven kunnen gaan. Hoewel ik geen Sean Maguire ben en het Schadefonds Hollywood niet is, ik gun die slachtoffers allen hun Will Hunting-moment.
www.schadefonds.nl
Tijdens hoorzittingen bij het Schadefonds heb ik mensen ontmoet die als kind seksueel werden misbruikt. De slachtoffers vertellen wat hen (meestal lang geleden) is overkomen in een kindertehuis of bij een pleeggezin. De slachtoffers verschillen onderling, maar de meesten blijken in staat uitgebreid te vertellen over wat hen is overkomen. Ze weten nog de namen van de groepsleiders en die van groepsgenoten en beschrijven vaak tot in detail de paviljoens waar ze woonden. Wat mij steeds weer opvalt is dat ze met droge ogen verslag doen van de meest verschrikkelijke zaken. Enkelen raken geagiteerd tijdens hun verhaal maar de meesten hebben opgeschreven of vertellen stap voor stap wat er gebeurde, maar zelden wordt een slachtoffer overmand door de inhoud van zijn verhaal.
De psychoanalyticus Louis Tas sprak over ‘vermijding van rouw’. Hij beschrijft hoe Joodse slachtoffers met understatements en andere middelen proberen de scherpe kanten van hun oorlogsgeschiedenis te verzachten. En hoe zij de verontwaardiging van de volgende generatie tegemoet moeten zien omdat ze overleefd hebben of het verwijt kunnen krijgen dat zij zich als volk hebben laten vernietigen.
De slachtoffers van seksueel misbruik lijken zich ook te harnassen tegen hun eigen gevoelens en de reacties van omstanders. Ik zag het treffend verbeeld in de klassieke Amerikaanse film ‘Good Will Hunting’ over een jonge conciërge met een wiskundeknobbel op een technische school. Hij verprutst zijn talenten en de relatie met zijn leuke vriendin. Wat is er mis met die jongen? Will is als kind herhaaldelijk door zijn stiefvader in elkaar geslagen. Nu kan hij op zijn beurt zijn handen niet thuis houden en belandt in de cel. Hij mag er op voorspraak van de wiskundeleraar uit als hij zich onder behandeling stelt van therapeut Sean Maguire. In een aangrijpende scène aan het einde van de film bekent de therapeut dat hij als kind ook is mishandeld. Sean loopt langzaam op Will af en zegt dat de shit uit zijn dossier niet zijn fout is. Dat herhaalt hij tien keer ‘It’s not your fault’. Will voelt zich ongemakkelijk bij die confrontatie en probeert zich nog een beetje uit de situatie te redden: ‘I know, I know’’. Dan wordt hij boos, begint te schreeuwen en duwt Sean weg totdat hij breekt en in huilen uitbarst.
Uiteraard is dat een aangedikte Hollywood dialoog die in het echt leven niet voorkomt. Toch laat het zien hoe diep de ellende van geweld tegen kinderen kan zijn weggestopt, hoe stevig de deksel op de beerput kan zitten en hoe geharnast de slachtoffers van geweld door het leven kunnen gaan. Hoewel ik geen Sean Maguire ben en het Schadefonds Hollywood niet is, ik gun die slachtoffers allen hun Will Hunting-moment.
www.schadefonds.nl
dinsdag 9 juni 2015
Goed geland
Door: Monique de Groot, directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven
Mijn vierde week bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven al weer. De tijd gaat snel. Op 11 mei jongstleden wandelde ik daar als directeur binnen. Inmiddels ben ik een hoop (eerste) indrukken wijzer en tegelijkertijd heb ik het gevoel dat ik er nog veel zal opdoen. Wàt een diverse organisatie, wàt een betrokken medewerkers en commissieleden! Het voelde al na enkele dagen als ‘thuis’. En dat wil wat zeggen voor iemand die de laatste 25 jaar op het ministerie van Veiligheid en Justitie werkzaam is geweest. Op heel verschillende plekken binnen dat ministerie overigens, maar toch heel anders dan het Rijswijkse. Ik werd vanuit alle kanten zeer warm welkom geheten.
Nina Huygen, die de laatste vier jaar leiding heeft gegeven aan het Schadefonds, heeft een mooie en professioneel werkende organisatie achtergelaten. Dat geeft mij de ruimte om zowel de organisatie als de partners waarmee we samenwerken nader te leren kennen. Om de ontwikkelingen op het terrein van het slachtofferbeleid en de relatie daarvan met onze organisatie te bezien. En van daaruit te beoordelen op welk terrein nog verandering en verbetering kan plaatsvinden.
Mijn eerste weken staan daarom vooral in het teken van kennismaking. Met de medewerkers van het Schadefonds en het werk dat zij doen: het bieden van een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers van geweldsmisdrijven met ernstig psychisch of fysiek letsel tot gevolg en op die wijze het onrecht erkennen dat hen is aangedaan. En waar de medewerkers bij het beoordelen van de aanvragen tegen aanlopen. Zoals bij veel organisaties betreft dat momenteel de invoering van een nieuw ICT systeem waarin de aanvragen van slachtoffers voortaan papierloos worden behandeld. Dat moet leiden tot een snellere en meer efficiënte afhandeling van de verzoeken en dus - samen met het recent ingevoerde all-in beleid en de meer burgergerichte werkwijze - tot een betere dienstverlening aan slachtoffers. Werken met een nieuw ICT systeem gaat niet vanzelf en vereist naast aanpassing van de bits en de bytes ook aanpassing van de medewerkers en werkafspraken. Daar zitten we nu volop in.
Dat nieuwe systeem is voorwaarde voor een gezonde toekomst van het Schadefonds. Een toekomst waarin we wellicht ook andere regelingen kunnen uitvoeren, zoals nu met de regelingen voor seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen. Een toekomst ook waarin we tijd- en plaatsonafhankelijk gaan werken. Ons nieuwe werken gaat gepaard met de verhuizing van de organisatie naar Den Haag in april 2016. Dan trekken we in bij de Raad voor de rechtspraak aan de Hoge Nieuwstraat. Het is een uitdaging om te verhuizen met ongeveer 80 medewerkers terwijl de dienstverlening aan de slachtoffers gewoon doorgaat.
Een belangrijke inhoudelijke opdracht zie ik in het verbeteren van de bekendheid van het Schadefonds voor slachtoffers . De dienstverlening die wij bieden wordt gewaardeerd, zo blijkt uit wat wij horen, maar vaak wordt daarbij opgemerkt dat het lang duurde voordat men wist dat we bestonden en wat we te bieden hebben. Daar moet wat aan gebeuren en daar zal ik mij de komende periode op richten. Om zowel bij het bredere publiek als bij ‘doorverwijzers’ als politie, Slachtofferhulp Nederland en Openbaar Ministerie meer bekendheid te geven aan wie wij zijn en wat we kunnen betekenen. Ik zal daarbij ook inzetten op andere mogelijke doorverwijzers, zoals de Jeugdzorg en gemeenten. U ziet mij binnenkort langskomen!
www.schadefonds.nl
dinsdag 12 mei 2015
Slachtoffer
Door: Carol van Nijnatten, lid commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan mensen die slachtoffer zijn geworden van een geweldsmisdrijf met ernstig psychisch of fysiek letsel tot gevolg. Waarom spreken wij in de 21ste eeuw nog van slachtoffers? Dat woord stamt immers uit oude culturen waarin dieren en ook mensen ceremonieel werden gedood als een geschenk aan de Goden. Het was een offer om de Goden gunstig te stemmen. Ook al liggen het geloof in meerdere Goden en brandstapels achter ons, de rol van het slachtoffer zit nog diep verankerd in onze cultuur. Christus heeft immers de rol van slachtoffer op zich genomen door zijn leven te geven “om de zonden van de mensen weg te nemen’. Hij was daarmee de zondebok pur sang die de schuld van velen op zich nam. Het christelijk geloof is gebaseerd op het geloof in het offer dat Jezus bracht.
In de huidige ontkerkelijkte wereld zullen velen dit verhaal niet meer letterlijk nemen, maar nog wel de dynamiek van het slachtofferschap herkennen en erkennen, dat wil zeggen zien dat er nog steeds medeburgers zijn die de dupe worden van het zondige gedrag van andere medeburgers. Uiteraard wordt niet langer het mooiste slachtvee of het mooiste kind op de brandstapel aan de Goden geofferd, maar met slachtoffers duiden wij nog wel degelijk mensen aan die buiten hun schuld de dupe worden van het geweld van anderen. Dat kan zomaar gebeuren in een open samenleving als de onze, een samenleving waarin mensen een grote vrijheid van handelen hebben, maar niet altijd de zware verantwoordelijkheid kunnen dragen die bij die vrijheid hoort. De openheid en vrijheid van onze samenleving, die algemeen worden gekoesterd, kunnen betekenen dat mensen ongewild de dupe worden van een uit de hand gelopen feestje in Haren of een aanslag in een supermarkt. In zekere zin betalen deze gedupeerden de onvolkomenheid van onze samenleving. We kunnen hen slachtoffers noemen in de eigenlijke zin van het woord omdat we willens en wetens de voorkeur geven aan vrijheid met deze risico’s tot gevolg. We prefereren om geen automatische geweren op elke straathoek te hebben.
Sinds ruim 25 jaar brengt onze samenleving ook een offer dat dit soort onrecht compenseert en daarmee de zonden in onze samenleving een klein beetje ‘wegneemt’. De financiële tegemoetkoming van het Schadefonds is in feite ook weer een offer, een (terug)gave aan mensen die het nadeel hebben ondervonden van het roekeloos optreden van anderen zonder dat zij daaraan iets konden doen. Dat offer heeft ook de bedoeling Nederlandse burgers gunstig te stemmen. Immers wij houden van onze vrijheid maar willen ook dat er voor ons wordt opgekomen als we het slachtoffer van onrecht zijn geworden.
Een samenleving is krachtiger naarmate haar zelfreinigend vermogen groter is. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven gelooft in het reinigend vermogen van de financiële tegemoetkoming, het tegenoffer.
www.schadefonds.nl
donderdag 9 april 2015
All-inclusive
Door: Janny Dierx, adviseur en mediator, lid commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
In de vakantiewereld is ‘all-in’ niet zonder meer een aanbeveling. Ik krijg in ieder geval associaties met strandhotels waar gezette vakantiegangers hun bordjes te vol laden en waar al bij het ontbijt de eerste cocktails achterover gaan. Persoonlijk prefereer ik een vakantie met self-catering: ik bepaal liever zelf wanneer en waar ik eet en drink. En dan liever lekker dan veel.
All-in noemen wij bij het Schadefonds de bedragen die we uitkeren als tegemoetkoming aan slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven. Zelf beschouwen we deze nieuwe praktijk als een verbetering. Tot voor kort werkten we met tientallen verschillende soorten schadevergoeding en moesten slachtoffers hun claims onderbouwen met bonnetjes met cijfers tot achter de komma. Ook juristen van het Schadefonds waren er druk mee. Dat hoeft nu niet meer. Slachtoffers ontvangen afhankelijk van de ernst van hun letsel een rond bedrag. Er zijn zes categorieën tussen de € 1.000 en € 35.000.
We zijn benieuwd naar de effecten van deze nieuwe manier van uitkeren. Zouden er ook nadelen zitten aan het all-in concept? Het woord alleen al wekt misschien de indruk dat de schade vanaf nu helemaal wordt vergoed. Wat dat betreft is verwachtingenmanagement nog steeds nodig: een uitkering uit het Schadefonds is en blijft een tegemoetkoming.
Bij het toekennen van tegemoetkomingen aan de mensen die in het verleden te maken hebben gehad met seksueel misbruik in de jeugdzorg, deed het Schadefonds al ervaring op met het toekennen van ronde bedragen. Een van die zaken staat op mijn netvlies gegrift. Het ging om een zestig jarige man. Vanaf zijn veertiende had hij te maken met seksueel misbruik. Het had hem ongelooflijk veel moeite gekost om de gevolgen daarvan op de rest van zijn levensloop onder ogen te zien en te aanvaarden. Hij kreeg een tegemoetkoming en ontving een mooi rond bedrag.
In eerste instantie was hij er blij mee geweest, vertelde hij bij het toelichten van zijn bezwaarschrift. Daarna had hij gedacht: waarom dit bedrag? Waarom niet hoger? Waarom kijkt het Schadefonds helemaal niet naar de verwoestende gevolgen van het seksueel misbruik op de rest van mijn leven? En wat kan ik hier nu eigenlijk echt mee?
‘Wat zou je het liefst willen?’ vroeg ik hem. Hij aarzelde geen moment: het liefst zou hij naar het conservatorium gaan: “Die kans heb ik verspeeld toen ik jong was. En nu is het te laat. Welk conservatorium zou een zestigjarige aannemen? En met deze tegemoetkoming kan ik dat ook nog niet helemaal betalen.”
We konden we op de hoorzitting goed met elkaar praten over de beperkingen van de regelingen die het Schadefonds uitvoert. Het schoot door mij heen: waarom kunnen we dat eigenlijk niet organiseren? Waarom kunnen we als maatschappij niet organiseren dat slachtoffers van ernstige misdrijven alsnog een droom kunnen verwezenlijken? Dat zij ook maatwerk kunnen krijgen? In feite kunnen we dan pas met recht en reden spreken van all-inclusive beleid: inclusief self-catering.
www.schadefonds.nl
In de vakantiewereld is ‘all-in’ niet zonder meer een aanbeveling. Ik krijg in ieder geval associaties met strandhotels waar gezette vakantiegangers hun bordjes te vol laden en waar al bij het ontbijt de eerste cocktails achterover gaan. Persoonlijk prefereer ik een vakantie met self-catering: ik bepaal liever zelf wanneer en waar ik eet en drink. En dan liever lekker dan veel.
All-in noemen wij bij het Schadefonds de bedragen die we uitkeren als tegemoetkoming aan slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven. Zelf beschouwen we deze nieuwe praktijk als een verbetering. Tot voor kort werkten we met tientallen verschillende soorten schadevergoeding en moesten slachtoffers hun claims onderbouwen met bonnetjes met cijfers tot achter de komma. Ook juristen van het Schadefonds waren er druk mee. Dat hoeft nu niet meer. Slachtoffers ontvangen afhankelijk van de ernst van hun letsel een rond bedrag. Er zijn zes categorieën tussen de € 1.000 en € 35.000.
We zijn benieuwd naar de effecten van deze nieuwe manier van uitkeren. Zouden er ook nadelen zitten aan het all-in concept? Het woord alleen al wekt misschien de indruk dat de schade vanaf nu helemaal wordt vergoed. Wat dat betreft is verwachtingenmanagement nog steeds nodig: een uitkering uit het Schadefonds is en blijft een tegemoetkoming.
Bij het toekennen van tegemoetkomingen aan de mensen die in het verleden te maken hebben gehad met seksueel misbruik in de jeugdzorg, deed het Schadefonds al ervaring op met het toekennen van ronde bedragen. Een van die zaken staat op mijn netvlies gegrift. Het ging om een zestig jarige man. Vanaf zijn veertiende had hij te maken met seksueel misbruik. Het had hem ongelooflijk veel moeite gekost om de gevolgen daarvan op de rest van zijn levensloop onder ogen te zien en te aanvaarden. Hij kreeg een tegemoetkoming en ontving een mooi rond bedrag.
In eerste instantie was hij er blij mee geweest, vertelde hij bij het toelichten van zijn bezwaarschrift. Daarna had hij gedacht: waarom dit bedrag? Waarom niet hoger? Waarom kijkt het Schadefonds helemaal niet naar de verwoestende gevolgen van het seksueel misbruik op de rest van mijn leven? En wat kan ik hier nu eigenlijk echt mee?
‘Wat zou je het liefst willen?’ vroeg ik hem. Hij aarzelde geen moment: het liefst zou hij naar het conservatorium gaan: “Die kans heb ik verspeeld toen ik jong was. En nu is het te laat. Welk conservatorium zou een zestigjarige aannemen? En met deze tegemoetkoming kan ik dat ook nog niet helemaal betalen.”
We konden we op de hoorzitting goed met elkaar praten over de beperkingen van de regelingen die het Schadefonds uitvoert. Het schoot door mij heen: waarom kunnen we dat eigenlijk niet organiseren? Waarom kunnen we als maatschappij niet organiseren dat slachtoffers van ernstige misdrijven alsnog een droom kunnen verwezenlijken? Dat zij ook maatwerk kunnen krijgen? In feite kunnen we dan pas met recht en reden spreken van all-inclusive beleid: inclusief self-catering.
www.schadefonds.nl
vrijdag 6 maart 2015
Wisseling van de wacht
Door: Ludo Goossens Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Onlangs vertrok de directeur van het Schadefonds met haar gezin voor een periode van twee jaar naar Bonaire.
Overigens zegde de staatsecretaris in de Tweede Kamer toe ook daar enige vorm van schadefonds op te zetten. Vanzelfsprekend helpen we daarbij graag met de expertise die wij hebben, en wat ligt meer voor de hand dan om de uitvoering op een of andere manier onder het Schadefonds hier te laten vallen? Dat bevordert de eenheid van beleid en uitvoering en de uitwisseling van expertise.
Na vier jaar directeurschap van Nina Huygen mogen we vaststellen dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven enorm is geprofessionaliseerd, meer op de burger en aanvrager is gericht geraakt en toegankelijker voor klanten en ketenpartners.
Die burgergerichtheid, het uitleggen en nabellen zijn ontwikkelingen waar veel overheidsorganisaties een voorbeeld aan kunnen nemen, de mijne - de rechtspraak - niet in de laatste plaats.
Ook is het innovatief vermogen van het Schadefonds groot gebleken, voldoende groot om een belangrijke uitbreiding van taken verantwoord op te vangen. De taken zijn verbreed met de regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg, met een regeling voor schade als gevolg van openlijk geweld en de Subsidieregeling overvallen, die slachtoffers van een overval in staat stelt om preventieve maatregelen te nemen om herhaling van een overval te voorkomen.
Daarmee heeft het Schadefonds zich onder het directeurschap van Nina ontwikkeld in de richting van de overheidsorganisatie die geknipt is om zorg te dragen voor compensatie en erkenning van leed, daar waar de overheid, in termen van veiligheid, preventie of toezicht, steken heeft laten vallen.
Als Schadefonds willen we graag op die weg verder gaan. Daarbij valt te denken aan compensatie na aanslagen, rampen en ongevallen, medische fouten et cetera. De organisatie is daar klaar voor.
Maar ook aan de andere kant, de belangrijkste, die van slachtoffers, willen wij in de tweede helft van deze kabinetsperiode belangrijke stappen maken. Om de positie van slachtoffers structureel te versterken is nodig dat naar het voorbeeld van de reclassering de belangenbehartiging en ondersteuning van slachtoffers wordt georganiseerd in een stevige zuil in het maatschappelijk middenveld.
Ik daag de andere (slachtoffer)organisaties in dit veld, en ook departement van Veiligheid en Justitie en politiek, uit om over de opbouw van zo’n slachtofferpijler in het strafrechtelijk veld mee te denken en daaraan mee te bouwen.
Tot slot rest mij hier: dank Nina Huygen voor wat je voor de ontwikkeling van ons Schadefonds hebt gedaan.
Ludo Goossens
www.schadefonds.nl
Onlangs vertrok de directeur van het Schadefonds met haar gezin voor een periode van twee jaar naar Bonaire.
Overigens zegde de staatsecretaris in de Tweede Kamer toe ook daar enige vorm van schadefonds op te zetten. Vanzelfsprekend helpen we daarbij graag met de expertise die wij hebben, en wat ligt meer voor de hand dan om de uitvoering op een of andere manier onder het Schadefonds hier te laten vallen? Dat bevordert de eenheid van beleid en uitvoering en de uitwisseling van expertise.
Na vier jaar directeurschap van Nina Huygen mogen we vaststellen dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven enorm is geprofessionaliseerd, meer op de burger en aanvrager is gericht geraakt en toegankelijker voor klanten en ketenpartners.
Die burgergerichtheid, het uitleggen en nabellen zijn ontwikkelingen waar veel overheidsorganisaties een voorbeeld aan kunnen nemen, de mijne - de rechtspraak - niet in de laatste plaats.
Ook is het innovatief vermogen van het Schadefonds groot gebleken, voldoende groot om een belangrijke uitbreiding van taken verantwoord op te vangen. De taken zijn verbreed met de regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg, met een regeling voor schade als gevolg van openlijk geweld en de Subsidieregeling overvallen, die slachtoffers van een overval in staat stelt om preventieve maatregelen te nemen om herhaling van een overval te voorkomen.
Daarmee heeft het Schadefonds zich onder het directeurschap van Nina ontwikkeld in de richting van de overheidsorganisatie die geknipt is om zorg te dragen voor compensatie en erkenning van leed, daar waar de overheid, in termen van veiligheid, preventie of toezicht, steken heeft laten vallen.
Als Schadefonds willen we graag op die weg verder gaan. Daarbij valt te denken aan compensatie na aanslagen, rampen en ongevallen, medische fouten et cetera. De organisatie is daar klaar voor.
Maar ook aan de andere kant, de belangrijkste, die van slachtoffers, willen wij in de tweede helft van deze kabinetsperiode belangrijke stappen maken. Om de positie van slachtoffers structureel te versterken is nodig dat naar het voorbeeld van de reclassering de belangenbehartiging en ondersteuning van slachtoffers wordt georganiseerd in een stevige zuil in het maatschappelijk middenveld.
Ik daag de andere (slachtoffer)organisaties in dit veld, en ook departement van Veiligheid en Justitie en politiek, uit om over de opbouw van zo’n slachtofferpijler in het strafrechtelijk veld mee te denken en daaraan mee te bouwen.
Tot slot rest mij hier: dank Nina Huygen voor wat je voor de ontwikkeling van ons Schadefonds hebt gedaan.
Ludo Goossens
www.schadefonds.nl
donderdag 15 januari 2015
Verhaal halen
Door: Carol van Nijnatten, Lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Mensen die bij het Schadefonds aankloppen voor een schadeloosstelling voor het geweld dat hen is aangedaan, komen verhaal halen. Er staat immers nog een rekening open die moet worden vereffend.
De personen die een aanvraag doen bij de Raadkamer Statuut – het orgaan dat is ingesteld om aanvragen te toetsen in het kader van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen, waarbij de dader/instelling aansprakelijk wordt gesteld - komen ook een verhaal brengen. Een verhaal over een reeks gebeurtenissen, meestal uit een ver verleden. Gebeurtenissen die iedere verbeelding tarten en nauwelijks onder woorden te brengen zijn! Niet zelden hoorden de levenspartners van de slachtoffers pas over de gebeurtenissen toen er melding werd gedaan bij de commissie Samson. Ze vertellen hun levensgeschiedenis nu ook aan de jurist(e) van het Schadefonds en de leden van de Raadkamer.
Soms weten de slachtoffers feilloos details uit het verleden op te diepen. Andere aanvragers kunnen zich de details niet meer herinneren. Maar ook bij hen staan de verwoestende effecten van het misbruik in hun geheugen gegrift: de angst voor herhaling (de voetstappen op de trap), de schaamte (als anderen het maar niet te weten komen) en weerloosheid (als ik het vertel, word ik weggestuurd). En .. de eenzaamheid, het feit dat je het aan niemand kan vertellen, dat niemand je gelooft, dat het misbruik niet wordt erkend.
Aanvragers bij de Raadkamer Statuut komen in zekere zin ook verhaal maken. Ze hopen op een antwoord op hun vragen over het verleden. Waarom was de beschuldigde zo gewelddadig en waarom was ik juist het slachtoffer, waarom loopt de misbruikende jeugdzorgwerker nog ongestraft rond?
Het Schadefonds werkt soms maanden lang aan antwoorden op die vragen. Aan de hoorzitting van de Raadkamer Statuut gaat een lange periode vooraf waarin de aanvrager samen met een van de juristen een dossier aanlegt. Daarin worden proces verbalen, briefjes van dokters, e-mails, geboorteregister, salarisstroken verzameld. Het vraagt veel van aanvragers die klus te klaren, maar misschien is het toch de moeite waard. Immers het aanleggen van een dossier maakt het mogelijk voor aanvragers om met een neutraal derde persoon nog eens naar dat moeilijke leven te kijken. Het biedt de mogelijkheid de eigen levensgeschiedenis vanuit een nieuw perspectief te bekijken en opnieuw te vertellen.
Daarom is het misschien wel niet zo erg dat het even duurt om dat dossier te maken. Met de vorming van het dossier wordt het verhaal immers opnieuw geschreven. Eenmaal op de hoorzitting is het verhaal al voor het grootste deel verteld. Dan volgt de erkenning door de Commissie van het Schadefonds en is verhaal gehaald.
www.schadefonds.nl
Mensen die bij het Schadefonds aankloppen voor een schadeloosstelling voor het geweld dat hen is aangedaan, komen verhaal halen. Er staat immers nog een rekening open die moet worden vereffend.
De personen die een aanvraag doen bij de Raadkamer Statuut – het orgaan dat is ingesteld om aanvragen te toetsen in het kader van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen, waarbij de dader/instelling aansprakelijk wordt gesteld - komen ook een verhaal brengen. Een verhaal over een reeks gebeurtenissen, meestal uit een ver verleden. Gebeurtenissen die iedere verbeelding tarten en nauwelijks onder woorden te brengen zijn! Niet zelden hoorden de levenspartners van de slachtoffers pas over de gebeurtenissen toen er melding werd gedaan bij de commissie Samson. Ze vertellen hun levensgeschiedenis nu ook aan de jurist(e) van het Schadefonds en de leden van de Raadkamer.
Soms weten de slachtoffers feilloos details uit het verleden op te diepen. Andere aanvragers kunnen zich de details niet meer herinneren. Maar ook bij hen staan de verwoestende effecten van het misbruik in hun geheugen gegrift: de angst voor herhaling (de voetstappen op de trap), de schaamte (als anderen het maar niet te weten komen) en weerloosheid (als ik het vertel, word ik weggestuurd). En .. de eenzaamheid, het feit dat je het aan niemand kan vertellen, dat niemand je gelooft, dat het misbruik niet wordt erkend.
Aanvragers bij de Raadkamer Statuut komen in zekere zin ook verhaal maken. Ze hopen op een antwoord op hun vragen over het verleden. Waarom was de beschuldigde zo gewelddadig en waarom was ik juist het slachtoffer, waarom loopt de misbruikende jeugdzorgwerker nog ongestraft rond?
Het Schadefonds werkt soms maanden lang aan antwoorden op die vragen. Aan de hoorzitting van de Raadkamer Statuut gaat een lange periode vooraf waarin de aanvrager samen met een van de juristen een dossier aanlegt. Daarin worden proces verbalen, briefjes van dokters, e-mails, geboorteregister, salarisstroken verzameld. Het vraagt veel van aanvragers die klus te klaren, maar misschien is het toch de moeite waard. Immers het aanleggen van een dossier maakt het mogelijk voor aanvragers om met een neutraal derde persoon nog eens naar dat moeilijke leven te kijken. Het biedt de mogelijkheid de eigen levensgeschiedenis vanuit een nieuw perspectief te bekijken en opnieuw te vertellen.
Daarom is het misschien wel niet zo erg dat het even duurt om dat dossier te maken. Met de vorming van het dossier wordt het verhaal immers opnieuw geschreven. Eenmaal op de hoorzitting is het verhaal al voor het grootste deel verteld. Dan volgt de erkenning door de Commissie van het Schadefonds en is verhaal gehaald.
www.schadefonds.nl
dinsdag 16 december 2014
Van ‘tijdelijke gril’ naar ‘the next step’: op naar een Slachtofferherstel Organisatie
Door: Nina Huygen, directeur van het Schadefonds Geweldsmisdrijven
Er is de afgelopen decennia veel verbeterd voor slachtoffers van geweldsdelicten en hun nabestaanden; zowel in wet- en regelgeving als in de uitvoering. Maar er is nog steeds een wereld te winnen. Aan duidelijkheid voor het slachtoffer, samenwerking in ‘de keten’ en samenhang tussen de verschillende arrangementen binnen die keten. Het is tijd om de verschillende, losse, ontstane elementen bij elkaar te brengen en om te smeden naar een goed dienstenaanbod in één loket, dat zich richt op herstel van slachtoffers.
De viering van zijn 75e verjaardag op 8 december jl. stond voor mr. Pieter van Vollenhoven vooral in het teken van Fonds Slachtofferhulp, dat hij 25 jaar geleden had opgericht. Terugblikkend op die beginjaren memoreerde hij hoe zijn aandacht voor slachtoffers van geweldsdelicten en verkeerslachtoffers destijds werd afgedaan als een ‘een tijdelijke gril’. Hij kreeg de handen er maar nauwelijks voor op elkaar.
Nu, 25 jaar later, zijn stille tochten voor slachtoffers van geweld een bekend fenomeen. Het nationale eerbetoon bij de ramp met de MH17 was overweldigend massaal. Er is nu volop aandacht voor en solidariteit met slachtoffers. Zorg voor slachtoffers is politiek en maatschappelijk ‘hot’.
Emancipatie en meer rechten
Niet alleen Van Vollenhoven, ook slachtoffers en nabestaanden zelf zijn zich gaan organiseren en hebben het onderwerp op de agenda gekregen. Dat heeft geleid tot een scala aan rechten op gebied van bejegening en informatie, het spreekrecht, het recht je te voegen in het strafproces om je schade te verhalen. Het spreekrecht is onlangs uitgebreid (onder meer naar aanleiding van de zedenzaak rond Robert M.), zodat ook ouders zich kunnen uitspreken in de rechtszaal. Recent pleitte de voorzitter van de Federatie voor Nabestaanden van Geweldsslachtoffers voor spreekrecht van nabestaanden op tbs-zittingen (VK, 11 december). In reactie daarop liet staatsecretaris Teeven weten dat het ‘nu nog een brug te ver’ is. Maar de formulering van ‘nu nog’ geeft ruimte voor verdere aanpassingen in de toekomst. Kortom: de emancipatie is nog niet voltooid.
Uitvoering verbeterd
Ook in de uitvoering is veel verbeterd. Zoals de introductie van het casemanagement bij Slachtofferhulp Nederland. En bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven de invoering van het ‘burgergericht werken’ met excellente bejegening; en het vereenvoudigen van de tegemoetkoming: van ‘bonnetjes’ naar ‘all in’. Een derde voorbeeld is de wettelijke opdracht aan de rechter zorg te dragen voor een goede bejegening en vaste plek in de rechtszaal voor slachtoffers, en een aparte wachtruimte voor hen daarbuiten.
Een rol voor de overheid
De wijze waarop een samenleving omgaat met slachtoffers is een graadmeter voor de zorgzaamheid en de betrokkenheid van de staat bij zijn burgers. De wijze waarop slachtoffers hun bejegening door de overheid ervaren bepaalt in hoge mate hun perceptie van en houding tegenover die overheid. Door te investeren in hulp en herstel van slachtoffers bindt de overheid haar burgers en geeft ze vertrouwen in de ‘core’ instituties, zoals het recht. Door te investeren wordt bovendien uitval op de lange duur, door psychische schade, voorkomen. Nu gebeurt dat nog te vaak, met alle (economische) gevolgen van dien: ziekteverzuim, studievertraging, ziektekosten. Om van de gevolgen voor de personen zelf nog maar te zwijgen.
De overheid heeft een verantwoordelijkheid en een taak als het gaat om slachtofferzorg. Nu is die nog te versnipperd georganiseerd. Daar ligt een kans op verdere verbetering.
Duidelijkheid voor het slachtoffer
Gelukkig wordt niet iedereen slachtoffer van een geweldsdelict. Maar als zoiets je overkomt, moet er adequate hulp zijn. De toegang tot hulp, ondersteuning, erkenning en compensatie moet simpel en effectief zijn. Zonder poespas. Nu is dat niet altijd zo. Voor praktische, emotionele en juridische ondersteuning kun je terecht bij Slachtofferhulp. Voor een financiële tegemoetkoming bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Of bij je verzekering. Of bij de dader. Via het strafrecht. Of met een civiele procedure. En dan is er ook nog Fonds Slachtofferhulp. En o ja, in ernstige zaken heeft de politie familierechercheurs ter beschikking en de Officier van Justitie kan je ook bijstaan voor juridische vragen en begeleiding in het strafproces. En trouwens, die ondersteuning biedt Slachtofferhulp in sommige gevallen ook.
Je moet bijna het institutionele landschap kennen om te weten bij wie je waarvoor moet aankloppen. Dat kan toch simpeler? Het moet voor een slachtoffer niet uitmaken hoe ‘het veld’ of ‘de keten’ is georganiseerd. Dat is een ‘next step’ om te nemen.
Samenwerken en samenhang
In mijn ogen is het tijd om te werken aan een stevige ‘slachtofferzuil’ binnen het Justitiedomein van de overheid. Niet om daarmee alle verantwoordelijkheid weg te halen bij daders en slachtoffers zelf – integendeel. Maar wel om optimale, heldere en toegankelijke ondersteuning te bieden aan mensen die een heftige ervaring van een geweldsdelict overkomt, voor zover ze dat nodig hebben. We moeten niet wachten tot mensen vastlopen. Mensen zijn enorm veerkrachtig, maar hebben soms ondersteuning nodig om een heftige gebeurtenis te boven te komen, te herstellen. Erkenning geven dat het om iets ernstigs gaat, dat rechten zijn geschonden, is een onderdeel van die weg naar herstel. En een financiële tegemoetkoming is dat ook.
Goede dienstverlening voorop
Door een meelevende en respectvolle bejegening ervaren burgers dat ze deel uitmaken van een gemeenschap die om hen geeft. Dat geldt voor elke burger, en voor slachtoffers in het bijzonder. Een passende behandeling krijgen gaat verder dan hulp. Het gaat erom op een goede manier te verwerken wat er is gebeurd en verder te kunnen na zo’n ingrijpende gebeurtenis. Het gaat om herstel.
Geen valse tegenstellingen
Een aantal nuanceringen wil ik wel plaatsen. De lijn tussen daders en slachtoffers is vaak wel, maar niet altijd te trekken. Soms is het slachtoffer degene die het hardst of het eerst naar de politie rent, na een knokpartij. Dat merkt ook de reclassering, die een onderzoek liet uitvoeren naar slachtoffergericht werken binnen hun organisatie.
Een andere is deze. Het is goed dat de dader verantwoordelijk wordt gesteld voor zijn daden. Maar is het in alle gevallen reëel dat de kosten altijd en volledig op een dader wordt verhaald? Niet alleen vanuit het perspectief van haalbaarheid (‘van een kale kip valt niet te plukken’), maar ook vanuit het oogpunt van legitimiteit. Je hebt je straf uitgezeten, moet resocialiseren, maar hebt nog wel een hoge schuld af te lossen aan het slachtoffer. Gaat je dat lukken? En gaat het helpen bij de zo gewenste resocialisatie?
Dat zijn vragen waar we goed over moeten nadenken voordat we klakkeloos roepen dat alles beter voor het slachtoffer moet. Aandacht voor slachtoffers: zeer terecht. Van Vollenhoven is al lang geen roepende meer in de woestijn. Maar we moeten niet doorslaan, en geen valse tegenstellingen creëren tussen zorg voor slachtoffers en voor daders. De overheid heeft een verantwoordelijkheid naar beiden.
Naar een Slachtofferherstel Organisatie
Alle verbeteringen tot nu toe zijn vooral gebaseerd op incidentele ontwikkelingen bij de slachtoffergerichte organisaties. Dat maakt dat op dit moment juist in de samenhang nog veel winst valt te boeken. Zodat slachtoffers ook echt één ingang krijgen, waarachter zich excellente dienstverlening organiseert, inclusief de financiële kant. Die ze nu nog veel te vaak niet weten te vinden doordat de doorverwijzing niet optimaal loopt. In mijn ogen zouden we het Schadefonds Geweldsmisdrijven en Slachtofferhulp Nederland moeten samenvoegen tot een Slachtofferherstel Organisatie, die verder professionaliseren en positioneren als een ‘zuil’ binnen het Justitie domein. Dat is mijn droom voor de ‘één loket’ gedachte uit het regeerakkoord. Daar is geen 25 jaar voor nodig, voor 2020 kan het er staan. Aan de slag!
www.schadefonds.nl
woensdag 8 oktober 2014
Van bonnetjes naar all in-tegemoetkomingen
Door: Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht Erasmus Universiteit Rotterdam, lid commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven neemt een historische stap
Op 15 oktober maakt het Schadefonds Geweldsmisdrijven een grote stap in zijn tegemoetkomingspraktijk: voortaan ontvangen aanvragers geen aparte vergoedingen meer voor verschillende schadeposten, maar een tegemoetkoming in één som. Niet langer hoeven slachtoffers met letsel door een geweldsmisdrijf bonnetjes aan te dragen; zij ontvangen afhankelijk van de ernst van hun letsel een rond bedrag, in zes categorieën variërend van € 1.000 tot € 35.000. Daarmee wil het Schadefonds het tegemoetkomende karakter van het bedrag benadrukken, benadeelden ontlasten van het uitmeten van hun schade en bureaumedewerkers van het controleren en berekenen van opgevoerde schadeposten.
Toen ik een jaar geleden toetrad tot de commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven vielen mij drie dingen op. De organisatie bleek veel minder bureaucratisch dan ik had verwacht: medewerkers zoeken actief telefonisch contact met slachtoffers en proberen hen praktisch te ondersteunen in hun aanvraag om een tegemoetkoming. Maar hoewel de wet spreekt over tegemoetkomingen bij ernstig letsel, viel mij op dat er – bezien vanuit mijn ervaring met de letselschadepraktijk – ook vaak in gevallen van betrekkelijk gering letsel tegemoetkomingen worden verstrekt. Inmiddels begrijp ik dat wel: iedereen die door een geweldsmisdrijf is getroffen wordt immers in ernstige mate geraakt. Het meest verrassende vond ik evenwel dat – hoewel het Schadefonds tegemoetkomingen verstrekt – de toekenningen wel 26 verschillende, vaak vooral kleine schadeposten betroffen (reiskosten, kosten van een nieuwe matras, telefoonkosten, et cetera), die bovendien tot achter de komma werden uitgerekend. Tegelijkertijd bracht het karakter van de tegemoetkoming en het daaraan door de wet gestelde maximum mee dat lang niet alle kosten werden vergoed.
In de loop van het afgelopen jaar is de bestaande praktijk heroverwogen, mede naar aanleiding van onderzoek onder ‘klanten’ van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Uit dat onderzoek blijkt dat zij vaak tevreden zijn met de door hen ontvangen tegemoetkomingen, maar dat hun tevredenheid sterk afhangt van de snelheid en wijze van afhandeling van hun verzoek en van de mate waarin het ontvangen bedrag aan hun verwachtingen voldoet. De overgang naar zes categorieën van all in-bedragen zal naar verwachting de snelheid van afhandeling en de voorspelbaarheid van de uitkomst vergroten. Ook heeft een rol gespeeld dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven het afgelopen jaar ervaring heeft opgedaan met de toewijzing van all in-bedragen in gevallen van seksueel misbruik. Het Schadefonds voert sinds een jaar twee compensatieregelingen uit voor slachtoffers van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen. Volgens die regelingen worden tegemoetkomingen verstrekt waarvan de hoogte afhankelijk is van de aard en ernst van het misbruik, zonder dat slachtoffers worden belast met het bewijs van de gevolgen van het misbruik in de financiële en immateriële sfeer.
Volgens het oude beleid moesten slachtoffers niet alleen aantonen dat en hoe zij het slachtoffer waren geworden van een geweldsmisdrijf, maar ook welke concrete schade zij als gevolg daarvan hadden geleden. Het gevolg daarvan is dat iemand vooral moet terugblikken op wat er is gebeurd en dat hij zich moet concentreren op de omvang van de nare gevolgen daarvan. Praktisch betekent het ook dat die gevolgen moeten worden onderbouwd, met verklaringen, bonnetjes en andere bewijsstukken. Dat kost tijd en negatieve energie. Volgens het nieuwe beleid blijft het nodig om duidelijk te maken hoe iemand het slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf, maar wordt vervolgens aan de hand van de ernst van het fysieke of psychische letsel vastgesteld welke tegemoetkomingsbedrag daar bij past. Bewijs van de gevolgen van het letsel in concrete gevallen is dus niet meer nodig. Die vereenvoudiging is niet alleen van belang voor slachtoffers die een aanvraag doen, maar ook voor hun hulpverleners, zoals medewerkers van Slachtofferhulp Nederland, advocaten en anderen.
Bij letsel vindt aan de hand van de ernst van het letsel volgens een door deskundigen opgestelde letsellijst een indeling plaats in één van de zes categorieën. Per categorie geldt een vast tegemoetkomingsbedrag: € 1.000, € 2.500, € 5.000, € 10.000, € 20.000 of € 35.000. Bij complexe letsels is het meest ernstige letsel leidend voor de indeling in een categorie. Ook in gevallen van (enkel) psychisch letsel wordt met deze zes categorieën gewerkt, en vindt de indeling plaats op basis van objectieve informatie van behandelaars (diagnose, behandelingsduur). Bij bepaalde geweldsmisdrijven en bij seksueel misbruik wordt vanwege de ernst van het delict het bestaan van psychisch letsel zonder nader bewijs verondersteld.
Bij overlijden door een geweldsmisdrijf ontvangen nabestaanden een vast bedrag (€ 5.000) ongeacht welke concrete schade zij lijden. Daarnaast vindt er bij overlijden nog wel enig maatwerk plaats: alleen degene die kosten voor de uitvaart heeft gemaakt kan daarvoor een tegemoetkoming ontvangen, met een maximum van € 7.500. En alleen degenen die door het overlijden levensonderhoud hebben gederfd ontvangen daarvoor nog een extra bedrag.
Met deze grote stap hoopt het Schadefonds Geweldsmisdrijven het aanvragen en afhandelen van tegemoetkomingen eenvoudiger te maken, zodat slachtoffers van geweldsmisdrijven eerder erkenning vinden van het onrecht en het leed dat hun is aangedaan. Een vlottere afwikkeling, waarbij meer aandacht mogelijk is voor de persoon van de getroffene en minder voor de administratie van schadeposten, kan er bovendien aan bijdragen dat het slachtoffer de blik eerder op een nieuwe toekomst kan richten. Het is een voorrecht om daaraan een bijdrage te mogen leveren.
www.schadefonds.nl
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven neemt een historische stap
Op 15 oktober maakt het Schadefonds Geweldsmisdrijven een grote stap in zijn tegemoetkomingspraktijk: voortaan ontvangen aanvragers geen aparte vergoedingen meer voor verschillende schadeposten, maar een tegemoetkoming in één som. Niet langer hoeven slachtoffers met letsel door een geweldsmisdrijf bonnetjes aan te dragen; zij ontvangen afhankelijk van de ernst van hun letsel een rond bedrag, in zes categorieën variërend van € 1.000 tot € 35.000. Daarmee wil het Schadefonds het tegemoetkomende karakter van het bedrag benadrukken, benadeelden ontlasten van het uitmeten van hun schade en bureaumedewerkers van het controleren en berekenen van opgevoerde schadeposten.
Toen ik een jaar geleden toetrad tot de commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven vielen mij drie dingen op. De organisatie bleek veel minder bureaucratisch dan ik had verwacht: medewerkers zoeken actief telefonisch contact met slachtoffers en proberen hen praktisch te ondersteunen in hun aanvraag om een tegemoetkoming. Maar hoewel de wet spreekt over tegemoetkomingen bij ernstig letsel, viel mij op dat er – bezien vanuit mijn ervaring met de letselschadepraktijk – ook vaak in gevallen van betrekkelijk gering letsel tegemoetkomingen worden verstrekt. Inmiddels begrijp ik dat wel: iedereen die door een geweldsmisdrijf is getroffen wordt immers in ernstige mate geraakt. Het meest verrassende vond ik evenwel dat – hoewel het Schadefonds tegemoetkomingen verstrekt – de toekenningen wel 26 verschillende, vaak vooral kleine schadeposten betroffen (reiskosten, kosten van een nieuwe matras, telefoonkosten, et cetera), die bovendien tot achter de komma werden uitgerekend. Tegelijkertijd bracht het karakter van de tegemoetkoming en het daaraan door de wet gestelde maximum mee dat lang niet alle kosten werden vergoed.
In de loop van het afgelopen jaar is de bestaande praktijk heroverwogen, mede naar aanleiding van onderzoek onder ‘klanten’ van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Uit dat onderzoek blijkt dat zij vaak tevreden zijn met de door hen ontvangen tegemoetkomingen, maar dat hun tevredenheid sterk afhangt van de snelheid en wijze van afhandeling van hun verzoek en van de mate waarin het ontvangen bedrag aan hun verwachtingen voldoet. De overgang naar zes categorieën van all in-bedragen zal naar verwachting de snelheid van afhandeling en de voorspelbaarheid van de uitkomst vergroten. Ook heeft een rol gespeeld dat het Schadefonds Geweldsmisdrijven het afgelopen jaar ervaring heeft opgedaan met de toewijzing van all in-bedragen in gevallen van seksueel misbruik. Het Schadefonds voert sinds een jaar twee compensatieregelingen uit voor slachtoffers van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen. Volgens die regelingen worden tegemoetkomingen verstrekt waarvan de hoogte afhankelijk is van de aard en ernst van het misbruik, zonder dat slachtoffers worden belast met het bewijs van de gevolgen van het misbruik in de financiële en immateriële sfeer.
Volgens het oude beleid moesten slachtoffers niet alleen aantonen dat en hoe zij het slachtoffer waren geworden van een geweldsmisdrijf, maar ook welke concrete schade zij als gevolg daarvan hadden geleden. Het gevolg daarvan is dat iemand vooral moet terugblikken op wat er is gebeurd en dat hij zich moet concentreren op de omvang van de nare gevolgen daarvan. Praktisch betekent het ook dat die gevolgen moeten worden onderbouwd, met verklaringen, bonnetjes en andere bewijsstukken. Dat kost tijd en negatieve energie. Volgens het nieuwe beleid blijft het nodig om duidelijk te maken hoe iemand het slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf, maar wordt vervolgens aan de hand van de ernst van het fysieke of psychische letsel vastgesteld welke tegemoetkomingsbedrag daar bij past. Bewijs van de gevolgen van het letsel in concrete gevallen is dus niet meer nodig. Die vereenvoudiging is niet alleen van belang voor slachtoffers die een aanvraag doen, maar ook voor hun hulpverleners, zoals medewerkers van Slachtofferhulp Nederland, advocaten en anderen.
Bij letsel vindt aan de hand van de ernst van het letsel volgens een door deskundigen opgestelde letsellijst een indeling plaats in één van de zes categorieën. Per categorie geldt een vast tegemoetkomingsbedrag: € 1.000, € 2.500, € 5.000, € 10.000, € 20.000 of € 35.000. Bij complexe letsels is het meest ernstige letsel leidend voor de indeling in een categorie. Ook in gevallen van (enkel) psychisch letsel wordt met deze zes categorieën gewerkt, en vindt de indeling plaats op basis van objectieve informatie van behandelaars (diagnose, behandelingsduur). Bij bepaalde geweldsmisdrijven en bij seksueel misbruik wordt vanwege de ernst van het delict het bestaan van psychisch letsel zonder nader bewijs verondersteld.
Bij overlijden door een geweldsmisdrijf ontvangen nabestaanden een vast bedrag (€ 5.000) ongeacht welke concrete schade zij lijden. Daarnaast vindt er bij overlijden nog wel enig maatwerk plaats: alleen degene die kosten voor de uitvaart heeft gemaakt kan daarvoor een tegemoetkoming ontvangen, met een maximum van € 7.500. En alleen degenen die door het overlijden levensonderhoud hebben gederfd ontvangen daarvoor nog een extra bedrag.
Met deze grote stap hoopt het Schadefonds Geweldsmisdrijven het aanvragen en afhandelen van tegemoetkomingen eenvoudiger te maken, zodat slachtoffers van geweldsmisdrijven eerder erkenning vinden van het onrecht en het leed dat hun is aangedaan. Een vlottere afwikkeling, waarbij meer aandacht mogelijk is voor de persoon van de getroffene en minder voor de administratie van schadeposten, kan er bovendien aan bijdragen dat het slachtoffer de blik eerder op een nieuwe toekomst kan richten. Het is een voorrecht om daaraan een bijdrage te mogen leveren.
www.schadefonds.nl
maandag 15 september 2014
Winst
Door: Ludo Goossens, Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming, en erkent daarmee het onrecht dat hen is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen. Het Schadefonds is een zelfstandig onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven werd in het midden van de jaren zeventig als onafhankelijke instelling namens de staat in het leven geroepen om slachtoffers van ernstig geweld tegemoet te komen bij het te bovenkomen van de gevolgen van het onrecht dat hun is aangedaan. De invalshoek was vooral een financiële.
Ook in Europees verband is zo’n fonds verplicht geworden.
Sinds die tijd is er veel ten goede veranderd voor die slachtoffers: er is een regeling gekomen, waardoor slachtoffers in het strafproces op betrekkelijk eenvoudige wijze hun schade kunnen verhalen en er is voor de meest ernstige misdrijven een voorschotregeling gekomen. Daardoor, in combinatie met de schadevergoedingsmaatregel, hoeven slachtoffers niet langer onnodig te wachten op het moment dat de dader geld heeft om te betalen.
Er is dus belangrijke winst geboekt. En dit is nog alleen het financiële deel.
Ook op vlak van bejegening is belangrijk werk verricht. Slachtoffers hebben een positie in de rechtszaak gekregen. Er is een slachtofferorganisatie gekomen die op alle mogelijke punten ondersteuning verleent.
Het Schadefonds heeft actief aan die ontwikkeling bij gedragen.
Maar meer en meer wordt duidelijk dat het slachtofferbeleid in Nederland en Europa erg incidenteel is ontwikkeld. Ik geef voorbeelden:
• de financiële regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg
• de tijdelijke regeling openlijk geweld
• de preventie regeling overvallen
Dit zijn stuk voor stuk nuttige, noodzakelijke en belangrijke regelingen, maar zij roepen de vraag op: waarom deze wel en andere niet?
Waarom wel openlijk geweld en niet vernieling?
Waarom wel seksueel misbruik in de jeugdzorg maar niet mishandeling?
Waarom wel jeugdzorg, maar niet psychiatrie of blinden- en andere instituten?
Waarom niet méér structurele regelingen voor andere incidenten waar de staat haar beschermende rol voor burgers heeft laten liggen en waarvoor steeds weer incidentele regelingen voor schadeloosstelling worden ontworpen? Denk aan incidenten als de veteranenziekte in Hoogkarspel, Q-koorts, dijkdoorbraak Wilnis en de brand in Moerdijk.
Telkens leiden dit soort incidenten tot maatschappelijke en politieke discussies.
Telkens ook komt in die discussie weer naar voren dat slachtoffers het moeilijk vinden zich op een goede wijze te verhouden tot de overheid die als onpersoonlijk en bureaucratisch en juridisch wordt ervaren.
Als Schadefonds hebben we die kille benadering van slachtoffers achter ons gelaten en zijn we persoonlijker, actiever en empathischer geworden in de begeleiding van slachtoffers.
De resultaten zijn spectaculair.
Slachtoffers geven aan zich gehoord en erkend te voelen in het contact met medewerkers en commissieleden van het Schadefonds. Zij geven ook te kennen het fijn te vinden persoonlijk benaderd te worden en begeleiding te krijgen.
De nieuwe manier van werken van het Schadefonds draagt bij aan meer vertrouwen in Justitie en de overheid in brede zin.
Ik wil bepleiten om in de eerste plaats eens echt in samenhang, ook met private partijen als verzekeraars, te gaan bekijken waar burgers (onderling via verzekeraars bijvoorbeeld) verantwoordelijkheid kunnen dragen en nemen. En in het verlengde daarvan waar de overheid in zijn beschermende rol tekort is geschoten en daarom een taak heeft in vergoeding van schade of leniging van de ergste financiële nood.
In de tweede plaats wil ik diezelfde overheid uitnodigen om, veel meer dan tot nu toe, gebruik te maken van de expertise die er bij het Schadefonds is opgebouwd. Expertise om schade te bepalen, en de burger daarin op menselijke en fatsoenlijke wijze te begeleiden.
Ik ben ervan overtuigd dat daarmee een belangrijke stap gezet zal worden in het herstel van vertrouwen van de burger in de overheid.
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming, en erkent daarmee het onrecht dat hen is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen. Het Schadefonds is een zelfstandig onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven werd in het midden van de jaren zeventig als onafhankelijke instelling namens de staat in het leven geroepen om slachtoffers van ernstig geweld tegemoet te komen bij het te bovenkomen van de gevolgen van het onrecht dat hun is aangedaan. De invalshoek was vooral een financiële.
Ook in Europees verband is zo’n fonds verplicht geworden.
Sinds die tijd is er veel ten goede veranderd voor die slachtoffers: er is een regeling gekomen, waardoor slachtoffers in het strafproces op betrekkelijk eenvoudige wijze hun schade kunnen verhalen en er is voor de meest ernstige misdrijven een voorschotregeling gekomen. Daardoor, in combinatie met de schadevergoedingsmaatregel, hoeven slachtoffers niet langer onnodig te wachten op het moment dat de dader geld heeft om te betalen.
Er is dus belangrijke winst geboekt. En dit is nog alleen het financiële deel.
Ook op vlak van bejegening is belangrijk werk verricht. Slachtoffers hebben een positie in de rechtszaak gekregen. Er is een slachtofferorganisatie gekomen die op alle mogelijke punten ondersteuning verleent.
Het Schadefonds heeft actief aan die ontwikkeling bij gedragen.
Maar meer en meer wordt duidelijk dat het slachtofferbeleid in Nederland en Europa erg incidenteel is ontwikkeld. Ik geef voorbeelden:
• de financiële regelingen voor seksueel misbruik in de jeugdzorg
• de tijdelijke regeling openlijk geweld
• de preventie regeling overvallen
Dit zijn stuk voor stuk nuttige, noodzakelijke en belangrijke regelingen, maar zij roepen de vraag op: waarom deze wel en andere niet?
Waarom wel openlijk geweld en niet vernieling?
Waarom wel seksueel misbruik in de jeugdzorg maar niet mishandeling?
Waarom wel jeugdzorg, maar niet psychiatrie of blinden- en andere instituten?
Waarom niet méér structurele regelingen voor andere incidenten waar de staat haar beschermende rol voor burgers heeft laten liggen en waarvoor steeds weer incidentele regelingen voor schadeloosstelling worden ontworpen? Denk aan incidenten als de veteranenziekte in Hoogkarspel, Q-koorts, dijkdoorbraak Wilnis en de brand in Moerdijk.
Telkens leiden dit soort incidenten tot maatschappelijke en politieke discussies.
Telkens ook komt in die discussie weer naar voren dat slachtoffers het moeilijk vinden zich op een goede wijze te verhouden tot de overheid die als onpersoonlijk en bureaucratisch en juridisch wordt ervaren.
Als Schadefonds hebben we die kille benadering van slachtoffers achter ons gelaten en zijn we persoonlijker, actiever en empathischer geworden in de begeleiding van slachtoffers.
De resultaten zijn spectaculair.
Slachtoffers geven aan zich gehoord en erkend te voelen in het contact met medewerkers en commissieleden van het Schadefonds. Zij geven ook te kennen het fijn te vinden persoonlijk benaderd te worden en begeleiding te krijgen.
De nieuwe manier van werken van het Schadefonds draagt bij aan meer vertrouwen in Justitie en de overheid in brede zin.
Ik wil bepleiten om in de eerste plaats eens echt in samenhang, ook met private partijen als verzekeraars, te gaan bekijken waar burgers (onderling via verzekeraars bijvoorbeeld) verantwoordelijkheid kunnen dragen en nemen. En in het verlengde daarvan waar de overheid in zijn beschermende rol tekort is geschoten en daarom een taak heeft in vergoeding van schade of leniging van de ergste financiële nood.
In de tweede plaats wil ik diezelfde overheid uitnodigen om, veel meer dan tot nu toe, gebruik te maken van de expertise die er bij het Schadefonds is opgebouwd. Expertise om schade te bepalen, en de burger daarin op menselijke en fatsoenlijke wijze te begeleiden.
Ik ben ervan overtuigd dat daarmee een belangrijke stap gezet zal worden in het herstel van vertrouwen van de burger in de overheid.
vrijdag 25 juli 2014
Luisteren naar slachtoffers
Door: Nina Huygen, Directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven is er om erkenning te geven voor het onrecht dat slachtoffers met ernstig letsel is aangedaan. Dat doet het Schadefonds in de vorm van een financiële bijdrage en sinds kort ook door de manier van werken. Ons werk bestaat uit het nemen van een besluit in een juridische context. Voorheen was dat een schriftelijk proces, geschreven in juristentaal. Dat hebben we de afgelopen twee jaar veranderd naar: persoonlijk, informeel en oplossingsgericht. We schrijven in gewone taal en we bellen met aanvragers. We vragen daarbij naar hun belangen bij de aanvraag en we leggen uit wat ze van ons kunnen verwachten. En uiteindelijk lichten we ons besluit ook toe. De belangen, en daarmee vaak ook emoties, komen nu dus ook aan bod. We beslissen en we luisteren.
Uit een klanttevredenheidsonderzoek, waar onlangs twee rechtenstudenten op afstudeerden, blijkt klip en klaar dat onze nieuwe manier van werken bijdraagt aan de ervaren erkenning.
Slachtoffers zijn uiteraard meer tevreden wanneer zij wel geld krijgen dan wanneer zij dat niet krijgen. Maar die tevredenheid zit hem niet alleen in het geld. Bij een positieve beslissing wordt de beslissing gewaardeerd met een 7,5 maar de tevredenheid over het Schadefonds in zijn geheel wordt gewaardeerd met een 7,9. Erkenning zit hem dus niet alleen in de tegemoetkoming zelf, maar ook in de manier van werken. Dat blijkt ook uit het onderzoek: significant meer procedurele rechtvaardigheid, minder boosheid en bedroefdheid, meer erkenning en meer tevredenheid met de nieuwe manier van werken ten opzichte van de vroegere werkwijze.
En dat sluit weer aan bij de volgende bevinding van het onderzoek. Gevraagd naar welke aspecten respondenten belangrijk vinden bij het doen van een aanvraag, scoren 'erkend worden als slachtoffer' (4.45 op een schaal van 5) en 'een rechtvaardigheidsgevoel krijgen' (4.40) het hoogst. En pas daarna 'een financiële uitkering krijgen' (3.75).
Onze nieuwe werkwijze, die wij burgergericht werken noemen, draagt bij aan het aanvaarden van de uitkomst, ook als de aanvraag wordt afgewezen. Onze medewerkers krijgen die feedback rechtstreeks nu zij bellen met aanvragers. Dat is niet altijd makkelijk, soms zijn dat heftige gesprekken. Maar ze horen ook de waardering en krijgen dan terug: 'Ik ben teleurgesteld over de uitkomst, maar ik begrijp het besluit wel'; 'U heeft er goed naar gekeken, ik voel mij serieus genomen' en: 'Bedankt dat u naar me heeft willen luisteren, dat betekende veel voor me'.
Andere organisaties die ook rechtstreeks met slachtoffers te maken hebben - zoals politie, Openbaar Ministerie en rechterlijke macht - kunnen van deze ervaringen leren. Ook zij kunnen bijdragen aan erkenning van slachtoffers door hun manier van werken.
De belangrijkste aanbeveling uit het onderzoek was: meer naamsbekendheid. Meerdere respondenten waren blij met het bestaan van het Schadefonds maar gaven aan pas laat op de hoogte van het bestaan ervan te zijn geraakt. En dat vonden ze jammer. Daar moeten we wat mee. Hierbij roep ik een ieder op die slachtoffers van geweld met ernstig letsel kent of ermee werkt, te wijzen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Bekijk onze film ‘Het belang van het Schadefonds voor slachtoffers van geweld’. Stuur hem door, zet op Facebook, Twitter enzovoorts. Zodat slachtoffers ons weten te vinden. Slachtoffers die hen voor zijn gegaan vragen er zelf om. Laten we naar ze luisteren.
www.schadefonds.nl
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven is er om erkenning te geven voor het onrecht dat slachtoffers met ernstig letsel is aangedaan. Dat doet het Schadefonds in de vorm van een financiële bijdrage en sinds kort ook door de manier van werken. Ons werk bestaat uit het nemen van een besluit in een juridische context. Voorheen was dat een schriftelijk proces, geschreven in juristentaal. Dat hebben we de afgelopen twee jaar veranderd naar: persoonlijk, informeel en oplossingsgericht. We schrijven in gewone taal en we bellen met aanvragers. We vragen daarbij naar hun belangen bij de aanvraag en we leggen uit wat ze van ons kunnen verwachten. En uiteindelijk lichten we ons besluit ook toe. De belangen, en daarmee vaak ook emoties, komen nu dus ook aan bod. We beslissen en we luisteren.
Uit een klanttevredenheidsonderzoek, waar onlangs twee rechtenstudenten op afstudeerden, blijkt klip en klaar dat onze nieuwe manier van werken bijdraagt aan de ervaren erkenning.
Slachtoffers zijn uiteraard meer tevreden wanneer zij wel geld krijgen dan wanneer zij dat niet krijgen. Maar die tevredenheid zit hem niet alleen in het geld. Bij een positieve beslissing wordt de beslissing gewaardeerd met een 7,5 maar de tevredenheid over het Schadefonds in zijn geheel wordt gewaardeerd met een 7,9. Erkenning zit hem dus niet alleen in de tegemoetkoming zelf, maar ook in de manier van werken. Dat blijkt ook uit het onderzoek: significant meer procedurele rechtvaardigheid, minder boosheid en bedroefdheid, meer erkenning en meer tevredenheid met de nieuwe manier van werken ten opzichte van de vroegere werkwijze.
En dat sluit weer aan bij de volgende bevinding van het onderzoek. Gevraagd naar welke aspecten respondenten belangrijk vinden bij het doen van een aanvraag, scoren 'erkend worden als slachtoffer' (4.45 op een schaal van 5) en 'een rechtvaardigheidsgevoel krijgen' (4.40) het hoogst. En pas daarna 'een financiële uitkering krijgen' (3.75).
Onze nieuwe werkwijze, die wij burgergericht werken noemen, draagt bij aan het aanvaarden van de uitkomst, ook als de aanvraag wordt afgewezen. Onze medewerkers krijgen die feedback rechtstreeks nu zij bellen met aanvragers. Dat is niet altijd makkelijk, soms zijn dat heftige gesprekken. Maar ze horen ook de waardering en krijgen dan terug: 'Ik ben teleurgesteld over de uitkomst, maar ik begrijp het besluit wel'; 'U heeft er goed naar gekeken, ik voel mij serieus genomen' en: 'Bedankt dat u naar me heeft willen luisteren, dat betekende veel voor me'.
Andere organisaties die ook rechtstreeks met slachtoffers te maken hebben - zoals politie, Openbaar Ministerie en rechterlijke macht - kunnen van deze ervaringen leren. Ook zij kunnen bijdragen aan erkenning van slachtoffers door hun manier van werken.
De belangrijkste aanbeveling uit het onderzoek was: meer naamsbekendheid. Meerdere respondenten waren blij met het bestaan van het Schadefonds maar gaven aan pas laat op de hoogte van het bestaan ervan te zijn geraakt. En dat vonden ze jammer. Daar moeten we wat mee. Hierbij roep ik een ieder op die slachtoffers van geweld met ernstig letsel kent of ermee werkt, te wijzen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Bekijk onze film ‘Het belang van het Schadefonds voor slachtoffers van geweld’. Stuur hem door, zet op Facebook, Twitter enzovoorts. Zodat slachtoffers ons weten te vinden. Slachtoffers die hen voor zijn gegaan vragen er zelf om. Laten we naar ze luisteren.
www.schadefonds.nl
woensdag 25 juni 2014
De vlucht
Door: Carol van Nijnatten, Lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Je kunt een kind uit een misbruiksituatie halen, maar kan je het misbruik ook uit het kind halen? Deze variatie op de slogan van Warchild drong zich op na het lezen van de debuutroman ‘De vlucht’ van de Spaanse schrijver Jesús Carrasaco. Het is het verhaal van een jongen die door de rechter van zijn woonplaats en met medeweten van zijn vader is misbruikt.
Meer komen we over het verleden niet te weten. Des te meer over wat er daarna gebeurt. Een barbaarse vlucht over het onherbergzame Spaanse platteland. De jongen trekt op met een geitenhoeder die als geen ander de droogte, de honger en onrust kent van de trektocht. Zij reizen ’s nacht zodat niemand ze ziet, stoken geen vuur opdat hun achtervolgers hen niet ontdekken en maken geen contact met andere mensen zodat zij niet worden verraden.
We weten weinig over wat er is voorgevallen, maar lezen alles over de verschrikkelijke gevolgen: de levenslange vlucht voor het verleden, de opsluiting in de geschiedenis en de permanente angst terug te vallen in de klauwen van de verkrachter. Hoe ontstellend moet het misbruik niet zijn als het slachtoffer de vlucht verkiest, weg van het dagelijkse leven met andere mensen?
De verzengende hitte van het Spaanse platteland en de dagelijkse schaarste aan water symboliseren de situatie van het misbruikte kind. Water is leven. De dagelijkse kwelling van dorst die met vervuild water wordt gelest, verwijst naar het gevecht van misbruikslachtoffers nog een zin in hun leven te ontdekken.
Is de vlucht een bevrijding? Ja, het is de verlossing van de verkrachter, zeker als de vluchteling erin slaagt zich aan de greep van het verleden te ontworstelen. De vlucht is ook de drang te overleven. Bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven zien we dat slachtoffers er uiteindelijk, vaak in de tweede helft van hun leven, toch in slagen het vertrouwen in andere mensen te herstellen doordat zij - met een financiële tegemoetkoming - eindelijk erkenning hebben gekregen voor het onrecht dat hun lange tijd is aangedaan.
www.schadefonds.nl
Je kunt een kind uit een misbruiksituatie halen, maar kan je het misbruik ook uit het kind halen? Deze variatie op de slogan van Warchild drong zich op na het lezen van de debuutroman ‘De vlucht’ van de Spaanse schrijver Jesús Carrasaco. Het is het verhaal van een jongen die door de rechter van zijn woonplaats en met medeweten van zijn vader is misbruikt.
Meer komen we over het verleden niet te weten. Des te meer over wat er daarna gebeurt. Een barbaarse vlucht over het onherbergzame Spaanse platteland. De jongen trekt op met een geitenhoeder die als geen ander de droogte, de honger en onrust kent van de trektocht. Zij reizen ’s nacht zodat niemand ze ziet, stoken geen vuur opdat hun achtervolgers hen niet ontdekken en maken geen contact met andere mensen zodat zij niet worden verraden.
We weten weinig over wat er is voorgevallen, maar lezen alles over de verschrikkelijke gevolgen: de levenslange vlucht voor het verleden, de opsluiting in de geschiedenis en de permanente angst terug te vallen in de klauwen van de verkrachter. Hoe ontstellend moet het misbruik niet zijn als het slachtoffer de vlucht verkiest, weg van het dagelijkse leven met andere mensen?
De verzengende hitte van het Spaanse platteland en de dagelijkse schaarste aan water symboliseren de situatie van het misbruikte kind. Water is leven. De dagelijkse kwelling van dorst die met vervuild water wordt gelest, verwijst naar het gevecht van misbruikslachtoffers nog een zin in hun leven te ontdekken.
Is de vlucht een bevrijding? Ja, het is de verlossing van de verkrachter, zeker als de vluchteling erin slaagt zich aan de greep van het verleden te ontworstelen. De vlucht is ook de drang te overleven. Bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven zien we dat slachtoffers er uiteindelijk, vaak in de tweede helft van hun leven, toch in slagen het vertrouwen in andere mensen te herstellen doordat zij - met een financiële tegemoetkoming - eindelijk erkenning hebben gekregen voor het onrecht dat hun lange tijd is aangedaan.
www.schadefonds.nl
dinsdag 6 mei 2014
Ongeloof
Door: Carol van Nijnatten, Lid Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Na bijna veertig jaar werk in en met de kinderbescherming
kan ik nog steeds niet wennen aan het geweld dat kinderen dagelijks ondergaan.
Mijn promotieonderzoek betrof
rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming. Ik spitte voor dat
onderzoek zo’n 150 dikke dossiers door. Ze vertelden de dramatische
geschiedenissen van gebroken gezinnen uit, vooral maar niet alleen, de onderste
klassen van de samenleving. Geen geld, geen baan, geen toekomst en geen zelfbeheersing. Wel een
aaneenschakeling van teleurstelling, drank en geweld. Kinderen waren het
slachtoffer van slaag, verlating,
exploitatie, seksueel misbruik en nog meer slaag. Ook in latere
(dossier)onderzoeken hield het geweld aan. Waren gezinnen echt zo onveilig?
Eind jaren tachtig toonde Nel
Draijer aan dat ruim een op de zeven vrouwen een of meerdere keren door
familieleden was misbruikt. Ik kon het eigenlijk niet geloven. Dat kon toch gewoon
niet waar zijn. Was het nu echt nodig dat er in Mexicostad tijdens spitsuren
speciale metro’s reden waar alleen vrouwen in werden toegelaten?
Waren mannen
echt zo …?
Toen ik begin deze eeuw steeds
vaker las dat seksueel misbruik van kinderen ook baby’s en peuters betrof en
dat recentelijk nog eens werd bevestigd door het strafrechtelijk onderzoek naar
het misbruik door Robert M, dacht ik ‘dat moeten toch fabeltjes zijn’. Wie wil
er nu met een kind, een peuter …?
Sinds een klein jaar ben ik lid van de Raadkamer Statuut,
dat is een afdeling van het Schadefonds die beslist of slachtoffers van
seksueel misbruik in de jeugdzorg in aanmerking komen voor een financiële vergoeding
door de jeugdzorginstelling.
Nu lees en hoor ik de verhalen van de slachtoffers zelf.
Hoe zij, vaak jarenlang, seksueel geweld moesten ondergaan, hoe zij het aan
niemand konden of durfden te vertellen, hoe ze aan hun lot waren overgelaten.
Soms vertellen ze hun verhaal met schroom en schaamte,
soms kunnen ze het alleen vertellen door de mond van een vertrouwenspersoon. Hun
verhalen zijn geloofwaardig. Ik geloof ze. Maar zouden jeugdzorgwerkers nu echt
…?
Dat blijf ik ongelooflijk vinden.
www.schadefonds.nl
woensdag 2 april 2014
Financieel herstel slachtoffers
Door: Ludo Goossens, Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Het Schadefonds moet veel meer een rol gaan spelen in het financieel herstel van verhoudingen tussen daders en slachtoffers van misdrijven, ook zelf gaan verhalen op de dader en in het verlengde daarvan de voorschotregeling gaan uitvoeren.
Slachtoffers krijgen een steeds belangrijker plek in onze samenleving. We vinden het niet meer dan normaal dat zij worden gecompenseerd voor hun schade. We vinden het ook steeds logischer dat de dader de schadevergoeding betaalt. Maatschappelijk is daarover nauwelijks of geen discussie meer.
Die gedachte brengt mij op de vraag welke rol het Schadefonds kan spelen in een vorm van strafrechtspleging die zich meer en meer richt op herstel.
Herstel van onrecht, herstel van vertrouwen, financieel herstel. Nu is die rol, door de manier waarop die is gegroeid, het betalen van een tegemoetkoming in de schade door de staat bij ernstig geweld, nogal beperkt.
Marc Groenhuijsen pleit ervoor om de klassieke invalshoeken op (schijnbare tegenstellingen tussen) strafrecht en herstelrecht los te laten omdat door het benadrukken van tegenstellingen het verder versterken van de positie van het slachtoffer wordt bemoeilijkt.
Ik ben het daarmee van harte eens.
Ik zou willen dat ook het Schadefonds in die ontwikkelingen meer dan nu uitdrukkelijk een positie kiest.
Vernieuwend
De Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (artikel 6) maakt het mogelijk schadevergoeding toe te kennen en de staat die vergoeding te laten verhalen op de dader. In de praktijk gebeurt dat helaas bijna nooit. Ik denk dat – als we aan die regel op slimme en vernieuwende wijze invulling geven - de positie van het Schadefonds binnen de strafrechtspleging meer gericht kan zijn op dat financieel herstel.
Om te beginnen moet het wettelijk kader aangepast worden zodat het mogelijk wordt dat het Schadefonds zich kan voegen in de strafrechtelijke procedure. Uiteraard in het geval dat het Schadefonds de benadeelde partij een uitkering gaf voor de geleden schade of zal geven. Ontvangt het Schadefonds een bedrag van de dader, dan wordt dat verrekend met het uitgekeerde bedrag. Een eventueel surplus komt ten goede aan het slachtoffer. Zowel de Staat als het slachtoffer kunnen van een dergelijke regeling profiteren.
Financieel herstel
Ik bepleit dus dat het Schadefonds zich - naast het doen van uitkeringen uit de staatskas - in de toekomst, meer dan nu vanuit een eigen positie (ook in de strafprocedure), gaat bezig houden met de financiële kant van het herstel tussen dader en slachtoffer.
Daarvoor is nodig dat we de mogelijkheden om te verhalen op de dader actief ontwikkelen en benutten.
Tenslotte ligt het, als deze ontwikkeling vorm krijgt, dan ook voor de hand om de uitvoering van de voorschotregeling die hoort bij de schadevergoedingsmaatregel, te laten uitvoeren door het Schadefonds. Als organisatie die recht doet aan slachtoffers. De uitvoering ligt nu bij het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), de inningsorganisatie van het openbaar bestuur.
Op die wijze kunnen wij nog beter, ook in termen van herstelrecht, bijdragen aan het herstel van vertrouwen van slachtoffers in de brede zin van dat woord.
[1] Tijdschrift voor Herstelrecht 2010 (10) 4
maandag 3 maart 2014
Elke dag ‘Dag van het slachtoffer’
Op 22 februari. was het weer de ‘Europese dag van het Slachtoffer’, de dag waarop Europa stilstaat bij slachtoffers. Ze verdienen het in de belangstelling te staan en serieus genomen te worden. Dat er wordt nagedacht over wat en waar het beter kan om te zorgen dat slachtofferschap wordt voorkomen, dat ze een volwaardige positie krijgen in het (straf-)recht. En dat er goede ondersteuning is voor wie dat nodig heeft op emotioneel, juridisch, financieel en medisch gebied.
Slachtoffers verdienen het om niet alleen op die ene Europese dag, maar om elke dag in de belangstelling te staan, bij alle organisaties en mensen die met ze te maken hebben. Bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven is dat zo. Het is met enkele andere organisaties, een slachtoffergerichte organisatie. Al bijna 40 jaar lang bekijken wij hoe wij slachtoffers van geweldsdelicten met ernstig psychisch of lichamelijk letstel een financiële tegemoetkoming kunnen geven, en daarmee erkenning en een steuntje in de rug. Zodat ze weer in hun eigen kracht kunnen komen.
In september 2013 heeft het Schadefonds er een nieuwe taak bijgekregen: een financiële tegemoetkoming verstrekken aan slachtoffers van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen.
Kinderen die vanwege een onveilige thuissituatie onder verantwoordelijkheid van de overheid in een jeugdzorginstelling of pleeggezin worden geplaatst mogen daar een veilige omgeving verwachten. Dat ze daar soms slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik is niet te bevatten. Het is helaas op veel grotere schaal voorgekomen dan ‘incidenteel’, heeft de Commissie Samson vastgesteld in haar onderzoek dat in 2012 is gepresenteerd. Het is daarom goed dat de overheid naar aanleiding van het rapport excuses aan alle slachtoffers heeft gemaakt en regelingen heeft getroffen voor financiële tegemoetkoming in de schade. De tegemoetkoming maakt onderdeel uit van een breder hulppakket dat de overheid en Jeugdzorg Nederland aanbieden aan slachtoffers of hun nabestaanden. Daarnaast werkt de overheid aan structurele maatregelen om herhaling te voorkomen.
Sinds september zijn ruim 200 aanvragen ingediend bij het Schadefonds. In november zijn de eerste beslissingen genomen en inmiddels is aan 23 mensen een tegemoetkoming verstrekt die varieert van 2.500 tot 22.500 euro.
Op 21 februari, aan de vooravond van de Europse dag van het slachtoffer, vindt de eerste hoorzitting plaats bij het Schadefonds in het kader van deze regeling. Tijdens de hoorzitting vertelt het slachtoffer zijn of haar verhaal. De beschuldigde krijgt de gelegenheid daarop te reageren. Een spannend moment voor slachtoffers. Maar ook voor de medewerkers van het Schadefonds, die slachtoffers recht willen doen. Elke dag weer.
Nina Huygen is directeur van het Schadefonds Geweldsmisdrijven
Slachtoffers verdienen het om niet alleen op die ene Europese dag, maar om elke dag in de belangstelling te staan, bij alle organisaties en mensen die met ze te maken hebben. Bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven is dat zo. Het is met enkele andere organisaties, een slachtoffergerichte organisatie. Al bijna 40 jaar lang bekijken wij hoe wij slachtoffers van geweldsdelicten met ernstig psychisch of lichamelijk letstel een financiële tegemoetkoming kunnen geven, en daarmee erkenning en een steuntje in de rug. Zodat ze weer in hun eigen kracht kunnen komen.
In september 2013 heeft het Schadefonds er een nieuwe taak bijgekregen: een financiële tegemoetkoming verstrekken aan slachtoffers van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen.
Kinderen die vanwege een onveilige thuissituatie onder verantwoordelijkheid van de overheid in een jeugdzorginstelling of pleeggezin worden geplaatst mogen daar een veilige omgeving verwachten. Dat ze daar soms slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik is niet te bevatten. Het is helaas op veel grotere schaal voorgekomen dan ‘incidenteel’, heeft de Commissie Samson vastgesteld in haar onderzoek dat in 2012 is gepresenteerd. Het is daarom goed dat de overheid naar aanleiding van het rapport excuses aan alle slachtoffers heeft gemaakt en regelingen heeft getroffen voor financiële tegemoetkoming in de schade. De tegemoetkoming maakt onderdeel uit van een breder hulppakket dat de overheid en Jeugdzorg Nederland aanbieden aan slachtoffers of hun nabestaanden. Daarnaast werkt de overheid aan structurele maatregelen om herhaling te voorkomen.
Sinds september zijn ruim 200 aanvragen ingediend bij het Schadefonds. In november zijn de eerste beslissingen genomen en inmiddels is aan 23 mensen een tegemoetkoming verstrekt die varieert van 2.500 tot 22.500 euro.
Op 21 februari, aan de vooravond van de Europse dag van het slachtoffer, vindt de eerste hoorzitting plaats bij het Schadefonds in het kader van deze regeling. Tijdens de hoorzitting vertelt het slachtoffer zijn of haar verhaal. De beschuldigde krijgt de gelegenheid daarop te reageren. Een spannend moment voor slachtoffers. Maar ook voor de medewerkers van het Schadefonds, die slachtoffers recht willen doen. Elke dag weer.
Nina Huygen is directeur van het Schadefonds Geweldsmisdrijven
woensdag 23 oktober 2013
Genoegdoening in Haren: over creatieve oplossingen en de symbolische waarde daarvan
Door: Nina Huygen, Directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven
Op 21 september 2012 werd er in een Gronings plaatsje een “feestje” aangekondigd onder de titel ‘Project X Haren’. Duizenden jongeren kwamen erop af. Het liep uit de hand.
Naast een enorme ravage bleef ook het gevoel over: ‘Dit moeten we toch niet pikken?!’ Inderdaad, dat pikt de overheid ook niet langer! Over een creatieve oplossing die de rekening daar legt waar die hoort en gedupeerden echt helpt. Niet alleen materieel, maar ook symbolisch van groot belang.
Want waarom moeten burgers opdraaien voor schade die door andere burgers is veroorzaakt? Natuurlijk, het OM kan de daders vervolgen en doet dat ook. Maar met een gevangenisstraf hebben gedupeerden hun schade nog niet vergoed. En dat voelt niet goed. Daarom werd een nieuw middel aan het vervolgingsarsenaal van het OM toegevoegd. Naar aanleiding van deze rellen is het Schadefonds Geweldsmisdrijven door het OM Groningen gevraagd of zij een speciaal op te richten fonds voor de slachtoffers wil beheren. Het Schadefonds voert de regeling nu uit. En die blijkt meer succes te hebben dan van tevoren was ingeschat.
De aanloop
Na de rellen vorderde het OM voor het eerst in oktober 2012 voor de politierechter enkele meerderjarige daders om een geldbedrag van €500,- in het Schadefonds Geweldsmisdrijven te laten storten. Dat werd door de rechter afgewezen. Bij enkele minderjarige daders werd een storting van een geldbedrag van 250 euro gevorderd. Eind oktober dienden nog meer strafzaken, waarbij ook meerderjarige daders zijn veroordeeld tot betaling van een geldbedrag. Het OM stelde hoger beroep in tegen een van de uitspraken van de rechter. Het hof heeft bij arrest van 22 november 2012 de vordering van de bijzondere voorwaarde tot storting van een geldbedrag in het fonds toegewezen.
Vastgelegd in een regeling
Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft naar aanleiding van deze rellen een regeling gemaakt, waarbij veroordeelde daders bij wijze van bijzondere voorwaarde een geldbedrag in een fonds moeten storten. De regeling is bedoeld om een gebaar te maken: daders van openlijk geweld betalen voor hun vernielingen. Als het fonds niet was opgericht, dan hadden de slachtoffers niets ontvangen.
Het geld dat in het fonds wordt gestort komt ten goede aan de slachtoffers die een beroep doen op de regeling. De hoogte van het bedrag dat gedupeerden krijgen is afhankelijk van het totale bedrag dat daders hebben gestort in het fonds en het aantal gedupeerden dat een aanvraag indient.
Voorheen moest er een causaal verband zijn tussen de schade van slachtoffers en concrete daders. Dat is vaak lastig aan te tonen. Nu hoeft dat niet meer. Waar slachtoffers voorheen bleven zitten met de kosten, krijgen ze nu (een deel) ervan betaald uit deze ‘dader-pot’.
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven, dat al 37 jaar lang ervaring heeft met het uitkeren van geld aan slachtoffers, voert deze regeling uit. De Regeling tegemoetkoming schade openlijk geweld is 27 februari gepubliceerd in de Staatscourant en is zo ontworpen dat deze ook bruikbaar is voor vergelijkbare toekomstige incidenten.
Resultaten voor gedupeerden Haren
Gedupeerden in Haren konden tot 15 april een aanvraag indienen.
Donderdag 21 maart heeft het Schadefonds informatiebijeenkomsten gegeven aan gedupeerden van de rellen in Haren. Tijdens deze bijeenkomsten is verteld waarom de Regeling tegemoetkoming schade openlijk geweld tot stand is gekomen, wie er voor de regeling in aanmerking komen en hoe gedupeerden een aanvraag kunnen indienen.
Het blijkt dat verzekeringsmaatschappijen al veel schade hebben vergoed en een deel van de slachtoffers heeft geen behoefte aan een tegemoetkoming omdat zij beperkte schade hebben. De aanwezige slachtoffers waardeerden de persoonlijke benadering van het Schadefonds.
Gedupeerden die een aanvraag indienen krijgen allemaal eenzelfde tegemoetkoming. Deze bestaat uit de som van het totaal door daders betaalde bedrag, gedeeld door het aantal mensen dat een aanvraag heeft ingediend bij het Schadefonds. De uitkering is alleen nooit hoger dan de werkelijk geleden schade.
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven heeft 23 aanvragen ontvangen van gedupeerden van de rellen in Haren. 18 daarvan kwamen in aanmerking voor de regeling. De 5 aanvragen die niet gehonoreerd werden betrof bedrijven (2), terwijl de regeling is bedoeld voor particulieren of ZZP-ers, of de schade was al volledig vergoed (2). Een iemand diende een aanvraag in voor rellen ergens anders in het land dan Haren.
Bij elkaar claimden de 18 gedupeerden een bedrag van €17.000, - Op 1 oktober zat er maar liefst 14.200 euro in de pot. Dat betekent dat een het merendeel van de mensen hun volledige schade vergoed krijgt. En een klein deel heeft in ieder geval een forse tegemoetkoming in de schade. In een aantal zaken van verdachten van de rellen loopt nog hoger beroep. Het geld dat nog extra in de pot komt, zal worden verdeeld onder de slachtoffers die nog een restbedrag hebben open staan.
Opbrengst en vervolg
Op basis van de ervaring met de regeling zoals toegepast bij ‘Project X Haren’ zeg ik: een mooi resultaat. In de eerste plaats natuurlijk voor de gedupeerden. Ook al zijn het er niet veel, de symbolische waarde strekt verder dan die 18 mensen. Maar daarnaast en vooral ook voor de hele samenleving. De regeling laat zien dat daders de consequentie van hun ‘feestelijke’ gedrag zelf mogen dragen en daarmee bijdragen aan genoegdoening voor slachtoffers. Wat ons betreft, mag deze regeling vaker worden toegepast.
www.schadefonds.nl
maandag 2 september 2013
Aanpak mensenhandel: de dader achter tralies, wat koopt het slachtoffer daarvoor?
Door: Nina Huygen, Directeur Schadefonds Geweldsmisdrijven
Het zal je maar gebeuren… Je komt naar Nederland voor een baan in de horeca of werken op het land. Een beter bestaan opbouwen dan je in je eigen land zou kunnen doen, dat is je doel. Maar van die mooie verhalen blijkt niets waar te zijn. Je komt tegen je wil in de prostitutie terecht. Of werkt als aspergesteker 15 uur per dag, maar loon heb je nog nooit gezien. Je slaapt in een hok met acht anderen en je mag het terrein niet af. In beide gevallen: je paspoort is afgepakt, je spreekt de taal niet en je zit compleet in de val.
Helaas geen kwaad sprookje, maar dag in dag uit de bittere werkelijkheid voor kwetsbare mensen.
Vroeger gebruikten we het woord ‘vrouwenhandel’ hiervoor, maar dat is een ontkenning van de realiteit dat ook heel vaak mannen slachtoffers zijn. In 2012 werden er in Nederland 1349 gevallen van mensenhandel gemeld bij Comensha, een belangenorganisatie. 1177 meldingen betroffen de uitbuiting van vrouwen in de prostitutie. 172 aanmeldingen waren van mannelijke slachtoffers, waarvan 37 in de prostitutie. Het (sekse) neutrale woord mensenhandel dekt de lading veel beter. Mensenhandel is eigenlijk een moderne vorm van slavernij.
Dit type misdaad is niet voor niets al een aantal jaar één van de zes prioriteiten voor politie en OM wat betreft opsporing en vervolging van meest ernstige misdrijven. En dat begint nu zijn vruchten af te werpen. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel gaf aan dat in 2012 het meest aantal zaken sinds 2008 zijn binnengekomen bij het OM – meer dan 300. Niet dat mensenhandel nu vaker voorkomt, maar het wordt wel vaker opgespoord en vervolgd. En ook het aantal veroordelingen is hoog vergeleken met voorgaande jaren: 140 maal vorig jaar.
Helaas zijn de winsten nog zo exorbitant hoog dat het voor veel mensenhandelaren simpelweg loont. Daarom is het goed dat behalve gevangenisstraffen ook steeds vaker boetes worden opgelegd, volgens de ‘pluk ze’ methodiek. Maar hoe wrang is het dat een boete naar de staat gaat, en de uitgebuite gedupeerde met lege handen achter blijft.
Slachtoffers hóeven niet met lege handen te staan. Natuurlijk is het het beste, voor het slachtoffer zelf en ook voor de samenleving, als de dader wordt veroordeeld door de strafrechter tot het betalen van een schadevergoeding. Steeds vaker gebeurt dat ook, maar het zijn echt nog uitzonderingen. Wanneer dat niet het geval is, kan een beroep worden gedaan op het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dit fonds is in 1976 opgericht als uiting van maatschappelijke solidariteit met slachtoffers van zware geweldsdelicten die daardoor ernstig letsel hebben opgelopen. Het Schadefonds geeft een financiële tegemoetkoming (niet alle schade wordt vergoed) en erkent daarmee het onrecht dat een slachtoffer is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen. Bij slachtoffers van mensenhandel is dat vaak: herstel van vertrouwen in het recht, de samenleving, maar ook in zichzelf.
Sinds vorig jaar wordt een slachtoffer van mensenhandel door het Schadefonds altijd aangemerkt als een slachtoffer van een opzettelijk geweldsmisdrijf. Het Schadefonds zal nog wel toetsen of de mensenhandel aannemelijk is. Dat kan blijken uit een aangifte bij de politie, een vervolgingsbeslissing door de Officier van Justitie of een vonnis van de strafrechter. Als die horde is genomen, dan staat de weg vrij voor een financiële tegemoetkoming. Daar maak je het gebeurde niet mee ongedaan. Maar je koopt er wel iets voor. Erkenning voor wat je is aangedaan. En hopelijk een steun in de rug bij het opbouwen van zelfrespect en het verdere leven.
deze blog is eerder gepubliceerd op www.talktoaletta.nu
Het zal je maar gebeuren… Je komt naar Nederland voor een baan in de horeca of werken op het land. Een beter bestaan opbouwen dan je in je eigen land zou kunnen doen, dat is je doel. Maar van die mooie verhalen blijkt niets waar te zijn. Je komt tegen je wil in de prostitutie terecht. Of werkt als aspergesteker 15 uur per dag, maar loon heb je nog nooit gezien. Je slaapt in een hok met acht anderen en je mag het terrein niet af. In beide gevallen: je paspoort is afgepakt, je spreekt de taal niet en je zit compleet in de val.
Helaas geen kwaad sprookje, maar dag in dag uit de bittere werkelijkheid voor kwetsbare mensen.
Vroeger gebruikten we het woord ‘vrouwenhandel’ hiervoor, maar dat is een ontkenning van de realiteit dat ook heel vaak mannen slachtoffers zijn. In 2012 werden er in Nederland 1349 gevallen van mensenhandel gemeld bij Comensha, een belangenorganisatie. 1177 meldingen betroffen de uitbuiting van vrouwen in de prostitutie. 172 aanmeldingen waren van mannelijke slachtoffers, waarvan 37 in de prostitutie. Het (sekse) neutrale woord mensenhandel dekt de lading veel beter. Mensenhandel is eigenlijk een moderne vorm van slavernij.
Dit type misdaad is niet voor niets al een aantal jaar één van de zes prioriteiten voor politie en OM wat betreft opsporing en vervolging van meest ernstige misdrijven. En dat begint nu zijn vruchten af te werpen. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel gaf aan dat in 2012 het meest aantal zaken sinds 2008 zijn binnengekomen bij het OM – meer dan 300. Niet dat mensenhandel nu vaker voorkomt, maar het wordt wel vaker opgespoord en vervolgd. En ook het aantal veroordelingen is hoog vergeleken met voorgaande jaren: 140 maal vorig jaar.
Helaas zijn de winsten nog zo exorbitant hoog dat het voor veel mensenhandelaren simpelweg loont. Daarom is het goed dat behalve gevangenisstraffen ook steeds vaker boetes worden opgelegd, volgens de ‘pluk ze’ methodiek. Maar hoe wrang is het dat een boete naar de staat gaat, en de uitgebuite gedupeerde met lege handen achter blijft.
Slachtoffers hóeven niet met lege handen te staan. Natuurlijk is het het beste, voor het slachtoffer zelf en ook voor de samenleving, als de dader wordt veroordeeld door de strafrechter tot het betalen van een schadevergoeding. Steeds vaker gebeurt dat ook, maar het zijn echt nog uitzonderingen. Wanneer dat niet het geval is, kan een beroep worden gedaan op het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dit fonds is in 1976 opgericht als uiting van maatschappelijke solidariteit met slachtoffers van zware geweldsdelicten die daardoor ernstig letsel hebben opgelopen. Het Schadefonds geeft een financiële tegemoetkoming (niet alle schade wordt vergoed) en erkent daarmee het onrecht dat een slachtoffer is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen. Bij slachtoffers van mensenhandel is dat vaak: herstel van vertrouwen in het recht, de samenleving, maar ook in zichzelf.
Sinds vorig jaar wordt een slachtoffer van mensenhandel door het Schadefonds altijd aangemerkt als een slachtoffer van een opzettelijk geweldsmisdrijf. Het Schadefonds zal nog wel toetsen of de mensenhandel aannemelijk is. Dat kan blijken uit een aangifte bij de politie, een vervolgingsbeslissing door de Officier van Justitie of een vonnis van de strafrechter. Als die horde is genomen, dan staat de weg vrij voor een financiële tegemoetkoming. Daar maak je het gebeurde niet mee ongedaan. Maar je koopt er wel iets voor. Erkenning voor wat je is aangedaan. En hopelijk een steun in de rug bij het opbouwen van zelfrespect en het verdere leven.
deze blog is eerder gepubliceerd op www.talktoaletta.nu
woensdag 28 augustus 2013
Het Schadefonds verlegt grenzen
Door:Ludo Goossens, Voorzitter Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
Het is de missie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven om aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming te geven en daarmee het leed dat hen is aangedaan te erkennen. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen.
Het is de missie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven om aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming te geven en daarmee het leed dat hen is aangedaan te erkennen. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen.
In de praktijk kan het bijvoorbeeld gaan om een slachtoffer van mensenhandel dat een nieuwe weg kan inslaan door met een uitkering een grafische opleiding te beginnen; of om een jongen die in elkaar geslagen is terwijl hij een kennis op straat in bescherming nam en die zo bij het Schadefonds de erkenning krijgt die hij als slachtoffer in de rechtszaal niet kon krijgen. We horen vaak van slachtoffers dat het hen niet zozeer gaat om het geld, maar vooral om de erkenning die het geld symboliseert. Daarnaast staat het geld ook voor genoegdoening, waarmee hun vertrouwen in de maatschappij hopelijk (deels) wordt hersteld.
Het is vanuit deze overtuiging dat wij ‘ja’ zeiden toen de commissie Samson contact met ons opnam rond het uitkomen van haar eerste tussenrapport. ‘Ja’ op de suggestie dat wij iets zouden kunnen betekenen voor deze slachtoffers, die immers nu ook al bij het Schadefonds terecht kunnen en soms al komen, als het misdrijf na 1973 heeft plaatsgevonden. We waren ervan overtuigd dat wij ook echt iets zouden kunnen betekenen voor de slachtoffers van seksueel misbruik in jeugd- en pleegzorg. En niet alleen wij waren daarvan overtuigd, maar ook de ministeries van VWS en Veiligheid en Justitie en Jeugdzorg Nederland. Dus voert het Schadefonds Geweldsmisdrijven per 1 september de Tijdelijke regeling en het Statuut uit voor slachtoffers van seksueel misbruik in jeugd- en pleegzorg.
In de tussentijd is er al heel wat werk verzet door alle betrokkenen, in het bijzonder door de beleidsmakers en wetgevers op het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Er zijn twee compensatieregelingen opgesteld in nauw overleg tussen de betrokken departementen, jeugdzorg en het Schadefonds, waarbij ook lotgenotenorganisaties en slachtofferorganisaties voor nuttige input hebben gezorgd.
Ik zal voor u als lezer kort het verschil schetsen tussen de twee compensatieregelingen die op 18 juli jongstleden gepubliceerd zijn. Het verschil tussen de twee regelingen zit vooral in wie wordt aangesproken op de schade en de bewijslast.
De Tijdelijke regeling Tegemoetkoming seksueel misbruik is bedoeld voor slachtoffers die niemand kunnen of willen aanspreken op de geleden schade. De beschuldigde persoon en de instelling of pleegzorgorganisatie blijven bij deze regeling geheel buiten beeld. Het Schadefonds kijkt alleen naar het slachtofferschap, waardoor de bewijslast eenvoudiger is dan bij het Statuut.
Bij het Statuut afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding seksueel misbruik stelt het slachtoffer de instelling of de pleegzorgorganisatie aansprakelijk onder wiens verantwoordelijkheid het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden. Een vertegenwoordiger van de instelling of pleegzorgorganisatie en eventueel de beschuldigde zelf hebben een rol in deze regeling. Ook zij kunnen hun verhaal vertellen tijdens een hoorzitting. Dat hoeft niet te zijn waar het slachtoffer bij is. De hiermee samenhangende bewijslast voor het slachtoffer is bij het Statuut een stuk ingewikkelder dan bij de Tijdelijke regeling. Bepaalde nabestaanden van het slachtoffer kunnen trouwens ook een beroep doen op het Statuut.
Ook bij het Schadefonds zelf hebben we niet stil gezeten. Zo moest er een totaal nieuwe raadkamer worden geworven en geselecteerd uit een longlist gemaakt door de betrokken organisaties. We wilden graag raadkamerleden aantrekken uit de volgende vakgebieden: jeugdrecht, jeugdzorg, letselschade, psychotrauma en ervaring met het Schadefonds. Het is gelukt om alle disciplines vertegenwoordigd te hebben in de extra raadkamer. Daarmee is het proces natuurlijk nog lang niet ten einde. Er valt in praktijk nog veel te ontdekken, leren en ontwikkelen.
Voor het Schadefonds betekent de uitvoering van deze regelingen niet alleen een grote en belangrijke nieuwe loot aan ons werk, maar ook een vat vol nieuwe uitdagingen. Het Schadefonds ziet de uitvoering met vertrouwen tegemoet. We hopen dat we voor de slachtoffers van seksueel misbruik in jeugd- en pleegzorg die zich tot ons wenden, kunnen bewerkstelligen dat hun leed wordt gezien en erkend, in de hoop dat zij enig vertrouwen herwinnen. Want dat is waar we het uiteindelijk allemaal voor doen.
www.schadefonds.nl
www.schadefonds.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)